Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider
(niet leidinggevend)
ABB/2004/2239 en ABB/2004/2240
oktober 2005
In haar vergadering van @ heeft de bezwarencommissie functiewaardering
politie het bezwaar behandeld van de heer @ tegen de waardering van de
organieke functie van Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider
(niet leidinggevend) in schaal 9. Dit bezwaar is verwoord in de aan het
bevoegd gezag gerichte brief van @ en is in genoemde vergadering van
de commissie nader mondeling toegelicht.
Samengevat komen de argumenten van het bevoegd gezag en de ambtenaar
op het volgende neer.
Bij brief van @ is het bevoegd gezag voornemens de organieke functie van de amb-tenaar van Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider (niet leidinggevend) op basis van het waarderderingsrapport (naar de inhoud waarvan de bezwarencommissie kort-heidshalve verwijst) vast te stellen op niveau schaal 9 van het Besluit Bezoldiging Politie (BBP).
In de brief van @ geeft de ambtenaar (via zijn
raadsman) zijn bedenkingen weer tegen de indeling van de functie van
Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider
(niet lei-dinggevend) in niveau schaal 9. Hij is van mening dat op grond
van de toelichting op de Rege-ling bezwarenprocedure functiewaardering
politie van 5 augustus 1994 de zwaarte van de functie moet worden bepaald
aan de hand van het referentiemateriaal en niet aan de hand van het
toegepaste technisch systeem.
Volgens de ambtenaar kan de inhoud van zijn functie wel degelijk worden
getoetst aan de inhoud van de referentiefuncties Beleidsmedewerker A,
schaal 9, uit de reeks Politiële Beleids-ondersteuning, nr. 10,
Coördinator Operationele Zaken, schaal 9 uit de reeks Algemene Politie-zorg
te Water/Luchtvaart, nr. 7 en Preventieambtenaar, schaal 9 uit de reeks
Bijzondere Taken, nr. 6. Hieruit blijkt zijns inziens dat zijn organieke
functie hoger dient te worden ingedeeld dan de genoemde referentiefuncties.
Hij acht de niveaubepalende elementen uit zijn functie ruim-schoots uitstijgen
boven die uit de genoemde referentiefuncties.
De ambtenaar acht het van belang op te merken, dat zijn organieke functie
weliswaar niet het leidinggevende aspect in hiërarchische zin kent,
maar dat wel degelijk sprake is van verant-woordelijkheid voor (een)
project(en) en de uitvoering hiervan en in zoverre – en in deze
bete-kenis – sprake is van het geven van leiding. Hij merkt op,
dat ook in de niveaubepalende ele-menten sprake is van het voorbereiden
en leiden van projecten.
Onlogisch acht de ambtenaar, dat het bevoegd gezag niet heeft overwogen
de inhoud
van de referentiefunctie Coördinator Voorkoming Misdrijven, schaal 10 uit
reeks nr. 6 te toetsen aan de inhoud van zijn organieke functie. Verder vraagt
hij zich af om welke reden het bevoegd gezag toetsing aan de inhoud van de referentiefunctie
Beleidsmedewerker B, schaal 11, uit reeks nr. 10 achterwege heeft gelaten.
De ambtenaar geeft in voorts illustratieve zin een aantal referentiefuncties,
die eveneens voor toetsing in aanmerking (hadden) kunnen komen.
Op grond van het vorenstaande acht de ambtenaar indeling van zijn organieke functie
van Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider (niet leidinggevend) in
in ieder geval/tenminste schaal 10 passend.
De ambtenaar reageert bij brief van @ via zijn raadsman op een schriftelijk stuk van het bevoegd gezag i.v.m. met een tussenbeslissing van de HOC, naar de inhoud waarvan het secretariaat kortheidshalve verwijst. De ambtenaar acht het, gelet op de lange duur van de pro-cedure en, na op @ bij het bevoegd gezag te hebben gerappelleerd, op korte termijn tot een definitieve besluitvorming te komen en hierbij eveneens bezwaar te hebben gemaakt tegen de fictieve weigering om een primair besluit te nemen en sedertdien tien weken zijn verstreken, noodzakelijk om thans in beroep te gaan bij de rechtbank.
