| datum: |
05-09-2005 |
| bron: |
ACP, NPB, VMHP |
"Concernmodel" heeft grote gevolgen
Het rapport van de commissie Leemhuis heeft de titel "Lokaal verankerd, nationaal versterkt".
De politievakorganisaties ACP, NPB en VMHP hebben diepgaand kennis genomen
van het lijvige rapport van bovenvermelde commissie. Vervolgens zijn ten
aanzien van de inhoud standpunten geformuleerd die hieronder zijn weergegeven.
- De rapportage bestaat uit een voorwoord, een managementsamenvatting,
9 hoofdstukken en een achttal bijlagen. De indeling van de rapportage
laat zich echter ook anders
omschrijven. De eerste 114 bladzijden vormen een analyse van de bestaande situatie
terwijl de rest van het rapport zich richt op een, op die analyse gebaseerd,
verbeteringsvoorstel als alternatief voor het huidige politiebestel. De in
de analyse opgenomen beschrijving van de wijze waarop het bestel functioneert,
is
van uitstekende kwaliteit. Alle bijzonderheden en specifieke kenmerken van
het functioneren van de Nederlandse politie zijn er op een uiterst heldere
wijze
in verwoord. Een en ander is zo duidelijk en praktijkgericht omschreven dat
dit deel gemakkelijk als achtergrondliteratuur kan dienen bij studies
op het gebied
van politiekunde. De stijl en toonzetting van de analyse zijn diplomatiek en
zalvend. Alle geledingen en spelers in het bestel, van werkvloer tot korpsbeheerder
krijgen de complimenten voor de kwaliteit van hun werk, en de vooruitgang die in de afgelopen 10 jaar is geboekt. Tegelijkertijd leidt
de analyse tot de conclusie dat er nog veel te verbeteren valt. De door de
commissie genoemde verbeterpunten en knelpunten zijn haar aangereikt door zowel
kabinet
als de politiebranche zelf.
Vanzelfsprekend ligt de noodzaak tot verandering of doorontwikkeling van de organisatie
zeker niet uitsluitend in interne factoren. Talrijke externe factoren bijvoorbeeld
de internationalisering van de samenleving en de criminaliteit, de toegenomen
terreurdreiging, de toegenomen gebruiksmogelijkheden van technologie vragen ook
om een heroriëntering op de structuur van de organisatie.
- Het gaat naar het oordeel van de vakorganisaties in het rapport enigszins
mis als de analyse vanaf bladzijde 114 overgaat in het beschrijven van een
verbeteringsaanpak.
Kort en goed. De analyse leidt tot de goed onderbouwde conclusie dat het
huidige bestel aanpassing vereist. In slechts anderhalve bladzijde worden
5 theoretische
mogelijkheden gepresenteerd die op een na, het concernmodel, ogenblikkelijk
weer terzijde worden geschoven op basis van hun vermeende ongeschiktheid
om bestaande
knelpunten het hoofd te bieden. Vervolgens wordt de rest van de rapportage
gewijd aan de uitwerking van dit concernmodel. Allereerst moet opgemerkt
worden dat
de term concernmodel, in de context van wat de Stuurgroep ermee bedoeld,
een beetje bedrieglijk is. De term "concern politie" is namelijk al enige tijd in gebruik binnen de sector politie. Op dit moment
wordt er het verbetermodel mee bedoeld dat de vakbonden ook voorstaan, namelijk
het stimuleren en doorontwikkelen van samenwerking binnen de ruime mogelijkheden
die de huidige Politiewet biedt. De term concernmodel politie staat dus feitelijk
voor een model dat de Stuurgroep zeer rigoureus afwijst. Dit verklaart waarschijnlijk
ook waarom de korpschefs en korpsbeheerders, in ieder geval aanvankelijk, zo
positief reageerden op de rapportage. Ze doen er dus goed aan om het rapport
in zijn geheel te bestuderen. Terug naar de rapportage. De Stuurgroep stelt voor
dat de politieregio’s beheerd gaan worden door een concernbestuur dat bestaat
uit 4 personen. Dit bestuur stelt beleidsplannen op, overlegt met de Ministeries,
beschikt over een beheerstaf die gaat over het wagenpark, de informatievoorziening,
HRM management etc. Om aan alle onduidelijkheid een eind te maken: De korpsbeheerder
in zijn huidige vorm verdwijnt, de rechtspersoonlijkheid van een afzonderlijk korps verdwijnt en de korpschef wordt in feite zetbaas
van zijn concernbestuur. Dit model is eigenlijk niet anders te zien als een vorm
van nationale politie. De Stuurgroep vindt van niet. Immers zo betoogt zij, de
huidige geografische indelingen van de regio’s worden zoveel mogelijk in stand
gehouden. Bij "echte" nationale politie zouden ook die indelingen ter discussie staan. Naar onze opvatting
is deze redering weinig overtuigend. Het verdwijnen van de rechtspersoonlijkheid
van korpsen is een feite een doorslaggevend argument om van nationale politie
te kunnen spreken.
