| datum: | 21-09-2005 |
|---|---|
| bron: | NPB, ACP en VMHPs |
Hieronder een samenvatting van het informele onderhandelaarsakkoord met minister Remkes van BZK dat op vrijdagavond 16 september bereikt werd. Het resultaat – een CAO met een looptijd van 1 juni 2005 tot en met 31 december 2007 – is volgens de onderhandelaars het verdedigen waard.
Dat wil niet zeggen dat we alle gewenste afspraken hebben kunnen maken. We zijn er echter van overtuigd dat we wel alle mògelijke afspraken hebben gemaakt: meer zat er op dit moment gewoon niet in. Inhoudelijk bevat het akkoord bovendien de nodige zaken om trots over naar huis te schrijven. Zo hebben we een betere vergoeding kunnen afspreken voor het werken in de weekendnachten en een aanzienlijk betere vergoeding voor het woonwerkverkeer. In sommige gevallen zal die oplopen tot vele honderden euro's per maand. De inspanningen van de werkgever voor zieken en arbeidsongeschikten worden versterkt – ook preventief. En de uitgangspunten van het huidige prepensioen in het kader van de ombouw naar de vervroegd pensioen/ levensloopregeling (VPL) zijn voor jong en oud goeddeels overeind gebleven. Zeker: we hebben een kleine achteruitgang in het uitkeringsniveau moeten slikken en er moet als tegenprestatie gedurende 35 jaar 1 procent meer gewerkt gaan worden. Maar dat is het dan ook. Alle andere verslechteringen op da t terrein hebben we kunnen tegenhouden.
Bij het beoordelen van het eindresultaat is het van belang te bedenken dat de onderhandelingen plaatsvonden in ongekend lastige omstandigheden. Het kabinet en het parlement hadden op sommige onderdelen vooraf de financiële speelruimte al ernstig verkleind. Daarnaast had Remkes de aanval geopend op belangrijke onderdelen van de arbeidsvoorwaarden. Aan de ene kant moesten we dus zien te redden wat er te redden viel en aan de andere kant waar mogelijk verbeteringen proberen af te spreken. De massale vakbondsacties in juni zijn voor het slagen van die operatie ontegenzeggelijk van groot belang geweest. Zonder de toen opgevoerde druk hadden we het huidige akkoord niet bereikt.
Er zijn ongetwijfeld collega's die vinden dat het resultaat niet goed genoeg is. Dat we op geen enkel dossier hadden moeten toegeven. Dat de loonparagraaf veel rianter had moeten zijn. Hen adviseren wij eens goed om zich heen te kijken naar wat er in andere sectoren zoal uit de onderhandelingen komt.
De komende weken houden de NPB, ACP en VMHP door het gehele land informatiebijeenkomsten over het informele onderhandelaarsakkoord. Op de sites van NPB, ACP en VMHP vindt u de data en locaties. Nadat de onderhandelaars van de bonden en de minister een formele CAO-tekst hebben vastgesteld, volgt nog een formele achterbanraadpleging per vakbond. Onze (bijna 46.000) leden hebben het laatste woord!
Hans van Duijn, NPB
Gerrit van de Kamp, ACP
Michiel Holtackers, VMHP
Informeel onderhandelaarsakkoord (downloaden als Word, 73 K)
ZIEKTEKOSTENVERZEKERING
Maandenlang kon met de minister geen overeenstemming worden bereikt
over het ge- zamenlijk aanbieden van een aanvullende ziektekostenverzekering
bovenop de basis- verzekering die per 1 januari 2006 voor elke
Nederlander van kracht
wordt. Niet alleen ging de werkgever niet akkoord met de door
de bonden gewenste inhoud van het aan- vullende pakket, ook bood hij
te weinig
compensatie voor
(oud-)collega's die er door de komst van het nieuwe zorgstelsel
op achteruit
gaan. Beide problemen zijn zo goed als opgelost. Het pakket
dat de bonden verlangen zal worden aangeboden. De minister en de bonden
(werkgever en werknemers) gaan de nieuwe constructie gezamenlijk
('pari- tair')
besturen.
Het aanbieden
van een aanvullende zorgverzekering zal niet gelden als een
arbeidsvoorwaarde
en dus buiten de CAO blijven.
