| datum: | 10-10-2006 |
|---|---|
| bron: | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
De ministers Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Hirsch Ballin (Justitie) en de voorzitter van het korpsbeheerdersberaad Cohen hebben vandaag de prestatieafspraken voor de politie voor 2007 getekend. In vergelijking met de prestatieafspraken van vier jaar geleden is de aandacht verschoven van kwantiteit naar kwaliteit. Zo is er meer aandacht voor overlast, de kwaliteit van de opsporing, de gebiedsgebonden politiezorg en de kwaliteit van de politieorganisatie. Ook zijn er afspraken gemaakt over het in kaart brengen van vormen van zware en georganiseerde criminaliteit en over het vreemdelingentoezicht.
Het akkoord geldt voor een periode van één jaar, met een optie voor nog
een
jaar.
De afspraken zullen nu vertaald worden naar regionale convenanten en
convenanten voor het KLPD en voor de Politieacademie. Met de prestatieafspraken
zijn de
afgelopen jaren aansprekende resultaten geboekt. De huidige afspraken
lopen eind dit jaar af. De betrokken partijen hebben het werken met prestatieafspraken
als prettig ervaren.
Er zijn concrete afspraken gemaakt over ondermeer het aantal aan het
Openbaar Ministerie aangeboden zaken met een bekende dader, het verbeteren
van de kwaliteit
van de opsporing en informatie over zware of georganiseerde criminaliteit.
Ook zijn er afspraken gemaakt over de mening van het publiek over de
beschikbaarheid van en tevredenheid over de politie, over gebiedsgebonden
politiewerk (wijkagenten)
en over de aanpak van notoire overlastplegers.
Een aantal afspraken is aan te merken als prestatieafspraken waarvoor
de korpsen extra geld kunnen krijgen als zij de afgesproken doelen
ook echt halen.
De resultaatafspraken gaan over een aantal meetbare factoren: 40.000
extra zaken die door de politie aan het OM worden aangeboden, doorlooptijden
van
veelplegers (binnen 30 dagen na eerste verhoor doorgeleiding aan OM),
bijna 12.000 inbewaringstellingen om de identiteit vast te stellen
van volwassen vreemdelingen in het kader van het vreemdelingentoezicht,
telefonische
bereikbaarheid
en het oordeel van het publiek.
De politie gaat meer gebruik maken van 'benchmarken', zodat - door
onderlinge vergelijking van de aanpak door verschillende korpsen
- korpsen van elkaar
kunnen leren. De korpsen zullen een lijst opstellen van notoire overlastplegers
en inzichtelijk maken welke overlastgevende groepen er in hun regio
zijn. Ieder korps deelt die informatie vervolgens met andere organisaties
in
de veiligheidsketen. Hierbij wordt ook aangegeven wat die partners
met de informatie
kunnen doen.
In de nieuwe afspraken is niets opgenomen over het aantal processen
verbaal dat de politie moet uitschrijven. De eerdere afspraken over
boetes -
het ging daarbij om boetes na staande houdingen en nadrukkelijk niet
om flitsboetes
- werden ruimschoots gehaald.
Nieuwe afspraken zijn daarom niet nodig. Uiteraard blijft de politie
wel processen verbaal uitschrijven bij overtredingen.