Ga naar de sitemap om verder te navigeren Spring direct naar de inhoud

homepage cao politie

FUWAPOL Adviezen 2001

Advies nr.P/605
Functie: chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport (BAT)
FWP/02.00030
11 maart 2002
P/605

In haar vergadering van @ heeft de bezwarencommissie functiewaardering politie het bezwaar behandeld van de heer @ tegen de waardering van de organieke functie van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport (BAT) bij de Dienst @ in schaal 10. Dit bezwaar is verwoord in de aan het bevoegd gezag gerichte brief van @ en is in genoemde vergadering van de commissie nader mondeling toegelicht.
Samengevat komen de argumenten van het bevoegd gezag en de ambtenaar op het volgende neer.

Het bevoegd gezag deelt op @ mede dat betrokkene in de periode @ tot heden is geplaatst (geweest) in de functie van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport met functiecode 397. Het genoemde gezag is voor-nemens de waardering van de orga-nieke functie vast te stellen op schaal 10 van het Besluit Bezoldiging Politie (BBP). Voor het bevoegd gezag is leidraad voor de motivering van de waardering van de functie de re-ferentie van Unithoofd Parketpolitie A (schaal 10) en Unithoofd Parketpolitie B (schaal 11) uit de reeks Bijzondere taken (nr. 6) van het referentie-materiaal Nederlandse Politie. In vergelijking met de referentiefunctie van Unithoofd Parketpolitie B is de organieke functie van de ambtenaar lichter vanwege het ontbreken van het leidinggeven aan meerdere units, danwel een unit met een grote(re) omvang, inclusief de daaraan gerelateerde verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
De ambtenaar geeft (via zijn gemachtigde) in de brief van @ zijn bedenkingen weer tegen de waardering van de functie van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport in schaal 10. Hij constateert dat BAT uit twee afdelingen (units) bestaat, te weten Parketpolitie en Arres-tantenverzorging. Aldus is sprake van één unit van een grote(re) omvang.
Vervolgens blijkt uit het Sterkte-Bezettingsoverzicht van @ dat de formatieve sterkte van BAT uit 31 fte’s bestaat. Daarnaast blijkt uit het contract met de Algemene (Nacht) Veiligheidsdienst @ BV, dat hij ook de volledige leiding en verantwoordelijkheid heeft over/voor tien uitleenkrachten t.b.v. de arrestantenverzorging. Voorts blijkt uit het vacaturebul-letin @ van @ dat de parketpolitie wordt uitgebreid met 5 fte’s, waarvoor hij de volledige leiding en verantwoordelijkheid heeft, totaal dus 46 medewerkers. Een en ander is naar de mening van de ambtenaar ruim meer dan 30 medewerkers uit de referentie-functie van Unithoofd Parketpolitie B, schaal 11.
De niveaubepalende elementen van deze referentiefunctie komen overeen met die van zijn organieke functie. Hij is eindverantwoordelijk voor een grotere unit en neemt actief deel aan bestuurlijke overlegvormen. Hij maakt deel uit van het veiligheidsoverleg van de arrondissementsrechtbank @. Betrokkene heeft structureel beleidsmatig overleg met het Centraal Justitiëel Incassobureau (CJIB), de Dienst Vervoer & Transport van het ministerie van Justitie en de Penitentiaire Inrichting @ te @. Daarnaast is hij deelnemer aan het Lan-de-lijk Overleg @. De contacten van de ambtenaar komen naar hij meent over-een met die uit de referentiefunctie van Unithoofd Parketpolitie B.
Op grond van het vorenstaande is hij van mening dat zijn organieke functie gelijkwaardig is aan de genoemde referentiefunctie, hetgeen indeling in niveau schaal 11 rechtvaardigt.