Compensatie actieven
De compensatieregeling wordt wel in de CAO opgenomen. Onder
de actieven zijn vooral de alleenverdieners de klos. Definitieve
berekeningen van het financiële nadeel moeten nog door het
Centraal
Plan Bureau
(CPB)
worden gemaakt; de cijfers van de bonden worden daar doorgerekend.
Studenten krijgen gemiddeld € 240 als eenmalige compensatie.
Anderen krijgen – afhankelijk van de uitkomst van de berekeningen
– in
het eerste kwartaal
van 2006 tot maximaal € 35 terug over een periode van 24
maanden als bedrag ineens (dus maximaal 24 x € 35 = € 840).
Als de
cijfers van de bonden (ook)
waar blijken te zijn, zal het compensatiebedrag worden verhoogd
en de compensatieperiode worden verlengd. Zijn er kinderen
onder de 18 jaar
in
het spel, dan zal
de compensatie minder zijn. Het financiële nadeel is dan
immers ook
minder.
Compensatie post-actieven
Gepensioneerde politieambtenaren van 65 jaar en ouder moeten
door de introductie van het nieuwe zorgstelsel (lees: het
verdwijnen van de
GVP) bijna allemaal
veel meer gaan betalen voor hun ziektekostenverzekering.
In sommige gevallen kunnen de extra kosten oplopen tot meer
dan €
1.100
per
jaar. Of de vervroegd
gepensioneerde collega's tussen de 60 en 65 jaar ook zo zwaar
getroffen zullen worden, is op dit moment (nog) niet duidelijk.
Afgesproken
is dat zij in dat
geval aanspraak kunnen maken op dezelfde regeling als de
65-plussers.
Die regeling luidt als volgt: vanaf 2006 zal het financiële nadeel van de gepensioneerde politieambtenaren zeven jaar lang gecompenseerd worden. Het eerste jaar is de compensatie 100 procent, het tweede jaar 90 procent, het derde jaar 80 procent et cetera. In 2012 volgt de laatste compensatie; die bedraagt dan 40 procent. Collega's die tussen 2006 en 2012 op een gegeven moment recht krijgen op de vergoeding, beginnen op het compensatieniveau van dat jaar. (Iemand die in 2008 voor het eerst recht krijgt op de vergoeding, begint dus op het compensatieniveau van 80 procent.)
Peildatum
De peildatum voor het vaststellen van het nadeel en de gezinssamenstelling
is 31 december 2005. Wijzigingen in de gezinssamenstelling
nadien kunnen positieve of negatieve effecten hebben op de
compensatie doordat kosten
respectievelijk stijgen of dalen.
LOON
Voor 2005 wilde het kabinet niets geven. De bonden verlangden
een structurele loonsverhoging van 1,25 procent vanaf 1 januari
2005.
Het is uiteindelijk
1 procent vanaf 1 juni 2005 geworden. Deze verhoging bedraagt
minimaal € 25 per maand. Met andere woorden: de lagere inkomens
- de inkomens
in de schalen
4, 5, 6 en een deel van 7 - gaan in 2005 met meer dan 1 procent
omhoog.
Voor 2006 verlangden we hetzelfde percentage als voor 2005. We zijn uiteindelijk uitgekomen op een eenmalige uitkering van € 250 in januari 2006 en een structurele loonsverhoging van 1 procent vanaf 1 juni 2006, ook dan met een minimum van € 25. Voor de lagere inkomens een inkomensverbetering van meer dan 2 procent. Aangezien de economische cijfers van 2005 tegenvallen, is het zeer de vraag of andere sectoren er meer weten uit te slepen.
Per januari 2007 krijgen politieambtenaren opnieuw een eenmalige uitkering van € 250 en met ingang van 1 juni 2007 een structurele loonsverhoging die gelijk is aan het percentage van de prijsindex. Met andere woorden: volledige prijscompensatie, hoe hoog de inflatie ook is. Tenzij er in de eerste vijf maanden een inflatie optreedt van meer dan 1 procent, leidt dit voor de meeste collega's tot een inkomenstoename die groter is dan de inflatie.
Voor 2006 geldt dat partijen zich het recht voorbehouden het overleg te heropenen indien de pensioenpremies niet zakken tot het niveau van 2004.
Gratificatie ambtsjubileum
Per 1 januari 2006 wordt de berekening voor gedeeltelijk
arbeidsongeschikten gunstiger: hun gratificatie wordt voortaan
berekend over hun
oorspronkelijke bezoldiging.