Het bevoegd gezag stelt in zijn brief van @ de waarderingsuitkomst van
de (orga-nieke) functie van Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider
(niet leidinggevend)
vast en deelt deze functie in in niveau schaal 9 van het BBP. Het bevoegd gezag
baseert zich hierbij op het advies van de Herwaarderingscommissie Functiewaardering
van het Regionaal Politiekorps @ (HOC) naar de inhoud, waarvan de bezwarencommissie
kortheids-halve ver-wijst.
Het bevoegd gezag is van mening, dat het advies van de HOC op zorgvuldige wijze
tot stand is gekomen en wordt gedragen door de daaraan ten grondslag liggende
motivering. Op grond hiervan zijn de ingebrachte bedenkingen van de ambtenaar
ongegrond en wijst het bevoegd gezag hetgeen is gevorderd af.
In zijn bezwaarschrift van @ geeft de ambtenaar via zijn raadsman aan
zich niet te kunnen verenigen met het besluit van het bevoegd gezag
van @.
Hij handhaaft hetgeen hij in zijn brieven van @ en @ naar voren heeft gebracht.
Als overige gronden brengt de ambtenaar kort samengevat het volgende naar voren.
Primair behoort in de onderhavige bezwarenprocedure op grond van de vigerende
regelgeving het referentiemateriaal te worden toegepast.
Subsidiair merkt de ambtenaar op, dat voor zover de brief van de minister van
Binnenlandse Zaken d.d. @ rechtens houdbaar is, geen sprake is van een uitzonderlijk
geval. Immers, het staat vast, dat voldoende referentiefuncties beschikbaar zijn
om het indelingsniveau van de organieke functie van de ambtenaar te kunnen bepalen.
Nu de door hem specifiek aan-geduide referentiefuncties niet in het bestreden
besluit zijn betrokken, staat voor hem vast, dat het bevoegd gezag het bestreden
besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid overeenkomstig artikel 3:2 van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb) en evenmin deugdelijk heeft gemotiveerd over-eenkomstig
artikel 3:46 in verbinding met artikel 3:49.
Meer subsidiair merkt de ambtenaar op, dat - hoewel het niet aan de ambtenaar
is om in concreto te bepalen welk referentiemateriaal het meest passend is -
naast de referentiefunc-ties Preventie-ambtenaar en Beleidsmedewerker A (beide
schaal 9), tevens de referentiefuncties Coördinator Voorkoming Misdrijven
(schaal 10) als meest passend en Beleidsmedewerker B (schaal 11) in de toetsing
betrokken dienen te worden.
Hij meent dat zijn organieke functie behoort te worden ingedeeld in niveau schaal
10. Immers, hij acht de organieke functie onmiskenbaar zwaarder dan de referentiefunctie
Beleidsmedewer-ker A en lichter dan de referentiefunctie Beleidsmedewerker B.
Hij acht de organieke functie gelijkwaardig aan de referentiefunctie Coördinator
Voorkoming Misdrijven.
Op grond van het vorenstaande concludeert de ambtenaar, dat het besluit van het
bevoegd gezag van @ in strijd is met artikel 6, lid 2 van het Besluit bezoldiging
politie (BBP) en in strijd met meerdere beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder
in ieder geval het beginsel van een zorgvuldige voorbereiding en het motiveringsbeginsel
(ex artikel 3:2 en 3:46 in verbin-ding met artikel 3:49 Awb). Tevens is sprake
van willekeur. Alles overziende acht hij het onvermijdelijk zijn organieke functie
in te delen overeenkomstig schaal 10 van het BBP.
Bevindingen van de bezwarencommissie
De bezwarencommissie concludeert uit de met de adviesaanvraag meegezonden stukken en het ter zitting verhandelde, dat de ambte-naar bezwaar maakt tegen de indeling van de functie van Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider (niet leidinggevend) in schaal 9.
