Ga naar de sitemap om verder te navigeren Spring direct naar de inhoud

homepage cao politie
datum: 14-03-2006
bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Integriteitsregels opgenomen in Barp en Brvp

Met besluit van 3 februari 2006 (Stb 2006, 129) zijn in het Barp en Brvp voorschriften opgenomen voor het openbaar maken van nevenwerkzaamheden, het melden van financiële belangen en effectentransacties en het omgaan met vermoedens van misstanden.

Er is naar gestreefd de desbetreffende bepalingen in het Barp , Brvp en andere rechtspositiereglementen zoveel mogelijk gelijkluidend te doen zijn.

De voorschriften omtrent openbaarmaking van nevenwerkzaamheden en omtrent het melden van financiële belangen en effectentransacties vormen een inperking van de privacy van de ambtenaar. Daarom is het College bescherming persoonsgegevens om advies gevraagd over de wijziging van het Arar (de overeenkomstige wijzigingen van de andere regelingen zijn in een later stadium aan het besluit toegevoegd). De aanbevelingen van het college zijn verwerkt in de artikeltekst dan wel in de toelichting op artikel 55a, respectievelijk artikel 55b van het Barp

Wijzigingen in het Barp en het Brvp
Aanvullend op de hiervoor bedoelde wijzigingen is de ambtseed voor politieambtenaren en vrijwillige ambtenaren van politie, zoals neergelegd in respectievelijk de artikelen 9 van het Barp en 5 van het Brvp, tekstueel zodanig gewijzigd dat ook hier het belang van integer handelen wordt geaccentueerd.

Eveneens aanvullend is in artikel 71, eerste lid, van het Barp de verplichting neergelegd dat (ook) integriteit onderdeel moet uitmaken van het ten minste eenmaal per jaar met de ambtenaar te houden functioneringsgesprek.

Daarnaast is met het oog op de samenhang tussen diverse bepalingen op het gebied van integriteit, het invoegen van nieuwe bepalingen in het Barp, het Brvp gepaard gegaan met een herschikking van enkele artikelen in een nieuw hoofdstuk.

In artikel 55c van het Barp (oud artikel 66a), artikel 14b van het Brvp (oud artikel 19a) is ter gelegenheid van de herschikking tevens een redactionele wijziging aangebracht. Met die redactionele wijziging wordt benadrukt dat het aannemen van vergoedingen, giften en dergelijke, aan goedkeuring is onderworpen, maar dat de goedkeuring geen betrekking heeft op het vorderen daarvan of verzoeken daarom: dat is zonder meer verboden. In dit verband wordt nog gewezen op het fenomeen dat verzekeringsmaatschappijen soms kortingen aan ambtenaren aanbieden, veelal door tussenkomst van een personeelsvereniging, omdat het aantrekkelijk is aldus een collectivum – in dit geval: van ambtenaren – te bereiken en te acquireren. Duidelijk moge zijn dat hier geen sprake is van het ontvangen of bedingen van een korting door de ambtenaar «in verband met zijn ambtelijke hoedanigheid» (zoals artikel 55c Barp respectievelijk 14b Brvp luidt), omdat er geen verband is tussen een dergelijke korting en het uitoefenen van het ambt of de functievervulling door de ambtenaar.

Een uitgebreide toelichting vindt u in de nota van toelichting bij het besluit (Stb 2006, 129, downloaden pdf, 92K)

Zie ook Klokkenluidersregeling


terug naar vorige pagina terug naar boven