| datum: | 2 december 2009 |
|---|---|
| bron: | Staatscourant 2009, nr. 17562 |
Artikel 12 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) stelt het aantal
te werken uren vast dat de ambtenaar op jaarbasis op grond van zijn aanstelling
dient te werken. In een korps is er op grond van artikel 12a van het Barp de
ruimte om werktijdenmodaliteiten af te spreken. Uitgangspunten voor de werktijdenmodaliteiten
zijn dat zij in goed overleg tussen het bevoegd gezag en de ambtenaar worden
vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de ambtenaar,
de belangen van de dienst en de belangen van de andere medewerkers van een afdeling.
Deze uitgangspunten laten onverlet dat de ambtenaar in principe jaarlijks exact
het aantal uren dient te werken dat hij op grond van zijn aanstelling geacht
wordt te werken. Het bevoegd gezag zal op basis van een goede planning moeten
voorkomen dat de ambtenaar aan het eind van het jaar teveel dan wel te weinig
uren heeft gewerkt.
In een 24 uurs-organisatie zoals de politie, waarin op basis van diensten maar
ook op basis van incidenten wordt gewerkt, komt het voor dat aan het eind van
een kalenderjaar de ambtenaar meer of minder uren heeft gewerkt dan het exacte
aantal dat hij op grond van zijn aanstelling moest werken. Er is lang gezocht
naar een oplossing hoe met deze teveel of te weinig gewerkte uren moet worden
omgegaan.
Ter voorkoming van teveel en te weinig gewerkte uren wordt gebruik gemaakt van
de bevoegdheid om op grond van artikel 12, dertiende lid, van het Barp nadere
regels te stellen.
Hiermee komt het betreffende beleid dat is neergelegd in de eindejaarscirculaire
(EA2004/85200) te vervallen.
Deze regels zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
Over de bovengenoemde uitgangspunten is overeenstemming bereikt in het
landelijk overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken
(CGOP).
Regeling
te veel en te weinig gewerkte uren politie (pdf, 246K)