De bezwarencommissie merkt op, dat hetgeen de ambtenaar heeft aangevoerd, dat het bevoegd gezag bij de vaststelling van het bestreden besluit heeft gehandeld in strijd met meerdere beginselen van behoor-lijk bestuur, waaronder in ieder geval het beginsel van een zorgvuldige voorbereiding, willekeur, fair play en het motiveringsbeginsel (ex artikel 3:2 en 3:46 in verbinding met artikel 3:49 Awb), in de advisering door de Commissie buiten beschouwing wordt gelaten, aangezien de Commissie zich in haar advisering beperkt tot de functiewaarde-ringstechnische aspecten van het bezwaar. Uit het bepaalde in artikel 7:12 van de Awb vloeit echter voort, dat bij de beslissing op bezwaar door het bevoegd gezag ook moet worden ingegaan op genoemde bezwaren.
De bezwarencommissie maakt uit de overgelegde informatie en hetgeen door
partijen ter zitting naar voren is gebracht op, dat partijen van mening
verschillen over
de toepassing van het functiewaarderingssysteem van de politie. De bezwarencommissie
merkt hieromtrent het volgende op.
In de Regeling bezwarenprocedure functiewaardering politie van 5 augustus 1994
is in de Toelichting onder Algemeen eerste alinea (zie bijlage) aangegeven,
dat op grond van artikel 6, tweede lid van het BBP, het technisch systeem en
het Referentiemateriaal Functiewaardering Nederlandse Politie is vastgesteld
als systeem van functiewaardering voor de Nederlandse politie. Het gaat in deze
regeling om de beschrijving, waardering en indeling van de organieke functie,
welke plaatsvindt aan de hand van genoemd referentiemateriaal.
In de genoemde toelichting is eveneens aangegeven dat de bezwarenprocedure het
karakter heeft van een revisie-procedure. De regeling heeft namelijk betrekking
op het bepalen van de waardering en indeling (de functiewaardering) van de organieke
functie van de ambtenaar. De ambtenaar kan, al dan niet met behulp van deskundigen,
de eigen functie vergelijken met en toetsen aan de referentiefuncties.
Het vorenstaande impliceert, dat in de bezwarenprocedure de zwaarte van de functie
waar bezwaar tegen wordt gemaakt, inhoudelijk behoort te worden getoetst aan
de referentiefuncties uit het referentiemateriaal. De bezwarencommissie heeft
overigens voldoende aanknopingspunten om de inhoud van de organieke functie van
de ambtenaar hieraan te kunnen toetsen.
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de functie getoetst aan de geldende normen, zoals vastgelegd in het referentiemateriaal Functiewaardering Nederlandse Politie, dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is vastgesteld voor de toepassing van het Besluit bezoldiging politie, artikel 6, tweede lid, waaronder de reeks Bijzondere taken (nr. 6), in het bijzonder de functies van Preventieambtenaar (schaal 9) en Coördinator Voorkoming Misdrijven (schaal 10) en de reeks Politiële Beleidsondersteuning (nr. 10), in het bijzonder de referentiefunctie van Beleidsmedewerker A (schaal 9) en Beleidsmedewerker B (schaal 11).
Als uitgangspunt voor de bepaling van de zwaarte van de organieke functie heeft de bezwaren-commissie genomen de ongedateerde vastgestelde organieke functiebeschrijving van Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider.
De organieke functie van de ambtenaar heeft als
doel het verrichten van in principe tijdelijke werkzaamheden, gericht
op het realiseren van
een project betreffende
een omschreven speer-punt van beleid inzake hetzij handhaving van de openbare
orde en veiligheid, hulpverlening, bestrijding van criminaliteit, dan wel andere
taakgebieden die tot de “core business” van de politie in de regio
@ behoren. Daarnaast is het doel het realiseren van samenwer-king(sverbanden)
met relevante derden om projectmatige werkzaamheden te realiseren. De pro-jecten
richten zich op deelterreinen van het beleidsterrein veiligheid (veilig ondernemen,
keur-merk veilig wonen, veilig bouwen e.d.).
De ambtenaar is hïërarchisch geplaatst onder het hoofd regiobureau
veiligheid. Het hoofd is proceseigenaar voor het gehele preventieterrein en formeel
belast met de kwaliteitsbewaking. De ambtenaar rapporteert aan de portefeuillehouder,
die is belast met de procesbewaking.