CAO à la carte
Van de CAO à la carte-regeling wordt een aantal 'bronnen'
en 'doelen' aangepast. De bronnen 'functioneringstoelage'
en 'regeling
koop
en behoud' worden
geschrapt omdat ze niet voldoen aan het fiscaal criterium.
Daarvoor in de plaats komen
de vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en salaris. Daarnaast
wordt de vakbondscontributie van CGOP-bonden als doel opgenomen.
VERGOEDINGEN EN TOELAGEN
Verbetering reiskostenvergoeding
Op dit moment hebben we een woud aan reisregelingen. Met
ingang van 1 januari 2007 zullen deze vervangen worden door
één landelijke
reisregeling
voor
de politie, die meer rekening houdt met de toenemende flexibiliteit
die
van de
medewerkers gevraagd wordt. Op deze regeling zullen geen
regionale afwijkingen mogelijk zijn.
Over het woon-werkverkeer zijn de volgende afspraken gemaakt:
* Reizen met het openbaar vervoer wordt 100 procent vergoed.
* Voor reizen met openbaar vervoer en/of eigen vervoer wordt
€ 0,18 per km betaald.
Het maximum aantal kilometers waarop deze vergoeding van toepassing is, wordt verhoogd tot 200 km (heen en terug). De eigen bijdrage wordt verlaagd tot € 2,50 per dienst. Dus woon je 100 km van je werk? Dan wordt de vergoeding daarvoor € 737 per maand bij 22 diensten. (De berekening: 200 x € 0,18 = € 36 x 22 = € 792 minus de eigen bijdrage van € 55 (22 x € 2,50) = € 737.) Van dat bedrag is € 594 onbelast.
Hondengeleiders
Hondengeleiders die voor woon-werkverkeer met de diensthond
gebruikmaken van eigen vervoer krijgen vanaf januari 2006
een bedrag van €
0,28 per km. Daarvan is
€ 0,10 per km belast. Ze hoeven geen eigen bijdrage te betalen.
Dit is een tijdelijke voorziening in afwachting van een landelijke
regeling
voor het aanschaffen, trainen en onderhouden van de diensthond.
Verbetering operationele toelage
De operationele toelage wordt met ingang van 1 januari 2006
met 50 procent verhoogd naar € 5,73 per uur. Deze verhoging
is alleen
van
toepassing op de weekendnachten (vrijdag, zaterdag en zondag)
van 22.00 tot 07.00
uur.
LOONDOORBETALING EERSTE EN TWEEDE ZIEKTEJAAR
Op dit onderdeel hebben werkgever en werknemers allebei water
in de wijn gedaan.
Na de eerste zes maanden ziekte krijgt een politieambtenaar voortaan een korting op zijn loon van 10 procent als hij dan nog steeds helemaal niet werkt. Is hij alweer tot 35 procent van de tijd aan de slag, dan krijgt hij een loonkorting van 6,5 procent. Is hij alweer tussen de 35 en 80 procent van de tijd aan het werk, dan krijgt hij een loonkorting van 2 procent. Is hij alweer voor 80 procent of meer terug op de werkvloer, dan krijgt hij helemaal geen loonkorting. Zijn bezigheden hoeven niet zijn 'eigen' werk te zijn; reïntegratie-activiteiten leiden ook tot verminderde loonkorting.
Na 12 maanden ziekte krijgt een politieambtenaar voortaan een korting op zijn loon van 20 procent als hij dan nog steeds helemaal niet werkt. Is hij alweer tot 35 procent van de tijd aan de slag, dan krijgt hij een loonkorting van 13 procent. Is hij alweer tussen de 35 en 80 procent van de tijd aan het werk, dan krijgt hij een loonkorting van 4 procent. Is hij alweer voor 80 procent of meer terug op de werkvloer, dan krijgt hij helemaal geen loonkorting.
Na 18 maanden ziekte krijgt een politieambtenaar voortaan een korting op zijn loon van 30 procent als hij dan nog steeds helemaal niet werkt. Is hij alweer tot 35 procent van de tijd aan de slag, dan krijgt hij een loonkorting van 19,5 procent. (Dat is net iets beter dan de huidige situatie.) Is hij alweer tussen de 35 en 80 procent van de tijd aan het werk, dan krijgt hij een loonkorting van 6 procent. Is hij alweer voor 80 procent of meer actief, dan krijgt hij helemaal geen loonkorting.
