Advies nr.P/609 + P/610
Functie: Coördinator recherche-ondersteuning
FWP/02.00041
13 maart 2002
P/609 + P/610
In haar vergadering van @ heeft de
bezwarencommissie functiewaardering politie het bezwaar behandeld van
de heer @ tegen de waardering van de organieke functie van coördinator
recherche-ondersteuning bij de Basiseenheid @ in het district @ in schaal
9. Dit bezwaar is verwoord in de aan het bevoegd gezag gerichte brief
van @ en is in genoemde vergadering van de commissie nader mondeling toegelicht.
Samengevat komen de argumenten van het bevoegd gezag en de ambtenaar op
het volgende neer.
Het bevoegd gezag deelt op @ mee, dat
in het kader van functie-onder-houd een nieuwe functiebeschrijving is
vastgesteld.
Het genoemde gezag is op grond van het waarderingsrapport, waarnaar de
bezwarencommissie kort-heidshalve verwijst (zie achter tab. 2 van het
dossier), voor-nemens de waardering van de orga-nieke functie van Coördinator
Rechercheprojecten in het district @ vast te stellen op schaal 9 van het
Besluit Bezoldiging Politie (BBP). Leidraad voor de motivering van de
waarde-ring van de functie is volgens het bevoegd gezag de re-ferentiefunctie
van Groepschef Recherche B uit de reeks Algemene Politiezorg (nr. 3) van
het referentie-materiaal Nederlandse Politie. Het bevoegd gezag merkt
op, dat in de onderhavige functie geen elementen voorkomen uit die van
de referentiefunctie Unithoofd Recherche (schaal 10) uit genoemde reeks
3, omdat in de organieke functie van de ambtenaar geen sprake is van participatie
in het algemeen districtelijke (sectorale) beleid met de daaraan verbonden
verantwoordelijkheden. In genoemde referentiefunctie ligt de essentie
met name in het deel uitmaken van de districtsleiding en als gevolg daarvan
in het partici-peren in het algemene beleid van het district.
In de organieke functie wordt beheersmatig leiding gegeven aan 12 medewerkers.
In de referentiefunctie van Groepschef Recherche B (schaal 9) wordt leiding
gegeven aan een grotere groep van circa 10 rechercheurs, hetgeen vrijwel
overeenkomt met het aantal medewerkers waaraan betrokkene beheersmatig
leiding geeft. Daarnaast geeft betrokkene uit de organieke functie incidenteel
functioneel leiding aan regionale c.q. districtelijke rechercheprojecten.
Op grond van het vorenstaande concludeert het bevoegd gezag dat de organieke
functie behoort te worden ingedeeld in schaal 9.
De ambtenaar geeft in de brief van @ zijn bedenkingen weer tegen de waardering
van de functie van Coördinator Rechercheprojecten in schaal 9. Kort
samengevat geeft de amb-tenaar aan, dat de voorgenomen indeling van zijn
functie in schaal 9 niet passend is. Hij vraagt zich af of bij in de vergelijking
van het referentiemateriaal naast de vergelijking van de referentie-functie
Groepschef Recherche B (schaal 9) niet ook de referentiefunctie van Unithoofd
Recher-che (schaal 10) had moeten worden gebruikt. Ten aanzien van de
functie-analyse en -vergelijking merkt hij het volgende op:
- recherche-onderzoeken worden niet geïnitieerd door het Districtelijke
Managementteam.
Beslissingen hieromtrent worden genomen door de Districtelijke Begeleidingscommissie.
In deze commissie heeft hij zitting. De te beoordelen zaken (orderportefeuille)
worden door
de coördinator rechercheprojecten aangedragen;
- op districtsniveau zijn twee recherchecoördinatoren werkzaam, hetgeen
is een beslissing is
vanuit de korpsleiding @;
- de stelling, dat de eindverantwoordelijkheid van de werkzaamheden van
de afdeling Justitiële
Ondersteuning berust bij de districtsleiding, is naar hij meent onjuist.