De functie heeft als hoofdtaken: het voorbereiden van projecten, het maken van
projectplanning, het uitvoeren van projecten en het uitvoeren van overige taken.
Uit de nadere functie-informatie en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen
blijkt, dat de amb-tenaar in het kader van de projectvoorbereiding onderzoek
verricht ten aanzien van welke infor-matie relevant is voor het behalen van de
met de leiding overeen te komen projectresultaten, hij de mogelijkheden beziet
tot het ontwikkelen van een projectmatige aanpak van de omschreven (vei-ligheids)problematiek
en de mogelijkheden onderzoekt voor projectsubsidies. De ambtenaar maakt op
basis van de verkregen informatie een projectplan (doel, doorlooptijd, menskracht,
financiën, materieel, acquisitie) en presenteert het plan aan het verantwoordelijke
management (portefeuillehouder).
Ten aanzien van het element projectplanning en afstemming voert de ambtenaar
onder andere onderhandelingen met relevante in- en externe personen en instanties
om tot beleidsafspraken te komen op basis waarvan operationele inzet mogelijk
kan worden gemaakt. Hij legt contrac-tueel vast te leggen afspraken voor aan
het verantwoordelijke management en adviseert ter zake.
Bij de uitvoering van projecten stelt de ambtenaar in overleg met relevante derden
kwaliteits-normen voor het project op en toetst deze gedurende de uitvoering.
Hij is verantwoordelijk voor de randvoorwaarden ten aanzien van de uitvoering
van een project. Hij maakt kostenberekenin-gen en sluit contracten af. Hij verdeelt
de uitvoering van de werkzaamheden over de project-deel-nemers, bewaakt de voortgang
en de (kwalitatieve) resultaten van de uitvoering van het project. Betrokkene
draagt zorg voor een efficiënte en effectieve inrichting van de informatie-huishou-ding
betreffende het project. Hij houdt de budgetten bij en is verantwoordelijk voor
een doelmatige registratie en administratie, stelt periodiek overzichten op
en rapporteert het verant-woorde-lijke management en externe partners ten aanzien
van de voortgang, effectiviteit en kwa-liteit van het project. Verder adviseert
hij over de kwaliteit en voortgang van het project. De ambtenaar draagt zorg
voor de inzet en het beheer van de toegewezen middelen en het materieel. Hij
evalueert op basis van marktverkenning en voortgang en het (tussentijds) resultaat
van een project en doet voorstellen tot bijstelling.
De ambtenaar kan worden ingezet als Hulpofficier van Justitie. Hij organiseert
conferenties ten behoeve van (toekomstige) relevante partners. Hij is verantwoordelijk
voor de borging van pro-ducten en diensten in de nazorgfase van een project.
Betrokkene participeert voorts in de ont-wikkeling van het veiligheidsbeleid
voor zover betrekking hebbend op het project. Hij onderhoudt in- en externe
contacten, ook bovenregionaal.
De niveaubepalende elementen zijn het voorbereiden en leiden van projecten waaraan
relevante externe beleidsbepalende partners deelnemen. Het toetsen van de voortgang
en kwaliteit van projecten.
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de organieke
functie van betrokkene eerst getoetst aan de inhoud van de referentiefunctie
van Preventieambtenaar
(schaal 9). In de refe-rentie-func-tie is onder andere sprake van werkzaamheden
zoals: advisering en voorlichting, het onderhou-den van contacten en het verrichten
van overige taken. Uit de nadere informatie blijkt o.a., dat de preventieambtenaar
bedrijven en overige particulieren adviseert ten aanzien van (socio- en techno)preventieve
maatregelen ter voorkoming van misdrijven. Hij adviseert over bedrijfsbe-vei-ligingsplannen,
ondersteunt bij de opzet van preventieprojecten en adviseert politiefunctionaris-sen.
Hij wisselt kennis uit met preventiecoördinatoren en onderhoudt contacten
met bedrij-ven en overige particulieren.
Verder ontwikkelt functionaris preventieadviezen op basis van ervaringsge-gevens
met betrekking tot criminaliteitsbestrijding. Niveaubepalend is het adviseren
van bedrij-ven inzake beveiligingsplannen en het ondersteunen bij projecten.