Is het ziekteverzuim het gevolg van een dienstongeval, dan wordt er op geen enkel moment een loonkorting toegepast.
Deze situatie geldt conform wettelijke bepalingen voor ziekte ontstaan op of na 1 januari 2004 en treedt in werking op 1 januari 2006. Er worden geen loonkortingen toegepast met terugwerkende kracht.
KINDEROPVANG
Overeengekomen is de Regeling spaarloon politie met terugwerkende
kracht te voorzien van een deblokkeringsregeling in verband
met kinderopvang. Daarmee kunnen de kosten van kinderopvang
met toepassing
van artikel
16c, vierde lid
van de Wet op de Loonbelasting een fiscaal gunstig effect
hebben. Daarnaast
wijzen de bonden politieambtenaren die gastouderschap 'in
de buurt of in de familie' onder de vergoedingsregeling van
de
werkgever willen brengen
(ook
fiscaal) op www.gastouderservice.nl. Weinig gedoe en geheel
op maat!
CAPACITEIT EN WERKTIJDEN
Keuze voor 38-urige werkweek
De mogelijkheid om te kiezen voor een 38-urige werkweek wordt
per 1 juli 2011 met 10 jaar verlengd. Indien niet wordt gekozen
voor
deze arbeidstijdverlenging,
is 36 uur de standaard. Ook de extra pensioenopbouw bij 38
uur werken blijft van kracht.
Verlenging arbeidstijd ten bate van vervroegde uittreding
Alle politiewerknemers gaan vanaf 1 januari 2006 structureel
1 procent meer werken ten opzichte van het aantal te werken
uren in
2005. De
arbeidswaarde van deze uren is een collectieve en solidaire
bijdrage van de werknemers
aan de 'financiering' van de nieuwe regeling voor vervroegde
uittreding.
Begeeftijd
Van de reistijd van de ME bij calamiteiten en grootschalig
optreden wordt maximaal 2 uur gezien als 'begeeftijd'. Die
uren tellen
niet mee in de
maximale dienstijd conform de Arbeidstijdenwet (ATW). Ze
gelden echter wel als arbeidstijd
en worden dus gewoon uitbetaald.
Arbeidsmodaliteiten
Zowel de vakbonden als de minister vinden dat de toekenning
van uiteenlopende werkweekpatronen de afgelopen jaren niet
van de
grond is gekomen
zoals bedoeld in de CAO 1997-1998. Omdat de mogelijkheid
van maatwerk op
dat gebied voor
de werknemers steeds belangrijker wordt, zijn hierover aanvullende
afspraken gemaakt. Afwijzing van een bepaalde modaliteit
(vier werkdagen van negen
uur bijvoorbeeld) kan voortaan alleen nog maar vanwege een
'zwaarwegend' dienstbelang. Mocht er een geschil ont- staan
tussen een medewerker
en de werkgever,
dan
kan dat voorgelegd worden aan een landelijke commissie waarin
zowel de minister als de bonden zitting hebben.
Roosterafspraken en Arbeidstijdenwet (ATW)
Er zijn afspraken gemaakt met als doel het aantal overtredingen
van de ATW fors terug te dringen, onder andere afspraken
over de aanvang van een dienst na een vrije dag en het einde
van
een dienst voorafgaand
aan
een
vrije dag. Daarnaast zal er een indicatief dienstrooster
van 26 weken
worden ingevoerd
en moeten voortaan per regio doelen worden geformuleerd en
permanent metingen worden gedaan. De afspraken worden op-
genomen in het
Besluit algemene rechtspositie politie (BARP).
Indien nodig worden voor specifieke functies maatregelen genomen (aanpassing normering en/of organisatie). Die zullen in het overleg tussen de minister en de politiebonden (CGOP) tot stand komen.
Verschuivingstoelage
Met ingang van 1 januari 2008 wordt een verschuivingstoelage
ingevoerd. Het gaat om de uren die verschoven worden in het
dagrooster en
de roostervrije dagen in het dienstrooster. Om goed te kunnen
bepalen hoe
er tot een
werkbare en effectieve regeling gekomen kan worden, zal een
pilot uitgevoerd worden.
Op basis daarvan zal ook bepaald worden hoe hoog de verschuivingstoelage
moet zijn.