In lijn met de wensen van zo ongeveer iedere betrokkene, ook van ons, blijven
in de gedachten van de Stuurgroep de bestaande gezagsverhoudingen en dus
ook het dualisme daarin, ongewijzigd.
- Door anderen is naar voren gebracht dat de stuurgroep een nieuw nadeel
introduceert in het door haar voorgestane model. Beheer wordt in het besteladvies
namelijk
ontkoppeld van gezag. Critici zeggen dat dit niet verstandig zou zijn omdat
de combinatie van beide in de huidige situatie juist een deel van het succes
van
de vooruitgang in de afgelopen tien jaren verklaart. De politiebonden zijn
het hier mee eens, ofschoon wij opmerken dat beheer en gezag ook nu niet
volledig
in een hand liggen. Het regionaal college is bepaald niet te zien als equivalent
van de gezagsdragers ondanks dat dit college bestaat uit alle burgemeesters
uit de regio, aangevuld met de hoofdofficier van Justitie. Niettemin vinden
de bonden
dat het nog verder op afstand zetten van het beheer nieuwe problemen zal
introduceren.
- De titel van het rapport is: "Lokaal verankerd en nationaal versterkt". Nationale versterking moet, zoals gezegd, in de ogen van de commissie plaats
vinden door de vorming van een concern. De versterkte lokale verankering dient
onder meer plaats te vinden door de positie van de gemeenteraden wettelijk
te versterken. Op zich is dit geen slechte gedachte. Deze suggestie kan echter
ook
in het huidige bestel worden gerealiseerd.
- De politievakorganisaties ACP, NPB en VMHP denken dat het voorgestane
concernmodel ten koste zal gaan van de genuanceerde afwegingen die nu plaats
vinden in
het toedelen van politiecapaciteit. Indien er een sterke landelijke prioriteitenstelling
komt zal dit ten koste gaan van lokale behoeften en wensen. Het is zo dat
ook
in de huidige situatie een spanning bestaat tussen lokaal en landelijke
prioriteiten, maar in het voorgestane model wordt deze discussie in de
praktijk beslecht
door het landelijke te laten prevaleren. Van deze tendens, die dus alleen
maar zal
toenemen, zijn in de huidige situatie al voorbeelden te noemen. Politieke
hypes zoals bolletjesslikkers, een ontsnapte tbs’er, een staatsbezoek van
een bevriend
staatshoofd, etc leiden tot inzetbeslissingen die op andere gronden genomen
worden dan reële dreiginganalyses. Niet zelden hebben deze personeelsinzetten
een verlammende
werking op de dagelijkse gang van zaken.
- Herhaaldelijk wordt in de rapportage vermeld dat visies van de politie
op haar werk ook onderwerp van democratische controle zouden moeten zijn.
Verwezen
wordt
onder andere naar de "tegenhouden" discussie en het recent gepresenteerde visiedocument van de Raad van Hoofdcommissarissen.
Het al te stellig poneren van eigen opvattingen binnen de politie wekt kennelijk
een beetje wrevel op. Dit is een voorbeeld, er zijn er meer, waarbij fijntjes
te verstaan wordt gegeven dat de zinsnede uit de Politiewet "ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en de geldende rechtsregelen in de ogen
van de stuurgroep" iets meer terughoudendheid van de politie vereist dan zij zelf meent. Anders
gezegd; de politie opereert in de ogen van de commissie veel te zelfstandig
in de wijze waarop dergelijke visiedocumenten worden ontwikkeld en omarmd.
Met deze
opvatting wordt een fundament gelegd voor de legitimatie van de concerngedachte
nieuwe stijl.
- Een eventuele herziening van het bestel zal ook leiden tot verandering
van arbeidsvoorwaardenoverleg en medezeggenschap. Wij beschouwen dit
op zich als
een neutraal gegeven waaraan zonodig door ons invulling aan gegeven zal
worden. Omdat bepaald niet uit te sluiten valt dat er in de nabije toekomst
iets
zal veranderen, adviseren wij kaderleden en leden alle lokaal afgesproken
rechtspositionele
verworvenheden, voorzover dat niet gebeurd is, op schrift te stellen.
Daarmee wordt voorkomen dat bij een overgang naar een nieuwe situatie, aanspraken
verloren zullen gaan.
- Concluderend; De politiebonden zijn van mening dat de rapportage van
de commissie Leemhuis een goede probleemanalyse presenteert van het
huidige bestel. De wijze
waarop zij meent de problemen het hoofd te bieden vraagt een veranderingsoperatie
die veel meer overhoop haalt dan nodig is. Met doorontwikkeling van
het huidige
bestel kan hetzelfde resultaat bereikt worden tegen aanzienlijk minder
inspanning. Daarnaast introduceert het voorgestane model, met name
de ontkoppeling van
beheer en gezag nieuwe problemen in evenwichtige afweging van lokale
en nationale prioriteiten.
Gerrit van de Kamp (ACP)
Hans van Duijn (NPB)
Michiel Holtackers (VMHP)