| datum: | 28-03-2006 |
|---|---|
| bron: | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
In het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2005-2007 is tussen partijen afgesproken om een waarborgfonds in te richten voor de Nederlandse politie. Dit fonds wordt opgericht in de vorm van een stichting. Minister Remkes informeert de Tweede Kamer in deze brief over de laatste ontwikkelingen.
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Oprichting Stichting Waarborgfonds Politie
De Ministerraad heeft op 10 maart jl. formeel ingestemd met de oprichting van de Stichting Waarborgfonds Politie. Ingevolge artikel 34 van de Comptabiliteitswet informeer ik u hierover als volgt. In het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2005-2007 is tussen partijen afgesproken om een waarborgfonds in te richten voor de Nederlandse politie. Dit fonds wordt opgericht in de vorm van een stichting.
Het Waarborgfonds is een bodemvoorziening in het geval schade van de politieambtenaar ten gevolge van een dienstongeval of anderszins ten gevolge van de dienstuitoefening niet op een andere grond wordt vergoed en dit sociaal-maatschappelijk gezien niet aanvaardbaar is. De oprichting van dit fonds vloeit voort uit het Arbeidsvoorwaardenakkoord dat tussen de minister van BZK en de vakorganisaties is overeengekomen en door de Ministerraad in november jl. is geaccordeerd.
Het fonds is een voorziening die de korpsen, BZK en de vakorganisaties gezamenlijk regelen voor de Nederlandse politie. Een paritaire commissie bestaande uit leden aangewezen door de minister van BZK en leden aangewezen door de vakorganisaties beoordelen de aanvragen van de individuele ambtenaren.
Het Waarborgfonds wordt opgericht in de vorm van en stichting. Dit, omdat in de statuten het doel van de stichting kan worden opgenomen en daardoor de afbakening van de aanspraken op grond van dit Waarborgfonds is gerealiseerd. Een stichting heeft rechtspersoonlijkheid. De ambtenaar kan bij de civiele rechter terecht, als hij niet eens is met een besluit.
Het stichtingsbestuur is dan verantwoordelijk, niet de minister van BZK. Bovendien is op deze wijze het vermogen van de stichting afgescheiden van BZK.
DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,
J.W. Remkes