| datum: | 25-05-2005 |
|---|---|
| bron: | NPB, ACP en VMHP |
Aan de besturen van:
CDA, VVD, PVDA, SP, GROEN LINKS, D66
Datum: 23 mei 2005
Geacht bestuur,
Voor het volgende vragen wij uw aandacht. Enige tijd geleden is het arbeidsvoorwaardenoverleg van de sector politie vastgelopen omdat er onoverbrugbare verschillen van mening bestaan tussen de opvattingen van de bonden en die van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. De grootste verschillen van mening hebben betrekking op de dossiers vut, prepensioen en levensloop (VPL) en op de vraag hoe omgegaan dient te worden met de gevolgen van afschaffing van de publiekrechtelijke zorgverzekering DGVP als gevolg van de invoering van het nieuwe zorgstelsel. Ook zijn de meningen verdeeld als het gaat om de doorbetaling tijdens het tweede ziektejaar en de inpassing van wetgeving in de rechtspositie van de politie.
De leden van onze vakorganisaties hebben hun ongenoegen geuit over de wijze waarop de Minister zich positioneert in het overleg. Hij doet dat naar onze wijze van zien vooral als lid van het Kabinet en niet als sectorwerkgever. In beide dossiers wordt de politiesector in vergelijking met een gemiddelde werknemer in Nederland veel harder getroffen. Iedere poging van de politievakorganisaties, om rekening houdend met het bijzondere karakter van de politiefunctie en de kaders van het sociaal akkoord en die van het nieuwe zorgstelsel, een zekere vorm van compensatie te bereiken stuit op onwil van de minister. Hij beroept zich daarbij op kabinetsbeleid. De minister geeft blijk niet goed te kunnen omgaan met de rol die de overheid heeft als werkgever en als wetgever.
Nu dus langzamerhand blijkt dat het kabinet het arbeidsvoorwaardenoverleg van de politie verplaatst van sectorwerkgever naar kabinet is het voor onze achterban (46000 leden elk met hun eigen achterban, in totaal ca 120.000 mensen) interessant te weten welke standpunten de grootste politieke partijen in Nederland daarbij innemen. Immers hun stemgedrag lijkt de enige manier om invloed uit te oefenen op hun arbeidsvoorwaarden. Wij kunnen niet verwachten van u dat u zich volledig verdiept in alle dossiers die de Minister van BZK en ons verdeeld houden. Mede daarom zou ik graag uw opvatting vernemen over slechts een onderdeel van de totale problematiek. Ik verzoek u dan ook om een reactie op de volgende vraag.
In hoeverre vindt u het redelijk dat Minister Remkes als sectorwerkgever in gesprek treedt met de politievakorganisaties zonder de sectorspecifieke omstandigheden en regelingen, zoals bijvoorbeeld de nog maar kort bestaande op kapitaaldekking gebaseerde prepensioenregeling (zes jaar geleden onderling overeengekomen) als uitgangspunt te nemen?
In afwachting van uw antwoord,
Met vriendelijke groet,
G. van de Kamp, ACP
J.F.W. van Duijn, NPB
M. Holtackers, VMHP