Nachtdienstontheffing
De regeling nachtdienstontheffing voor 55-plussers zoals
overeengekomen in de CAO 2001-2003 (ontheffing zonder doktersbriefje
en met
compensatie voor het gemis van de operationele toelage) wordt
met vijf jaar
verlengd. Voortaan
zal het ook mogelijk zijn om een gedeeltelijke nachtdienstontheffing
aan te vragen. De nieuwe afspraak is tevens van toepassing
op de piketregeling.
POLITIE SPECIFIEK
Reorganisatie politieapparaat
Het kabinet zal naar verwachting spoedig besluiten dat de
bestaande politieorganisatie drastisch gaat veranderen. In
dat proces
is behoud van werk belangrijker
dan een uitkering en werkgever en werknemer zijn daarvoor
allebei verantwoordelijk. Om bij een reorganisatie de kans
op behoud
van passend werk zo groot
mogelijk te maken, wordt een landelijke bemiddelingsorganisatie
in het leven geroepen.
Bij het vervallen van werk moet de werkgever binnen 12 maanden
minimaal twee
keer een passende functie aanbieden. Afwijzing kan leiden
tot ontslag. Salarisgarantie wordt gegeven voor een periode
van
5 jaar. Ben
je 25 jaar in dienst dat wordt
het 6 jaar, bij 30 jaar 7 jaar en bij 35 jaar 8 jaar. Datzelfde
geldt voor een ontslagbescherming indien geen passend werk
kan worden gevonden.
Overleg en medezeggenschap
In verband met de reorganisatie van het politieapparaat wordt
het regionale overleg tussen de korpsen en de vakbonden
over de arbeidsvoorwaarden
– het RGO – met ingang van 1 januari 2007 buiten werking
gesteld. De
regionale aanspraken
zullen daarom geïnventariseerd worden en op landelijk niveau
tot harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden voor de hele
Nederlandse politie leiden.
Ook zullen de gevolgen van het kabinetsstandpunt over de
commissie Leemhuis leiden
tot
aanpassing van de medezeggenschap. De werkgever zal daarvoor
te
zijner tijd een voorstel doen aan de CGOP.
Dienstongevallen
De uitkomst van dit zeer belangrijke dossier is dat de
huidige regeling materieel geheel in stand blijft.
Opbouw verlof bij beroepsziekte
De opbouw van verlof bij een beroepsziekte wordt hetzelfde
als de opbouw van verlof na een dienstongeval.
Waarborgfonds
Politieambtenaren kunnen in de toekomst een beroep
doen op een zogenaamd 'waarborgfonds'. Het gaat om
schade waarvoor de werkgever
geen juridische
verantwoordelijkheid draagt maar die toch een relatie
heeft met het werk: het ingooien van ramen door voetbalhooligans
bijvoorbeeld of
het vernielen
van auto's die bij het bureau geparkeerd staan.
Vergoeding rechtsbijstand
De tegemoetkoming in de rechtsbijstandskosten conform
artikel 69a wordt zowel aan de ongeorganiseerde
als aan de georganiseerde
politiewerknemer
toegekend.
PERSONEELSBELEID
De CAO is gericht op een duurzame loopbaan. Naast
de bevordering van 'fit en gezond' krijgt ook
ontwikkelingsgericht personeelsbeleid
een
nieuwe impuls, worden preventie en ziekteverzuim
beter
aangepakt, wordt het
voorkomen
van
ontslag bij een reorganisatie belangrijker, wordt
de reïntegratie van zieken en arbeidsongeschikten
van grotere bete- kenis
en worden ook
de gevolgen van het nieuwe schattingsbesluit
van de
UWV met een positieve insteek
in de
CAO
meegenomen.
Fit en gezond
Iedereen bij de politie krijgt met dit onderwerp
te maken. Het is de bedoeling de algemene fit-
en gezondheid te
verbeteren. Om te beginnen
zal een norm
worden vastgesteld waaraan iedereen moet voldoen.
Daarnaast
zal
een basisnorm voor de executieve medewerkers
worden vastgesteld, die weer
een niveau
hoger ligt. Tot slot zal per groep van functies
worden bekeken welke
gezond- en
fitheidseisen moeten gelden om die functie(s)
goed te kunnen uitoefenen.