Betrokkene licht toe, dat
hij niet alleen verantwoordelijk maar ook eindverantwoordelijk is voor
bedoelde werkzaam-
heden, omdat hij, gelet op het veelvuldig en direct overleg hieromtrent
met de districtsleiding en de gehouden managementgesprekken, ingevolge
de door hem gemaakte managementrapporta-
ges, hierop door de districtsleiding wordt aangesproken. Hij maakt deel
uit van de zgn. DMT-
plus;
- de opmerking: "in het gebied van de basiseenheid blijft de chef
(basiseenheid) verantwoorde-
lijk voor de uitvoering van de basispolitiezorg" is volgens betrokkene
op zich wel juist, maar
mist in dit kader enige relevantie;
- het gegeven, dat de plaatsvervangend districtschef aangeeft, dat de
coördinatoren recherche-
projecten gedeeltelijk aanspreekbaar en verantwoordelijk zijn voor de
werkzaamheden van de
afdeling Justitiële Ondersteuning, is naar de mening van betrokkene
niet juist;
- daarenboven heeft de districtsleiding de coördinatoren rechercheprojecten
gepositioneerd op
een zo gelijkwaardig niveau als de chef Basiseenheden. Hieruit moge blijken,
dat de functie
gelijkwaardig is aan die van de referentiefunctie Unithoofd Recherche
(schaal 10), omdat hij
ook eindverantwoordelijk is voor meerdere groepen.
Het bevoegd gezag stelt in zijn brief
van @ de waarderingsuitkomst van de (orga-nieke) functie van Coördinator
Rechercheprojecten vast en deelt deze functie in in schaal 9. Het bevoegd
gezag baseert zich hierbij op het advies van de Interregionale Herover-wegingscommis-sie
functiewaardering (IHC). De IHC geeft aan, dat hetgeen betrokkene ten
aanzien van het Districtelijk Managementteam opmerkt niet uit de vastgestelde
en geaccepteerde functiebeschrij-ving blijkt. Tevens bestrijdt de districts-of
regioleiding de mening van betrokkene hieromtrent.
Vervolgens geeft de IHC aan, dat uit het organogram blijkt, dat op districtsniveau
de beheersverantwoordelijkheid voor een aantal executieve ondersteunende
voorzieningen, waaronder recherche-ondersteuning, is verdeeld over de
chefs Basiseenheden. Hierdoor heeft iedere chef Basiseenheid de zorg voor
één of meer districtelijke voorzieningen (zgn. Matrixorganisatie).
Hieruit concludeert de IHC, dat de Coördinator Rechercheprojecten
als zodanig geen directe lijnverantwoordelijkheid heeft en niet is gepositioneerd
op het niveau van de chefs Basiseenheid en geen deel uitmaakt van de disctrictsleiding
of het Districtelijk Managementteam. Van een zgn. DMT-Plus blijkt niets
uit de stukken. De IHC merkt op, dat in de vastgestelde functiebeschrijving
van betrokkene onder het kopje "Overige Taken" een en ander
is vervat bij "Deelnemer voortgangsbe-sprekingen onderzoeksleiding/participatie
in de begeleidingscommis-sie". Dit komt overeen met de overige taken
uit de referentiefunctie Groepshoofd Recherche B, schaal 9 uit reeks 3.
Het gegeven, dat de plaatsvervangend
districtschef aangeeft, dat betrokkene gedeeltelijk aanspreekbaar en verantwoordelijk
is voor de afdeling Justitiële Ondersteuning, blijkt uit het gestelde
onder de beschreven hoofdtaak van betrokkene: Leiding/Bedrijfsvoering.
Het betreft "het uitvoeren en aanspreekbaar zijn op de dagelijkse
operationele leiding van een grote groep medewerkers (23 medewerkers).
Daar het geven van leiding en de personeelszorg door twee coördinatoren
rechercheprojecten worden verzorgd, is sprake van een verzorging voor
circa 12 medewerkers voor iedere coördinator, zoals ook is verwoord
onder het kopje "Personeelszorg en Administratie" van de vastgestelde
functiebeschrijving.
De verantwoordelijkheid van betrokkene komt naar de mening van de IHC
overeen met die van de referentiefunctie Groepschef Recherche B, schaal
9 uit genoemde reeks 3; dit gezien de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden
van een grotere groepen recher-cheurs/medewerkers en het adviseren aan
de unit-/sectorleiding. De IHC merkt op, dat de sec-torleiding vergelijkbaar
is met de districtsleiding.
Zij overweegt hierbij, dat de eindverantwoordelijkheid uit de referentiefunctie
van Unithoofd Recherche (schaal 10) niet van toepassing is op de functie
van betrokkene, omdat volgens zijn functiebeschrijving geen sprake kan
zijn van eindverantwoordelijkheid voor meerdere groepen. Vervolgens is
geen sprake van het geven van leiding aan een recherche-unit, maar meer
van het coördineren/aansturen van werkzaamheden.