Toetsing aan de inhoud van beide functies leert, dat in beide functies sprake
is van advisering aan bedrijven, particulieren e.d. in het kader van voorkoming
van hetzij misdrijven, hetzij veiligheidsproblemen. In beide functies is sprake
van het adviseren omtrent bedrijfsbeveiligingsplannen en het ontwikke-len van
adviezen op basis van materiekennis. In beide functies is sprake van kennisuitwisseling
en van een vergelijkbare klantenkring (bedrijven, particulieren en overheden).
De bezwarencommissie merkt op, dat ter zitting is gebleken, dat het leidinggevend
aspect in de functie qua zwaarte geen substantieel deel uitmaakt van de functie.
Op grond van het vorenstaande is de bezwarencommissie van mening, dat de organieke
functie van de ambtenaar gelijkwaardig is aan de referentiefunctie van Preventieambtenaar
(schaal 9). Hierbij is een aantal aspecten nog niet getoetst. Daarom volgt een
nadere toetsing.
De bezwarencommissie heeft hiertoe de inhoud van de organieke functie van de
ambtenaar getoetst aan de inhoud van de referentiefunctie Coördinator Voorkoming
Misdrijven (schaal 10).
In de referentiefunctie is sprake van advisering, het onderhouden van contacten
en het verrich-ten van overige taken. Uit de nadere informatie blijkt, dat naast
de werkzaamheden uit de refe-rentie-functie van Preventieambtenaar tevens sprake
is van het adviseren van de leiding over het te voeren beleid, het opstellen
van risicoanalysen en preventieadviezen, het evalueren van de effectiviteit van
preventiemaatregelen, het adviseren over de toelating van een beveiligingsorganisatie
en het stimuleren van preventieactiviteiten door de politie. In de contactsfeer
is tevens sprake van het participeren in diverse overlegorganen, het onderhouden
van landelijke contacten op het gebied van voorkoming misdrijven en het onderhouden
van preventienetwerken. Daarnaast is in de referentiefunctie sprake van het
verrichten van diverse voorlichtingsactiviteiten, coördinatie/planning
van werkzaamheden, kwaliteitsbewaking en klachtenonderzoek en verder van coördinatie
van regionale acties op het gebied van voorkoming misdrijven.
Niveaubepalend in de functie zin de kwaliteitsbewaking, de coördinatie van
werkzaamheden en de beleidsadvisering.
Toetsing leert dat in beide functies sprake is van advisering, het verrichten van voorlichtingsacti-viteiten en het onderhouden van landelijke contacten. In de referentiefunctie is echter sprake van advisering aan de leiding omtrent het te voeren beleid ten aanzien van voorkoming van misdrij-ven. In de organieke functie is sprake van het geven van adviezen omtrent het nemen van (uitvoerings)maatregelen ter bevordering van de veiligheid. Vervolgens is in de referentiefunctie sprake van kwaliteitsbewaking, hetgeen in de organieke situatie berust bij de hiërarchische chef van de ambtenaar.
Op grond van de aspecten kwaliteitsbewaking en de zwaardere (beleids)advisering
in de referentiefunctie acht de bezwarencommissie de referentiefunctie zwaarder
dan de organieke functie van de ambtenaar.
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de organieke functie voorts ook getoetst
aan de inhoud van de referentiefuncties Beleidsmedewerker A (schaal 9) en B (schaal
11).
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de organieke functie van betrokkene
eerst getoetst aan de inhoud van de referentiefunctie van Beleidsmedewerker B
(schaal 11) uit de reeks nr. 10. In de referentiefunctie is de Beleidsmedewerker
B belast met: Beleidsontwikkeling en advisering ten aanzien van de politiële
bedrijfsvoering (initiëren en formuleren van beleidsvoorstellen, doen van
onderzoek, adviseren inzake beleid, ontwikkelen van instrumenten, methoden, technieken
en procedures (bijvoorbeeld planning en control), begeleiden van de implementatie
van nieuwe instrumenten, evalueren van het gevoerde beleid, leiden van projecten),
Ondersteuning (ondersteunen van de (sector)leiding bij het vertalen van doelstellingen
naar beleidsplannen en activiteitenplannen, begeleiden beleidsmedewerker(s)
A) en Contacten.