Het bevoegd gezag stelt in zijn brief van @ de waarderingsuitkomst van de (orga-nieke) functie van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport, functienummer 397 vast en deelt deze functie in in schaal 10. Het bevoegd gezag baseert zich hierbij op het advies van de Hero-verwegingscommissie functiewaardering (HOC). De HOC heeft de inhoud van de orga-nieke functie getoetst aan de inhoud van de referentiefuncties Groepshoofd Parketwachters B, schaal 8, Unithoofd Parketpolitie A, schaal 10 en Unithoofd Parketpolitie B, schaal 11 uit de reeks Bijzondere Taken (nr. 6). De HOC acht de te waarderen functie lichter dan de referentie-functie van Unithoofd Parketpolitie B. In de te waarderen functie treft de HOC de niveaubepalende elementen: het actief deelnemen aan bestuurlijk overleg en de eindverantwoordelijkheid voor een grotere unit dan wel meerdere units niet aan. De eindverantwoordelijkheid, inclusief financieel en personeel, voor BAT ligt volgens de "paraplunotitie" bij de chef @.
Betrokkene maakt deel uit van de leiding en participeert als zodanig in het algemeen beleid. Hij heeft de dagelijkse leiding over de afdeling. Tot aanstelling en ontslag is bevoegd de chef @.
De HOC is van oordeel, dat de referentiefunctie Groepschef Parketwachters B, schaal 8, qua taakelementen het meest overeenkomt met de te waarderen functie. Laatstgenoemde functie acht de HOC echter aanmerkelijk zwaarder vanwege de omvang van het aantal medewerkers waaraan leiding moet worden gegeven, alsmede het gegeven, dat de functie deel uitmaakt van de leiding van @ en als zodanig participeert in het algemeen beleid.
Op grond van het vorenstaande adviseert de HOC het bevoegd gezag de te waarderen functie in te delen in schaal 10.
In zijn bezwaarschrift van @ geeft de ambtenaar (via zijn deskundige) aan, dat hij zich niet kan verenigen met de waardering van de functie van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport in schaal 10.
Hij constateert, dat het bevoegd gezag niet weerspreekt, dat hij leiding geeft aan circa 46 fte’s. Volgens het bevoegd gezag heeft de ambtenaar hierover niet de eindverantwoordelijkheid. Hij verwijst naar de advertentie in het @ van @ i.v.m. de vacature van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport. Hierin staat verwoord, dat de chef eindver-antwoordelijk is voor de afdeling Parketpolitie en Arrestantenzorg. Tevens heeft de chef de eind-verantwoordelijkheid voor de personeelszorg binnen zijn afdeling.
Hieruit blijkt de ambtenaar dat hij wel degelijk eindverantwoordelijk is voor de afdeling BAT. Uiteraard is hij hiërarchisch verantwoording verschuldigd aan de naast hogere, de chef @.
De bewarencommissie merkt op, dat voor de bepaling van de zwaarte van de organieke functie van de ambtenaar niet zozeer van belang is hetgeen in vacatureteksten e.d. is verwoord, alswel de zwaarte van de werkzaamheden zelf, zoals aangegeven in de vastgestelde beschrijving van de orga-nieke functie.
Vervolgens merkt de ambtenaar op, dat volgens het bevoegd gezag in zijn organieke functie het niveaubepalende element van het actief deelnemen aan bestuursoverlegvormen ontbreekt. Zijns inziens kan enkel het ontbreken van dit element er niet toe leiden, dat de inhoud van de te waarderen functie niet nagenoeg overeenkomt met de inhoud van referentiefunctie van Unithoofd Parketpolitie B, schaal 11, uit de reeks Bijzondere Taken (nr. 6). Ter compensatie van dit ontbrekende element geldt volgens de ambtenaar, dat in zijn organieke functie als niveaubepalende elementen zijn genoemd de verantwoordelijkheid voor de voortgang en kwaliteit van alle (ondersteunende) processen binnen BAT, direct onder de chef @ en representatie. Deze elementen ontbreken in de genoemde referentiefunctie.
Op grond van het vorenstaande acht de ambtenaar zijn organieke functie gelijkwaardig aan de referentiefunctie van Unithoofd Parketpolitie B, waardoor indeling in schaal 11 is te billijken. Secundair acht hij zijn organieke functie zwaarder dan de referentiefunctie van Unithoofd Parketpolitie A, schaal 10, waardoor de plusvariant in aanmerking komt.

