Ga naar de sitemap om verder te navigeren Spring direct naar de inhoud

homepage cao politie
datum: 25-11-2004
bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Speech minister Remkes Opening congres “naar een veiliger samenleving”

Dames en heren,

Vandaag zijn we bij elkaar voor een congres dat als titel heeft ”naar een veiliger samenleving” en ik ben gevraagd om een stand van zaken te geven, een tour d’horizon. Dan moet ik beginnen met toen we in 2002 als kabinet het veiligheidsprogramma – dat ook de titel “naar een veiliger samenleving”droeg – opstelden.

Dat was het begin van een antwoord op het groeiende gevoel van onveiligheid dat in brede kring bestond. De verkiezingsuitslagen gaven dat ook duidelijk aan.

Maar het beeld van onveiligheid werd toen nog bepaald door de – ik zou haast willen zeggen - “klassieke” criminaliteit: roof, diefstal, straatgeweld. Van grote criminaliteit tot overlast; van maffioso tot rotjongens. Zij waren de redenen dat mensen zich onveilig voelden. De laatste tijd zijn we geconfronteerd met andere – en heel schrikbarende - vormen van onveiligheid: ideologisch of religieus geïnspireerd terrorisme.

De moord op Theo van Gogh en de aanslagen die daarop volgden bepalen nu de publieke en politieke agenda. Maar eigenlijk mogen we onze agenda’s niet door anderen laten bepalen; niet door hen die de maatschappij willen ontwrichten. We zullen ook in de toekomst steeds onze eigen keuzen moeten willen maken, wetend dat we soms achteraf de handen voor de ogen moeten slaan. Maar wij zullen de koers zelf bepalen. Wij laten ons niet afschrikken En gelukkig beschikken wij daarbij over een groot aantal bekwame mensen. Mensen die – met gevaar voor lijf en leden – voor ons de moeilijke klussen opknappen. Zoals het arresteren van zwaarbewapende terroristen.

Ik wil graag op deze plaats mijn waardering uitspreken voor de dappere politiemannen en vrouwen, die het gevaar niet schuwden om hun werk te doen. Alle hulde en waardering!

De bestrijding van terrorisme is in de handhavingskant in principe niet anders dan elk ander geweld. Een moordenaar is een laffe moordenaar – hoe hij zichzelf ook noemt. Een terroristische groep – achter welke ideologie ze zich ook verschuilen – is een criminele organisatie. En zoals bij elke strijd tegen onveiligheid is ook hier samenwerking de sleutel.

Het verschil zit hem in de informatiemethoden en in de preventie. Dat betekent dat - tegenover de radicale afwijzing door extremisten van belangrijke kernwaarden in onze samenleving en van onze rechtsstaat en democratische principes - wij een radicale handhaving van de democratie en rechtsstaat moeten stellen. En dat betekent met name dat we iedere burger die deze waarden wel respecteert, in de armen moeten sluiten in de strijd tegen fundamentalisme en extremisme. We mogen geen tegenstellingen in de maatschappij accepteren die anderen ons op willen leggen.

Maar nu terug naar het thema van vandaag. Of beter nog: de thema’s die uzelf voor vandaag hebt aangedragen: de aanpak van veelplegers; de aanpak van jeugdcriminaliteit; zorgen dat jeugdigen niet wegglijden in een criminele carrière; het herstel van het gezag in het publiek domein; het elkaar aanspreken op resultaten en het benoemen van verantwoordelijkheden; en het hierbij betrekken van burgers en het bedrijfsleven.

Vandaag gaat u niet alleen kennis maken met wat er allemaal gebeurt maar ook wat er nog moet gebeuren. Uiteindelijk gaat het om de uitvoering en hoe je dat het beste doet. Hoe realiseer je een veiliger samenleving is niet voor niets het thema van deze dag.

En een adequate aanpak is noodzakelijker dan ooit.
Dames en heren, uit het onlangs verschenen rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat de Nederlandse bevolking vreest dat de veiligheidsproblemen de komende tijd groter worden. Mensen willen een actievere aanpak van de problemen, maar mensen zijn niet optimistisch dat dit ook gaat gebeuren. Dat is een verontrustend signaal.

Vertrouwen in de overheid in het algemeen en in de politie en justitie in het bijzonder is een noodzakelijk fundament onder onze rechtsstaat. Het is onze opdracht om vertrouwen te wekken en waar te maken.

Wat hebben we gedaan?
We zijn begonnen met het opruimen van de geconstateerde tekorten in de rechtshandhaving. Daartoe is de hele strafrechtsketen versterkt en zijn resultaatsafspraken gemaakt. Te beginnen met de politie.

Het vandaag gepubliceerde jaarverslag 2003 van de politie, dat hier op dit congres ook verkrijgbaar is, geeft overigens aan dat de politie er goed in is geslaagd de afspraken uit te voeren die we voor 2003 hebben gemaakt.

Maar ook op andere fronten wordt er heel veel aan gedaan om ervoor te zorgen dat, als de verdachte is gepakt, hij daadwerkelijk kan worden vervolgd, berecht, gestraft en zo mogelijk weer gerehabiliteerd. De eerste resultaten zijn zichtbaar en stemmen voorzichtig optimistisch.

Ik vind het daarbij essentieel dat we vooral onze jeugd op het goede spoor zetten en houden. De aanpak van risicojongeren is daarom één van de speerpunten in het veiligheidsbeleid. Door een verbeterde samenwerking krijgen we scherper in beeld over wie we het hebben en wat we moeten doen. Er is een intensivering van de dadergerichte aanpak. Aan de ouders waarvan de kinderen dreigen te ontsporen wordt opvoedings- en gezinsondersteuning geboden. Individuele trajectbegeleiding vindt plaats en in het hele land is overleg geregeld waar de van elkaar afhankelijke partners zoals de politie, het OM, de Raad voor de Kinderbescherming bij elkaar zitten.

