| datum: | 15-02-2006 |
|---|---|
| bron: | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
Geweld tegen de politie mag niet worden getolereerd en iedereen moet weten en beseffen dat de dader een krachtig antwoord in strafrechtelijke en civielrechtelijke zin van de overheid kan verwachten. Politiemensen moeten zich, ondanks alle risico’s van het politievak, beschermd weten. Dàt, dames en heren, is mijn uitgangspunt en ik ben blij dat u vandaag met mij mee wil denken hoe dat uitgangspunt verder te realiseren.
Laat ik - om dit congres te beginnen - een paar opmerkingen maken, over waar ik naar toe wil en wat we al hebben gedaan.
Het veiligheidsbeleid van dit Kabinet en de afspraken, die we met de politie hebben gemaakt gaan over handhaven. De politie is niet langer alleen maar de sociaal werker, maar schept veiligheid en pakt overtreders op. Dat werkt. In tal van steden groeit het veiligheidsgevoel van de mensen en wordt de criminaliteit teruggedrongen. Tegelijkertijd moet ik constateren dat geweld als zodanig en helaas ook geweld tegen overheidsdienaren te veel blijft voorkomen. Dat is de reden dat we vorig jaar met een actieplan tegen geweld zijn gestart. In dat plan zijn overheidsdienaren speciaal naar voren gehaald omdat zij een specifieke taak hebben. Geweld tegen hen bedreigt niet alleen deze mensen, maar ook het functioneren van onze rechtstaat. Van alle beroepsgroepen komt de politie – samen met NS-conducteurs - het meest met geweld in aanraking. Ruim 90 % van de politiemensen krijgt meerdere keren per jaar te maken met verbaal geweld en ruim 50% met lichamelijk geweld. Nog erger is de toename van de omvang en de ernst van het geweld. Recente onderzoeken geven aan dat één op de zeven politiemensen bij dit geweld letsel oploopt. Een laatste ontwikkeling waar ik mij zorgen over maak, kreeg ik te horen tijdens mijn werkbezoeken aan Utrecht en Den Haag, namelijk dat wijkbewoners zich massaal keren tegen de politiemensen die optreden. Het ging daar om een simpele bekeuring of een aanhouding.
We hebben het bij geweld niet over statistiek, we hebben het over persoonlijke drama’s. De gevolgen van geweld zijn voor sommigen nooit meer weg te nemen. Er zijn veel politiemensen die nog dagelijks geconfronteerd worden met een blijvende handicap. Zo ontving ik laatst een brief van een politieman die nog elke dag de beperkingen ervaart van het geweld dat hem in 1978 overkwam. Ook denk ik aan alle dodelijke slachtoffers die het geweld al gemaakt heeft. Hen mogen we nooit vergeten. Binnenkort wordt terecht voor hen een gedenkplaats geopend in Warnsveld: Tuin der Bezinning. Dames en heren, zeker op dit gebied heeft u niets aan woorden, maar alleen aan concrete maatregelen, en snel. En voor deze maatregelen heb ik veel steun gekregen van onder meer de Tweede Kamer en de Raad van Hoofdcommissarissen. Ook ben ik blij dat we op dit punt gezamenlijk kunnen optrekken met de politiebonden. De afspraak in de politie-CAO in het najaar van 2005 om te komen tot één uniforme en landelijke regeling voor de afhandeling van geweld tegen de politie is hier een duidelijk voorbeeld van. Maar maatregelen vereisen ook implementatie. We gaan dus dat geweld aanpakken. Wie hebben we daarbij nodig? Ten eerste natuurlijk het publiek, de burger, de toeschouwer. Dan de politie zelf. Ik heb het zowel over de politie als werkgever, als over de uitvoerende politiemensen. En we hebben een intensieve samenwerking nodig met het OM en justitie.
publiek
Eerst iets over het publiek. Het gaat misschien wat ver om te zeggen dat
in elke burger een potentiële geweldpleger schuilgaat, maar de politiepraktijk
toont helaas aan dat geweld door alle lagen van de bevolking in meer of
mindere mate wordt gepleegd. De kunst zal zijn om deze burger duidelijk
te maken dat
het wat betreft geweld tegen overheidsdienaren en zeker de politie ernst
is; duidelijk maken wat we als overheid niet meer tolereren. We moeten
ook duidelijk
maken dat we wat van het publiek verwachten; dat mensen zelf ook een actieve
rol moeten spelen in de bestrijding van geweld. En niet alleen bij het
geweld tegen de politie. De ministeries van Sociale Zaken, Justitie en
Binnenlandse Zaken werken samen aan een manifest. Dit manifest geeft de
grenzen aan.
Het
komt zichtbaar voor iedereen bij alle portalen van de overheid te hangen,
ook de digitale. We willen ook bereiken dat omstanders helpen, anderen
tot kalmte manen en de politie assisteren bij de opsporing van de daders.
U kent
die spotjes. Dat de overheid een “tot hier en niet verder”- lijn heeft getrokken, moet ook spreken
uit de urgentie waarmee de politie werk maakt van de opsporing van de daders
van geweld tegen overheidsdienaren. Het openbaar ministerie moet dan zorgen
voor een snelle en stevige vervolging.
politieleiding
Daarmee kom ik bij wat de politie en de leiding daarvan zelf kan doen om
het geweld en de gevolgen daarvan te beperken.