De coördinator rechercheprojecten maakt geen deel uit van de sectorleiding
en participeert als zodanig dan ook niet in het algemene beleid van de
sector. De sector is vergelijkbaar met een district of divisie. Deze mening
wordt volgens de IHC ook ondersteund door de plaatsvervangend districtschef,
die tijdens de hoorzitting heeft beves-tigd, dat de coördinator rechercheprojecten
geen deel uitmaakt van de districtsleiding in @, noch behoort tot het
Districtelijk Managementteam (DMT). De districtsleiding is verant-woordelijk
voor de (eind)beslissingen voor de recherche-onderzoeken, aanstellingen
en detache-ringen van de medewerkers. De aanpak van (recherche)projecten
wordt bepaald door de begeleidingscommissie met eindverantwoordelijkheid
voor het Districtelijk Managementteam.
Op grond van het vorenstaande concludeert
de IHC, dat de werkzaamheden van betrokkene volledig overeenkomen met
die uit de referentiefunctie Groepschef Recherche B, schaal 9. Het betreft
met name het geven van leiding aan een grotere groep (circa 10) rechercheurs,
het coördineren op specifieke terreinen en het adviseren van de unit-/sectorleiding.
Ook de niveau-bepalende elementen komen overeen. De IHC onderkent weliswaar
enige taakaspecten van de functie die uitstijgen boven de referentiefunctie,
zoals het signaleren van ontwikkelingen aan de districtsleiding en als
zodanig (gedeeltelijk) participatie in het algemene beleid van de Justitiële/Recherche
Ondersteuning, maar daaraan kan naar het oordeel van de IHC niet het gewicht
worden toegekend waarvoor een hogere indeling van de functie gerechtvaardigd
zou zijn.
Een hogere indeling van de functie is niet passend, omdat de werkzaamheden
en niveaubepalen-de elementen niet overeenkomen met die van de referentiefunctie
van Unithoofd Recherche (schaal 10). Immers, er is geen sprake van coördinerende/aansturende
elementen, waarop de eindverantwoordelijkheid voor een (recherche)unit
berust. Voorts maakt betrokkene geen deel uit van de districtsleiding
en of het Districtelijk Managementteam. De IHC merkt op, dat in de organisatie
van de regiopolitie @ de chef Basiseenheid verantwoordelijk is voor bepaalde
criminaliteitszaken binnen het verzorgingsgebied. Naast een districtelijk
Justitiële Recherche Ondersteuning voor de zgn. midden-criminaliteit,
is er regionaal een divisie Zware Criminaliteit opgericht voor de bestrijding
van de zware criminaliteit, capitale/vermogensdelicten, fraudezaken etc.,
waarin één of meerdere units en meerdere recherchegroepen
zijn onderge-bracht.
In zijn bezwaarschrift van @ geeft de ambtenaar aan, dat hij zich niet
kan verenigen met de waardering van de functie van Coördinator Rechercheprojecten
in schaal 9.
In zijn aanvullend schrijven van @ motiveert hij zijn bezwaarschrift.
Betrokkene is nog steeds van mening dat bij de functie-indeling dient
te worden uitgegaan van de referentie-functie Unithoofd Recherche (schaal
10). Voor de motivering verwijst hij naar voorgaande stuk-ken. Vervolgens
geeft hij aan, dat in het verslag van de hoorzitting van de IHC een aantal
essen-tiële zaken, verwoord door de plaatsvervangend districtschef
verkeerd is weergegeven. Hij ver-zuimt hierbij aan te geven welke onjuistheden
het betreffen.
Vervolgens mist betrokkene een aantal aspecten, dat kennelijk niet of
nauwelijks is meegewogen.
Hij participeert wel degelijk in het Districtelijk Managementteam binnen
het district @, voorzover het recherche-aangelegenheden betreft. Hij stuurt
gelijktijdig onderzoeken aan binnen de Bureaus Verdovende Middelen, Jeugd-
en Zedenzaken, Projectteam Middelzware Criminali-teit en Overlastteam,
alsmede lokale en bovenlokale grotere onderzoeken (Districtelijke en Regionale
Recherche Bijstandsteams) en ad-hoc onderzoeken. Hij is 24 uur per dag
bereikbaar in verband met genoemde onderzoeken en heeft ook het teamleiderschap
Explosievenverkenning. Hij stuurt het totale recherche-apparaat aan bij
grootschalige evenementen, zoals @ in @ en andere popconcerten.