In 2012 moet iedereen aan de voor hem of haar geldende eisen voldoen. Hierbij geldt 'willen en kunnen'. Iemand die niet kan voldoen aan de eisen (bijvoorbeeld door een mankement) zal niet te maken kunnen krijgen met een ongeschiktheidsontslag. Iemand die simpelweg niet wil meewerken loopt het risico van ontslag. Uiteraard wordt bij die beoordeling ook rekening gehouden met leeftijden.
De weg naar 2012 is voor velen eenvoudig, maar voor anderen een hele inspanning. Er komen stimuleringprogramma's. De bonden zullen inzetten op bijvoorbeeld gratis persoonlijk voedingsadvies, een bijdrage in de kosten voor trainingen of de sportschool, een bonus voor degenen die eerder dan noodzakelijk aan de gestelde eisen voldoen et cetera. Het geheel zal in een project worden uitgewerkt. De werkgever zal een bijdrage moeten blijven geven om het onderhoud van de verplichte fit- en gezondheid te stimuleren. De te ontwikkelen tests zijn tot 2009 niet verplicht, daarna wel.
Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid
De eerdere afspraken worden tot nu toe
in de korpsen niet goed uitgevoerd. De
minister en
de bonden
gaan dat nu verplicht
stellen en hulpmiddelen
aanbieden. Er zal een gespreksleidraad
en
bijbehorend formulier worden ontwikkeld.
De minister gaat in de korpsen controleren
of
de gemaakte afspraken worden uitgevoerd.
Erkenning Verworven Competenties (EVC)
In de CAO 2001-2003 is afgesproken de
zittende collega's geen nadeel te laten
ondervinden
van de invoering
van het PO2002-diploma. In
de regio's zouden hierover afspraken
gemaakt moeten worden. Dat is de afgelopen
jaren
onvoldoende
gebeurd. In 2006 zal dan ook op landelijk
niveau een competentie-conversietabel
opgesteld
worden
die voor
alle regio's gaat gelden.
ZIEKTEVERZUIM
Ziekteverzuim en de uitstroom van arbeidsongeschikten
verdienen nog meer preventieve aandacht.
Korpsleidingen krijgen de
opdracht ervoor
te zorgen
dat ziekteverzuim en Arbobeleid voldoende
worden gecoördineerd. Geestelijke
verzorging moet
geprofessionaliseerd worden.
Er worden landelijke
normen vastgesteld waaraan Arbodiensten
en reïntegratiebedrijven moeten voldoen.
Korpsen moeten
zichtbaar maken hoe ze hun preventiebeleid
in de organisatie hebben verankerd.
Nader vast te stellen
instrumenten
zullen de korpsen verplicht moeten
toepassen.
Reïntegratie van zieken en arbeidsongeschikten
Worden werknemers in hun inkomen
bedreigd door ziekte en arbeidsongeschiktheid,
dan heeft de werkgever een toenemende
verantwoordelijkheid om aan het
voorkomen van dat nadeel maximaal
bij te dragen. Indien de
verzekering de kosten
van de reïntegratie niet (geheel)
dekt,
komen
deze voor rekening van
de werkgever. Elk verzuim wordt
eventueel vanaf
de
eerste dag beoordeeld op het nemen
van
maatregelen, begeleiding et cetera.
De werkgever stelt voor de
zieke politieambtenaar passende
werkzaamheden beschikbaar. Als er daarbij
werkplek- of vervoerproblemen
zijn, worden die voor rekening
van de werkgever
opgelost.
Is er een dispuut tussen bijvoorbeeld de huisarts en bedrijfsarts over de vraag of en in welke mate een zieke politieambtenaar kan werken, dan wordt een onafhankelijke medische commissie ingeschakeld. De kosten daarvan zijn voor rekening van de werkgever. De leidinggevende blijft altijd verantwoordelijk voor de begeleiding van de zieke, maar kan daarbij ook andere collega's inschakelen.
Gevolgen schattingsbesluit UWV
Afgekeurde collega's die worden
getroffen door het zogenaamde
schattingsbesluit kunnen rekenen
op een
maximale inspanning
van de werkgever om de
nadelige gevolgen te compenseren.
Afhankelijk van de omstandigheden
biedt
de
werkgever in verband met de
plotseling verhoogde verdiencapaciteit werk
aan, zo nodig op een hoger
loonniveau. Dat
kan ook werk zijn buiten de
politieorganisatie, zonder
dat
het dienstverband
wijzigt.
