| datum: |
05-04-2004 |
| bron: |
-- |
Akkoord over arbeidsvoorwaarden en overgangsrecht Vorming Nationale Recherche
De politievakorganisaties NPB, ACP, ANPV, VMHP en de korpsbeheerder van het KLPD
hebben op 1 april 2004 overeenstemming bereikt over de arbeidsvoorwaarden en
het overgangsrecht in het kader van de vorming van de dienst Nationale Recherche
van het KLPD.
Hierbij zijn de volgende afspraken gemaakt:
- Voor de dienst Nationale Recherche zullen de arbeidsvoorwaarden van het
KLPD gelden. Deze arbeidsvoorwaarden zijn uitgebreid met een aanvullende
regeling woon-werkverkeer KLPD.
- In de bijlage is het Overgangsrecht Vorming Nationale Recherche 2004 opgenomen,
waarover overeenstemming is bereikt. Voor arbeidsvoorwaarden waarvoor geen
overgangsrecht is afgesproken, geldt dat per 1 januari 2005 de arbeidsvoorwaar-den
van het KLPD van toepassing zijn.
- De aanvullende regeling woon-werkverkeer KLPD kent alleen een financiële
vergoeding voor bovenmatige reistijd. In 2004 zal in overleg met het GO
KLPD voor het KLPD als geheel worden bekeken of het wenselijk is om per
1 januari
2005 ook vergoeding in tijd toe te staan.
- Momenteel kent het KLPD geen vaste afkoopsom voor verblijfskosten tijdens
dienstreizen. In 2004 zal in overleg met het GO KLPD voor het KLPD als
geheel worden bekeken of het voor bepaalde categorieën medewerkers wenselijk
is
om per 1 januari 2005 een vaste afkoopsom te verstrekken.
- Het Inrichtings- en Formatieplan voor de dienst Nationale Recherche en
de voorgestelde formatieaanpassingen voor de concerndiensten, bureaus,
dienst operationele Ondersteuning & Coordinatie en dienst Specialistische Recherche Toepassingen zijn overeenkomstig
het positieve advies van de OR KLPD vastgesteld. De reparatie bij de concerndienst
Facilitair Bedrijf (3 FTE Huis-meester i.p.v. Medewerker Materieel en Onderhoud
Gebouwen) is daarin meegenomen.
- De tijdelijke aanstelling van medewerkers uit de regiokorpsen geschiedt
op basis van artikel 4a BARP. Zoals vermeld in de toelichting op dit
artikel zal bij de aanstelling een driezijdig convenant worden opgesteld
tussen
medewerker, korps van herkomst en het KLPD. Het KLPD heeft met vijf centrumkorpsen
(Rotterdam-Rijnmond,
Amsterdam-Amstelland, IJsselland, Kennemerland en Haaglanden) basisafspraken
gemaakt over te sluiten personeelsarrangementen en verwacht dit ook te
kunnen doen met alle andere regiokorpsen in Nederland.
- De korpsbeheerder zal het GO KLPD op de hoogte houden van de voortgang
hierin, de behaalde resultaten en de mate waarin met individuele regiokorpsen
verschillende afspraken worden gemaakt. Partijen zijn het met elkaar
eens dat het gat tussen de minimumbepalingen van artikel 4a BARP en
de te sluiten
peroneelsarrangementen voor alle korpsen moet worden gedicht, teneinde
de rechten van de medewerkers te borgen.
De vakorganisaties zullen
via hun eigen communicatiekanalen ingaan op de uitkomsten van de ledenraadpleging
en het gesloten akkoord.
Vanuit het
KLPD vinden op 5, 6 en 7 april a.s. informatiebijeenkomsten voor
de medewerkers
om hen diepgaand te informeren en eventuele vragen te beantwoorden.
Overgangsrecht Vorming Dienst Nationale Recherche 2004
Overgangsrecht arbeidsvoorwaarden
Uitgangspunten
Overgangsrecht per onderwerp
- Omvang dienstbetrekking/arbeidsmodaliteiten
De vastgelegde gemiddelde diensttijd per week
en modaliteit worden bij aanstelling door
het Klpd
overgenomen.
- RPU/TOR
De individueel vastgelegde afspraken worden
bij aanstelling door het Klpd overgenomen.
- Verlofsparen
De vastgelegde afspraken worden bij
aanstelling door het Klpd overgenomen.
- CAO á la carte
De uitvoering van bij besluit vastgelegde
afspraken worden bij aanstelling
door het Klpd overgenomen.
Alleen het Klpd (€ 220,00), het
korps Amsterdam-Amstelland (€ 656,00)
en
het korps Rotterdam-Rijnmond
(€ 520,00) kennen een persoonsgebonden
budget
dat
netto kan worden ingezet voor fiscale
doelen.
Daarbij geldt dat:
a. bij het Klpd en bij het korps
Amsterdam-Amstelland het (resterend)
bedrag aan het eind
van het jaar bruto wordt
uitgekeerd, indien
het niet of niet
volledig voor fiscale doelen wordt
ingezet;
b. bij het korps Rotterdam-Rijnmond
het bedrag aan het eind van het
jaar bruto
wordt uitgekeerd
indien
het niet
voor
fiscale doelen
wordt
ingezet.