In één van de themasessies van vandaag zult u merken dat een groot aantal instanties betrokken is bij de aanpak van de jeugdcriminaliteit en dat u daarbij – wat ik zei - sterk van elkaar afhankelijk bent.

Ook de aanpak van volwassen veelplegers is overal in het land in volle gang. Ik merk bij mijn vele en veelsoortige kontakten met het veld dat een breed besef bestaat dat een persoonsgerichte aanpak daarvoor nodig is en dat oplossingen ook binnen handbereik komen. Veiligheid en zorg moeten hun krachten bundelen om een einde te maken aan de veel bekritiseerde draaideuren. Op alle niveau’s zie ik verbindingen tot stand komen.

Dit is wat mij betreft pas het begin. Hier moeten we de komende jaren fors werk van blijven maken. Volharding in de gekozen aanpak is noodzakelijk. Dit is niet een mode of een nieuwtje; dit is dé manier van werken. Alleen structurele maatregelen lonen.

Dames en heren, we moeten goed beseffen dat veiligheid iets is dat zich voor mensen vooral in de eigen omgeving afspeelt. In de buurt of in de wijk. En daar is nog een wereld te winnen. Daar komt ook alles samen: zorg en welzijn, huisvesting en scholing, justitie en politie, burger en bestuur.

Het is niet makkelijk om al die partijen bij elkaar te brengen en op de juiste momenten met elkaar samen te laten werken. Dat vereist een krachtige regie. Ik merk gelukkig ook dat bij veel gemeenten het besef aanwezig is dat juist zij een belangrijke rol vervullen bij het coördineren en regisseren op het gebied van veiligheid. Ik zie dat veel gemeenten op dat punt ook de juiste initiatieven ontplooien.

Maar – er is een maar - ik constateer ook dat soms gemeenten moeite hebben bij het waarmaken van die rol. Dat is begrijpelijk want vooral voor de kleinere gemeenten is dit geen gemakkelijke taak.

Toch moet het.

Vooral op het lokale niveau moet de aansturing worden verbeterd en de gemeenten moeten hiervoor zijn toegerust. Dit vergt bovenal ook bestuurlijk lef om tot goede samenwerking en resultaten te komen. Het gaat om het organiseren van samenwerking en het kiezen voor veiligheid.

Op 1 november is het project Veilige Gemeenten van start gegaan. Daarmee wil ik samen met de VNG vooral de kleine en middelgrote gemeenten steunen om daarmee de lastige regierol te versterken en de lokale samenwerking tussen veiligheidspartners te verbeteren.

Centraal in de afspraken die ik met de gemeenten wil maken over veiligheid - en ook in de afspraken die ik met de VNG heb gemaakt over interbestuurlijke verhoudingen - staat de uítvoering van beleid.

Dames en heren, ik bied met de zogenaamde urgente aanpak, ondersteuning aan gemeenten om lokale veiligheidsproblemen aan te pakken. Om een voorbeeld te geven: met Den Haag is zo - in goede samenwerking - een begin gemaakt met de aanpak van overlast door illegalen. Maar ook de overlast bij uitgaande jeugd is aan bod gekomen. En véél gemeenten pakken flink aan. Kijk ook naar het westelijk havengebied in Amsterdam en Vinkenslag in Maastricht. En zo hoort het ook.

Gemeenten moeten het zelf doen en ik steun daarbij waar mogelijk. Maar ik kan en ga niet de gemeentelijke verantwoordelijkheid overnemen.

Een weerbaarder sámenleving, dat is wat we willen. Waarbij niet de overheid een monopolie wil - of zelfs kan - hebben op het leveren van veiligheid. Ook burgers en bedrijfsleven zijn partij. Publiek-private samenwerking komt gelukkig steeds beter tot stand en ook bij de burgers is bereidheid mee te werken. Maar dat gaat niet vanzelf.

Het voorbeeld-gedrag door een betrouwbare overheid helpt hierbij en ook voorlichting en het aanbieden van ondersteuning. De gestarte publiekscampagnes, de meldlijnen en de lokale veiligheidsarrangementen openbaarvervoer zijn hiervan voorbeelden. Het centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid biedt instrumenten aan voor veilig wonen en veilig ondernemen.

Dames en heren, in de strijd tegen de onveiligheid staan we niet los van elkaar, maar trekken gezamenlijk op. Als er íets is dat we allemaal willen en als er iets is dat we alleen kunnen bereiken door samen te werken, dan is het veiligheid.

Dit kabinet zal op rijksniveau ketens verbinden en waar nodig zorgen voor samenhang in beleid. Waar gemeenten en provincies aan zet zijn zal het kabinet hulpmiddelen aanreiken en samenwerkingsverbanden stimuleren. Het is niet alleen zaak om binnen ketens de juiste afstemming te realiseren maar ook tussen ketens.

U zult vandaag in allerlei vormen zien hoe de uitvoering van het veiligheidsbeleid gestalte krijgt. En dat is vaak gewoon mensenwerk. U zult vandaag veel mensen ontmoeten die uw bondgenoten zijn in het realiseren van een maatschappelijke opdracht.

U staat er niet alleen voor. Zie deze dag als een steuntje in de rug om te weten wat er moet gebeuren maar ook hoe. En dat we dat ook doen.

Ik wens u daarbij veel succes en een plezierige dag.


terug naar vorige pagina terug naar boven