Ten slotte verwijst betrokkene naar de functie van een collega in het
district @. In de moti-vering van de niveau-indeling is het aantal medewerkers,
dat hij aanstuurt aangegeven. Het al dan niet deel uitmaken van het Districtelijk
Managementteam is hierbij voor zover bekend niet aan de orde geweest.
De bezwarencommissie merkt op, dat voor de bepaling van de zwaarte van
de organieke functie van de ambtenaar de inhoud hiervan uitsluitend wordt
getoetst aan de geldende normen, zoals deze zijn vastgelegd in het referentiemateriaal
Functiewaardering Nederlandse Politie. De functie waar-naar de ambtenaar
verwijst maakt geen deel uit van genoemd referen-tiemateriaal en valt
daarom buiten de toetsing door de bezwarencommissie.
De bezwarencommissie concludeert uit de met de adviesaanvraag meegezonden
stukken, dat de ambte-naar bezwaar maakt tegen de waardering van de functie
van Coördinator Rechercheprojecten in schaal 9.
Als uitgangspunt voor de bepaling van
de zwaarte van de organieke functie heeft de bezwarencommissie genomen
de op @ te @ vastgestelde project functiebeschrij-ving van Coördinator
Rechercheprojecten bij het district @ met functiecode 9.1.
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de functie getoetst aan de geldende
normen, zoals vastge-legd in het referentiemateriaal Functiewaardering
Nederlandse Politie, dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
is vastgesteld voor de toepassing van het Besluit be-zoldiging politie,
artikel 6, tweede lid, waaronder de reeks Algemene Politiezorg (nr. 3),
in het bij-zonder de functies van Groepshoofd Recherche B (schaal 9) en
Unithoofd Recherche (schaal 10).
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de organieke functie van Coördinator Rechercheprojecten eerst getoetst aan de inhoud van de referentiefunctie Groepshoofd Recherche B, schaal 9, uit genoemde reeks.
Het Groepshoofd Recherche B is in hoofdzaak
belast met het leidinggeven aan een grotere groep (circa 10) rechercheurs,
hetgeen inhoudt: coördinatie, planning en voorgangsbewaking van de
werkzaamhe-den op de specifieke terreinen van de rechercheurs B (verdovende
middelen, heling, fraude, vuurwapenhandel, milieucriminaliteit en computercriminaliteit),
adviseren van de unit-/sectorleiding over de (voorbereiding) van het werkplan,
de verdeling en capaciteit. Vervolgens met de Personeelszorg en administratie,
waaronder het houden van functioneringsgesprekken en het optreden als
informant bij beoordelingen, Contacten (in- en extern) en Overige taken.
Niveaubepalend is de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden van een
grotere groep rechercheurs, mede op de specifieke terreinen.
Uit de beschrijving van de organieke
functie en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen blijkt, dat betrokkene
samen met een collega coördinator rechercheprojecten in hoofdzaak
is belast met werkzaamheden terzake van Leiding/Bedrijfsvoering. Het betreft
het geven van leiding aan een groep medewerkers (circa 23), het adviseren
van de districtsleiding over (de voorbereiding van) het werkplan, verdeling
capaci-teit, signaleren van ontwikkelingen en het adviseren van de districtsleiding,
het uitvoeren en het aanspreekbaar zijn van/op de dagelijkse operationele
leiding van een grote groep medewerkers (23 medewerkers). Daarnaast het
geven van func-tionele aansturing aan de medewerkers van het bureau Infodesk
(circa 4 medewerkers), het ver-richten van de tactische coördinatie
bij onder-zoeken door regionale Bijstandsteams, waarbij het aantal medewerkers
variëert van 10 tot 40 medewerkers en de tactische coördinatie
van districte-lijke en/of regionale ad-hoc teams. Verder is betrokkene
belast met Personeeelszorg en Admin-istratie, waaronder het uitvoering
geven aan loopbaanbegeleidingsinstrumenten, zoals "beoor-delen"
en het in voorkomende gevallen optre-den als informant; het onderhouden
van in- en externe contacten en Overige Taken. Niveaube-palend is het
dragen van de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden van de afdeling
Justi-tiële Ondersteuning m.b.t. de operationele uitvoering en het
beheer, alsmede het verzorgen van de externe representatie.
De bezwarencommissie merkt op, dat betrokkene de functie uitoefent met
een collega, waardoor hij de leiding heeft over een groep van 12 medewerkers.