Niveaubepalend is het zelfstandig verrichten van onderzoek en adviseren ten behoeve
van de politiële beleidsontwikkeling en het dragen van de verantwoordelijkheid
voor de toegewezen projecten.
Toetsing leert dat in beide functies sprake is van het leiden van projectmatige
werkzaamheden, met dien verstande, dat in de referentiefunctie sprake is van
verantwoordelijkheid voor de toe-gewezen projecten; in de organieke functie berust
de verantwoordelijkheid op een hoger echelon. Vervolgens is in de referentiefunctie
sprake van een beleidsontwikkelende functie op het gebied van de politiële
beleidsvorming en bedrijfsvoering en het leiden van onderzoeken. In de organieke
functie is echter sprake van een beleidsondersteunende taak en het leiden en
uitvoeren van deelonderzoeken op het gebied van veiligheid, alsmede van het adviseren
ter zake.
De bezwarencommissie is op grond van de grotere zelfstandigheid in verband met
de project-verantwoordelijkheid en het leiden van onder-zoeken i.p.v. van deelonderzoeken,
de grotere beleidsmatige inbreng, het bredere beleidsterrein in de referentiefunctie
(politiële beleidsvorming en bedrijfsvoering versus veiligheid) van mening,
dat de referentiefunctie zwaarder is dan de organieke functie van de ambtenaar.
Ten slotte heeft de bezwarencommissie de inhoud van de organieke functie van
betrokkene getoetst aan die van de referentiefunctie van Beleidsmedewerker A
(schaal 9) uit reeks nr. 10. In de referen-tiefunctie is sprake van Politiële
Beleidsondersteuning (verrichten van ondersteunende werkzaamheden en deelonderzoeken
in het kader van politiële beleidsvorming en bedrijfsvoering, het t.b.v.
het management verzamelen en analyseren van beheersgegevens, het adviseren/ondersteunen
van (sector)hoofden m.b.t. een specifiek beleidsterrein en het opstellen van
het activiteitenplan en/of taakstellingen, het ontwikkelen van instrumenten (o.a.
planning en control), Contacten en overige werkzaamheden.
Niveaubepalend is het onder begeleiding van een beleidsmedewerker verrichten
van ondersteunende werkzaamheden en van deelonderzoeken ten behoeve van de beleidsontwikkeling.
Toetsing leert de bezwarencommissie dat in beide functies deelonderzoeken worden
uitgevoerd en adviezen worden verstrekt. In de referentiefunctie is sprake van
een breder werkterrein. Immers, het werkterrein in de referentiefunctie omvat
de politiële beleidsvorming en bedrijfsvoering, daar waar de organieke
functie is beperkt tot deelterreinen in het kader veiligheid. Ter compensatie
geldt dat in de organieke functie sprake is van een grotere zelfstandigheid.
Immers, organiek is sprake van het leiden van projecten; in de refe-rentiefunc-tie
is sprake van het onder leiding van een Beleidsmedewerker B verrichten van genoemde
werkzaamheden. De bezwaren-commissie is op grond hiervan van oordeel dat beide
functies gelijkwaardig zijn.
De bezwarencommissie adviseert het bevoegd gezag
de onderhavige functie van Medewerker regiobureau veiligheid/projectleider
(niet leidinggevend)
in te delen in schaal
9. Het bezwaar van de ambtenaar acht de bezwarencommissie dan ook ongegrond.
De bezwarencommissie voegt bij deze brief het verslag van de in deze zaak gehouden
hoorzit-ting, dat geacht wordt deel uit te maken van het advies.
Tevens voegt zij hierbij voor de ambtenaar bestemde afschriften van deze brief
en van het ver-slag.
De bezwarencommissie verzoekt u deze afschriften aan betrokkene uit te reiken tezamen met uw beslissing op het bezwaar. Van die beslissing ontvangt de bezwarencommissie gaarne gelijktijdig een afschrift.
Hoogachtend,
Namens de bezwarencommissie
G. Koffeman, voorzitter
H.L. Kokshoorn, secretaris