Alleen zwaarwegend dienstbelang
kan
de werkgever van deze verplichting
ontslaan.
Als het allemaal niet lukt,
krijgt de werknemer
5 jaar
financiële compensatie.
Een bijzondere categorie vormen de voormalige collega's die ooit door een dienstongeval arbeidsongeschikt zijn geworden en de politie hebben (moeten) verlaten. Ook zij worden geholpen als ze zich melden nadat ze door het schattingsbesluit ineens te maken krijgen met een terugval in inkomen. De voormalige werkgever zal zich inspannen om ook voor deze ex-collega's de nieuwe verdiencapaciteit te helpen invullen.
VERVROEGD PENSIOEN EN LEVENSLOOP
Het huidige prepensioensysteem
van de politie zal worden
omgezet in
een nieuw systeem.
De belangrijkste afspraken
in dat systeem
zijn:
* Executieve politieambtenaren
tot en met schaal 11 kunnen
sparen voor
uittreden op 60-jarige
leeftijd met 76 procent
van het middelloon
(nu
80 procent).
* De overige politieambtenaren
kunnen sparen voor uittreden
op 61- jarige
leeftijd met
66,5 procent van het middelloon
(nu 70
procent).
Voor de rest blijft de
regeling ongewijzigd. Voor
de werknemer
blijven de kosten
voor het sparen hetzelfde
als onder de huidige AFUP-regeling.
Het nieuwe systeem kent twee onderdelen. Ten eerste wordt jaarlijks verplicht de maximale fiscale vrijstelling voor 'vroegpensioen' gespaard. Ten tweede wordt gespaard via het levensloopfonds. De levensloopbijdrage van de werkgever zal als toelage op het salaris worden uitbetaald. Iedereen zal zelf de keuze moeten maken of en in hoeverre dat bedrag wordt 'doorgestort' naar het levensloopfonds.
Overgangsrecht is afgesproken voor iedereen met uitzicht op het gebruik van de Tijdelijke Ouderen Regeling (TOR) en vervroegde pensionering onder de zogenaamde Polisvoorwaarden FLO – ook voor degenen die op 1 januari 2005 nog geen 55 jaar oud waren. Zij behouden voor 100 procent de huidige aanspraken. Voor degenen die bij indiensttreding 35 jaar of ouder waren, de vliegers en schaal 12 en hoger wordt apart overgangsrecht gemaakt.
Conclusie: de grote aanval van Remkes is afgeslagen. De solidariteit tussen jong en oud blijft overeind. Er is, afgedwongen door het fiscaal regiem, wel ingeleverd op het uitkeringsniveau en er wordt een extra bijdrage verlangd in de vorm van 1 procent meer werken. Degenen die dat laatste niet willen, kunnen arbeidsduurverkorting aanvragen.
WGA-WIA
Per 1 januari 2006
wordt de WAO vervangen
door
de WGA/WIA. Omdat
alle regelingen
die aan de
huidige WAO
hangen
gewijzigd worden,
is het nodig
nieuwe afspraken
te maken. In de
nieuwe situatie komen er
drie 'cohorten'
van arbeidsongeschiktheid,
te
we- ten: 0-35 procent,
36-80 procent en
80-100 procent.
Alleen mensen
die in de laatste
categorie
vallen hebben nog
recht op een 'WAO-uitkering'.
Voor de andere
twee cohorten moeten
afspraken
gemaakt
worden in de CAO.
Het voorliggende principe-akkoord bevat afspraken over het eerste cohort. Medewerkers die voor 0-35 procent arbeidsongeschikt worden, krijgen 5 jaar lang 70 procent van hun inkomensverlies gecompenseerd. Eventuele salarisstijgingen of periodieken worden niet gekort op de compensatie. Voor het tweede cohort zijn we afhankelijk van afspraken op centraal niveau. Op het moment dat die zijn afgerond zal door de vakbonden beoordeeld worden in hoeverre nadere afspraken nodig zijn voor de sector politie.
WW
Mocht het zo
zijn dat de
WW per 1
januari 2006
wijzigt, dan
zullen
de
vakbonden
overleg plegen
over de gevolgen
daarvan voor
de sector politie.
De
wijzigingen
in de rechtspositie
zullen
dan per 1 januari
2007 ingevoerd
worden.