Toetsing leert de bezwarencommissie,
dat in beide functies sprake is van verantwoordelijkheid over de werkzaamheden
van een grotere groep (circa 10 medewerkers), mede op specifieke terreinen,
het adviseren van de leiding over de voorbereiding van werkplan en capaciteitsverdeling.
Ook de overige taken zijn vergelijkbaar.
Op grond van het vorenstaande is de bezwarencommissie van mening dat de
organieke functie gelijkwaardig is aan de referentiefunctie in schaal
9. Hierbij is een aantal aspecten nog niet in beschouwing genomen, hetgeen
hierna volgt. De bezwarencommissie heeft vervolgens de inhoud van de organieke
functie van Coördinator Rechercheprojecten getoetst aan de inhoud
van de referentiefunctie Unithoofd Recherche, schaal 10, uit genoemde
reeks.
De referentiefunctie heeft als hoofdtaken: Leiding over de recherche-unit,
inclusief aanstelling van medewerkers; Bedrijfsvoering (maakt deel uit
van de sectorleiding en participeert als zodanig in het algemene beleid
van de sector, signaleert van ontwikkelingen en adviseren van het sectorhoofd,
vertalen van de doelstellingen in beleidsplan, activiteitenplan en unitbegroting,
budgetbeheer; Contacten (in- en extern), inclusief representant politiebeleid;
Overige taken. Niveaubepalend is de eindverantwoordelijkheid voor de unit
(meerdere groepen) en de externe representatie.
Toetsing leert de bezwarencommissie, dat de leidinggevende taak in de referentiefunctie zwaarder is. Immers, Het betreft in casu de eindverantwoordelijkheid van een unit, waarbij leiding wordt gegeven aan meerdere groepen van circa 10 rechercheurs. In de organieke functie is sprake van operationele leiding t.a.v. 12 medewerkers, hetgeen inhoudelijk niet de volledige verantwoor-delijkheid omvat voor de medewerkers. In de organieke functie is daarom geen sprake van aanstellingsbevoegdheid, hetgeen in de referentiefunctie wel het geval. In de referentiefunctie maakt het unithoofd deel uit van de sectorleiding en participeert als zodanig in het algemene beleid van de sector. In de organieke functie is sprake van participatie in het afdelingsbeleid. De bezwarencommissie merkt op, dat uit de beschikbare informatie en hetgeen door partijen ter zitting naar voren is gebracht blijkt, dat in de organieke functie geen sprake is van structureel lidmaatschap van het Districtelijk Managementteam. Betrokkene participeert hierin slechts voor zover het rechercheprojecten betreffen. Als zodanig is geen sprake van structurele participa-tie in het algemene beleid van de gehele sector en is beleidsbetrokkenheid in de organieke functie minderomvattend dan in de referentiefunctie. De overige taken van de bedrijfsvoering komen in beide functies overeen, doch zijn niet niveaubepalend. In beide functies is de externe representatie niveaubepalend. Echter in de referentiefunctie betreft deze onder andere het optreden als representant van het politiebeleid, hetgeen in de organieke situatie niet het geval is.
Op grond van het vorenstaande is de bezwarencommissie van mening, dat de onderhavige referentiefunc-tie in schaal 10 zwaarder is dan de organieke functie van betrokkene. De organieke functie van Coördinator Rechercheprojecten behoort derhalve terecht te worden ingedeeld in schaal 9.
De bezwarencommissie adviseert het
bevoegd gezag de onderhavige functie van Coördinator Rechercheprojecten
in te delen in schaal 9. Het bezwaar van de ambtenaar acht de be-zwarencommis-sie
dan ook ongegrond.
Het is de bezwarencommissie overigens gebleken, dat de ontwikkeling in
de functie wellicht aanleiding geeft tot functie-onderhoud van de onderhavige
functie.
De bezwarencommissie voegt bij deze brief het verslag van de in deze zaak
gehouden hoorzitting, dat geacht wordt deel uit te maken van het advies.
Tevens voegt zij hierbij voor de ambtenaar bestemde afschriften van deze
brief en van het verslag. De bezwarencommissie verzoekt u deze afschriften
aan betrokkene uit te reiken tezamen met uw beslissing op het bezwaar.
Van die beslissing ontvangt de bezwarencommissie gaarne gelijktijdig een
afschrift.
Hoogachtend,
namens de bezwarencommissie
mr. G.J. te Loo, voorzitter
F.D.M. van Marissing, secretaris