De bezwarencommissie concludeert uit de met de adviesaanvraag meegezonden stukken dat de ambte-naar bezwaar maakt tegen de waardering van de functie van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport in schaal 10.
Als uitgangspunt voor de bepaling van de zwaarte van de organieke functie heeft de bezwarencommissie genomen de op @ vastgestelde functiebeschrijving van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport (BAT) bij de Dienst @.
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de functie getoetst aan de geldende normen zoals vastge-legd in het referentiemateriaal Functiewaardering Nederlandse Politie dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is vastgesteld voor de toepassing van het Besluit be-zoldiging politie, artikel 6, tweede lid, waaronder de reeks Bijzondere Taken (nr. 6), in het bijzonder de functies van Unithoofd Parketpolitie A (schaal 10) en B (schaal 11).
De bezwarencommissie heeft de inhoud van de organieke functie van betrokkene eerst getoetst aan de inhoud van de referentiefunctie Unithoofd Parketpolitie B, schaal 11, uit genoemde reeks.
Het unithoofd B is in hoofdzaak belast met de leiding van een unit parketpolitie van een grotere omvang (circa 30 medewerkers), de bedrijfsvoering (inclusief het deel uitmaken van de leiding en het participeren in het algemene beleid), het onderhouden van contacten en het verrichten van overige taken.
Niveaubepalend is het dragen van de eindverantwoordelijkheid voor een grotere unit en het actief deelnemen aan bestuurlijke overlegvormen.
Blijkens de organieke functie is betrokkene in hoofdzaak belast de leiding over de parketpolitie en de arrestantenverzorgers, beleid en bedrijfsvoering (inclusief het deel uitmaken van de leiding van @ en het participeren in het algemene beleid), het onderhouden van contacten en het verrichten van overige taken.
Niveaubepalend is het dragen van de verantwoordelijkheid van de afdeling BAT, alsmede de personele zorg voor de medewerkers, het dragen van de verantwoordelijkheid voor de voortgang en kwaliteit van alle (ondersteunende) processen binnen BAT, direct onder de chef @ en representatie. Uit de beschikbare informatie en hetgeen door partijen ter zitting naar voren is gebracht maakt de bezwarencommissie op, dat organiek leiding wordt gegeven aan 31 fte’s.
Toetsing leert de bezwarencommissie, dat in beide functies sprake is van het geven van leiding aan circa 30 medewerkers. De overige taken komen in principe met elkaar overeen, met dien verstande, dat in de referentiefunctie sprake is van eindverantwoordelijkheid, hetgeen in de organieke functie ontbreekt. Immers het diensthoofd @ is eindverantwoordelijk. Daarenboven is in de referen-tiefunctie sprake van een actieve deelname in bestuurlijke overlegvormen, hetgeen in de organieke functie niet het geval is. Een en ander wordt bevestigd door de door de ambte-naar gegeven voor-beelden.
De bezwarencommissie is op grond van het vorenstaande van mening, dat de referentiefunctie van Unithoofd Parketpolitie B zwaarder is dan de organieke functie van de ambtenaar.
Toetsing van de inhoud van de organieke functie van betrokkene aan de inhoud van de referentiefunctie van Unithoofd Parketpolitie A (schaal 10) leert vervolgens het volgende.
Het Unithoofd A van de referentiefunctie is belast met het geven van leiding aan de parketpolitie, de bedrijfsvoering (inclusief het deel uitmaken van de leiding en het participeren in het algemene beleid), het onderhouden van contacten en het verrichten van overige taken.
Niveaubepalend is het dragen van de eindverantwoordelijkheid voor een kleinere unit.
Toetsing leert de bezwarencommissie, dat in de organieke functie weliswaar geen sprake is van eindver-antwoordelijkheid, doch dit wordt in de organieke functie gecompenseerd door de verantwoor-delijkheid voor een grotere afdeling/unit. De overige taken zijn gelijkwaardig.
Op grond van het vorenstaande is de bezwarencommissie van mening, dat de organieke functie van de ambtenaar gelijkwaardig is aan functie referentie functie Unithoofd Parketpolitie A en behoort te worden ingedeeld in schaal 10.

De bezwarencommissie adviseert het bevoegd gezag de onderhavige functie van chef Beveiliging, Arrestantenzorg en Transport in te delen in schaal 10. Het bezwaar van de ambtenaar acht de bezwarencommis-sie dan ook ongegrond.
Het is de bezwarencommissie overigens gebleken, dat de ontwikkeling in de functie wellicht aanleiding geeft tot functie-onderhoud van de onderhavige functie.
De bezwarencommissie voegt bij deze brief het verslag van de in deze zaak gehouden hoorzitting, dat geacht wordt deel uit te maken van het advies.
Tevens voegt zij hierbij voor de ambtenaar bestemde afschriften van deze brief en van het verslag. De bezwarencommissie verzoekt u deze afschriften aan betrokkene uit te reiken tezamen met uw beslissing op het bezwaar. Van die beslissing ontvangt de bezwarencommissie gaarne gelijktijdig een afschrift.

Hoogachtend,
namens de bezwarencommissie

mr. G.J. te Loo, voorzitter
F.D.M. van Marissing, secretaris


terug naar vorige pagina terug naar boven