Geweld is natuurlijk één van de meest beroepsspecifieke kenmerken van de politie. Dat gaat op voor zowel de tegenstribbelende arrestant als voor het geweld dat de politie soms moet gebruiken; waarvoor we de politie het geweldsmonopolie hebben gegeven.
Het is goed om in recente onderzoeken van Dr.Timmer en Prof. Naeyé te lezen dat de politie zelf zorgvuldig en terughoudend omgaat met het geweldsmonopolie, al laat de registratie soms te wensen over. Om te beginnen moet het geweld worden geregistreerd en iemand moet daar voor verantwoordelijk zijn. Geweld tégen de politie kan minder worden door beleid. De korpsbeheerders moeten het personeel goed voorbereiden op het hanteren en voorkomen van geweld. Ik zei het al: één op de zeven politiemensen raakt bij geweld gewond. Helemaal voorkomen kunnen we het niet, maar wel beperken. Als we daaraan werken is het een investering die zich terugbetaalt in meer gemotiveerde en zelfverzekerde politiemensen op straat en minder ziekteverzuim.
De leidinggevenden van de mensen die de straat opgaan spelen een cruciale rol. Door hun personeelszorg, door regelmatig gesprekken te voeren over eerdere geweldsmomenten en door het periodieke functioneringsgesprek. Die gesprekken kunnen een signalerend effect hebben om te voorkomen dat politiemensen ongemotiveerd raken door het vele geweld. Ik kreeg een brief van een politieagente die schreef dat zij jarenlang met veel plezier haar werk op straat heeft verricht, maar door het vele geweld waar ze tegen aanloopt in haar werk nu overweegt om ander werk binnen of buiten de politie te zoeken. Het is goed dat vandaag de ARBO-dienst van de politie Haaglanden hun analysemethode aan u presenteert. Een eerste stap om inzicht te krijgen in het geweld op straat waarmee de politiemensen zijn geconfronteerd. Ikzelf laat een onderzoek starten naar geweld tegen de politie in uitgaansgebieden. Geweldsincidenten tegen de politie komen het meest voor in horecagebieden, vooral in het weekend. En als laatste punten voor de polit ieleiding:
Uitvoerende politie
En dan de diender met de pet. Zij zijn met name de slachtoffers van het
geweld. Wat willen we van hen? Politiemensen zelf kunnen veel doen door
hun eigen uitstraling en optreden. Fatsoenlijk gedrag door de politieambtenaar
geeft het signaal dat de agent controle heeft en overwicht. Ook een goede
fysieke conditie straalt bij agenten gezag en de bereidheid tot optreden
uit.
Ik heb met de bonden daar ook afspraken over gemaakt. Ik zie ook veel
in de initiatieven die de Raad van Hoofdcommissarissen heeft genomen
om het
respect voor het politievak terug te winnen. Bijvoorbeeld de beroepscode
en het
bejegingsprofiel.
Tijdens het bezoek aan politie Haaglanden gaf een van de politiemensen
aan dat ook de hand in eigen boezem moet worden gestoken omdat iedere
politieman of –vrouw toch verschillend omgaat met geweld. De één laat
een belediging
lopen terwijl de andere optreedt. We moeten duidelijk maken wat we wel
pikken
en wat niet. Een voorbeeld is de lijst met beledigende woorden die politie
Amsterdam-Amstelland hanteert.
OM Justitie
De Tweede Kamer heeft mij al meerdere malen verzocht om - samen met mijn
collega van Justitie - maatregelen te treffen om sneller en harder
te straffen. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor de vervolging
van de dader
of daders van het geweld.
Wat ik kan doen is er op aandringen dat het OM het gevoel van urgentie deelt. Ik weet dat collega Donner ook in die zin met het OM heeft gesproken. We hebben ook afgesproken dat hoofdofficieren of officieren van justitie regelmatig praktijkervaring zullen opdoen bij de politie of mee zullen kijken bij het politieoptreden.
Dames en heren,
Ik ga afronden. Ik heb zojuist de rollen en verantwoordelijkheden
van de verschillende partijen met u langs gelopen, maar wil mezelf
daarbij niet overslaan. Ik hoop te hebben duidelijk gemaakt dat het mij
menens
is bij
het tegengaan
van geweld tegen politiemensen. Ik zal dan ook de komende tijd
mijn verantwoordelijkheid nemen én zorgen dat het onderwerp ook bij de
andere
betrokkenen hoog
op de agenda blijft.
daders
En dan komen we ten slotte bij degene waar het allemaal begon:
de geweldpleger. We zullen er aan werken om hem of haar ervan
te weerhouden zijn agressie
op een gewelddadige manier te uiten. Maar als dat niet lukt,
dan moet de geweldplegers nog maar aan twee dingen kunnen denken. Zo
lang
ze
niet zijn
opgespoord
moeten
zij de hete adem van de politie in de nek voelen.
En als ze zijn opgespoord moeten ze, strafrechtelijk en civielrechtelijk, de prijs betalen. We zullen ze krijgen.