Indien
het bedrag wel voor fiscale doelen
wordt ingezet, maar niet volledig,
dan blijft
het resterend
bedrag gereserveerd
voor
de volgende jaren
(tot 2006).
Het korps Brabant Zuid-Oost keert
jaarlijks aan de medewerkers een
bedrag van bruto
€ 136,00 uit. Dit
bedrag kan niet
worden ingezet voor fiscale
doelen.
Voor medewerkers van Amsterdam-Amstelland
en Rotterdam-Rijnmond geldt dat
het verschil in
de hoogte van het persoonsgebonden
budget (€
436 resp.
€ 300) jaarlijks
bruto uitbetaald wordt. Deze aanspraak
is voor de duur dat de betref-fende
regeling bin-nen
het regiokorps
is
afgesproken
(Amsterdam-Amstelland
t/m 2006 en Rotterdam-Rijmond
t/m 2006) en vervalt indien de
medewerker naar een andere functie
binnen de
DNR of het KLPD
solliciteert. Geen
overgangsrecht is afgesproken voor
Brabant Zuid-Oost,
aangezien KLPD-regeling beter
is.
- Nevenwerkzaamheden
De medewerkers die nevenwerkzaamheden
hebben aangemeld bij een centrumkorps
hoeven dat
bij aanstelling
bij het Klpd
niet nogmaals
te doen. De
bestaande registratie
zal worden opgevraagd bij het
betreffende centrumkorps en worden ingevoerd
in de registratie van het
Klpd.
De medewerkers zal worden gevraagd
om niet gemelde nevenwerkzaamheden
alsnog aan te
melden en krijgen
daarvoor een formulier
toegezonden met de tijdens
de personele reorganisatie.
- Schaderegeling
De toegekende aanspraken en aansprakelijkheden worden bij aanstelling
door het Klpd overgenomen.
- Bewust belonen
In geval sprake is van een structureel hogere salariëring, verleend
in het kader van bewust belonen, dan worden de daarop betrekking hebbende
besluiten bij aanstelling door het Klpd overgenomen.
- Toelage voor werving en behoud
De bij besluit toegekende toelage voor werving en behoud (zoals bij
medewerkers van het voormalig kernteam Randstad noord en midden Nederland)
wordt bij aanstelling door het Klpd overgenomen. De toelage wordt verstrekt
voor de duur van de oorspronkelijke bindingstermijn en vervalt indien
de medewerker naar een andere functie binnen de DNR of het KLPD solliciteert.
- Vergoeding bovenmatige reistijd bij woon-werkverkeer
Indien de bij besluit vastgelegde aanspraak voor vergoeding van bovenmatige
reistijd hoger is dan bij het KLPD, wordt de bestaande aanspraak bij
aanstelling door het Klpd overgenomen. De medewerker kan kiezen deze
vergoeding in tijd of geld te ontvangen. Deze aanspraak wordt verstrekt
voor de duur van de oorspronkelijke bindingstermijn en vervalt indien
de medewerker naar een andere functie binnen de DNR of het KLPD solliciteert.
Dienstvoertuig bij woon-werkverkeer < 30 km
Voor een medewerker die op basis van de aanvullende regeling woon-werkverkeer
KLPD niet de beschikking krijgt over een dienstvoertuig, terwijl voor
1 april 2004 schriftelijk was vastgelegd dat deze medewerker bij minder
dan 30 km woon-werkverkeer de beschikking had over een dienstvoertuig,
neemt het KLPD deze verplichting over voor de duur van de oorspronkelijke
bindingstermijn, zoveel mogelijk in carpoolverband. De aanspraak vervalt
indien de medewerker naar een andere functie binnen de DNR of het KLPD
solliciteert.
- Verzekeringen
Het Klpd en de korpsen IJsselland en Kennemerland hebben hiervoor
een mantelcontract met Ohra. De overige centrumkorpsen hebben een
mantelcontract
met Loyalis afgesloten. Het Klpd sluit ook met Loyalis een mantelcontract.
Medewerkers die reeds bij Loyalis verzekerd zijn kunnen hun verzekering
onder dezelfde condities voort-zetten bij het Klpd.
Met het bestuur van de Stichting de Waecker is afgesproken dat mede-werkers
van het regiokorps Amsterdam-Amstelland lid kunnen blijven van deze
Stichting. Daarmee kunnen zij verzekeringen die zij via die Stichting
bij verzekeraars hebben afgesloten, voortzetten gedurende hun tijdelijke
aanstelling bij het Klpd.
Overgangsrecht bindingstermijnen
Over dit onderwerp heeft het diensthoofd DNR een aantal malen van gedachten
gewisseld met de voorbereidingscommissie van de OR KLPD. Ook het GO KLPD
heeft hier met hen over gesproken. Duidelijk is geworden dat de medewerkers
zo lang mogelijk bij de dienst zouden willen worden geplaatst. Tegelijkertijd
bleek dat deze vertegenwoordigers hechten aan een overgangsrecht, waarbij
de verschillen tussen de kernteams worden geëlimineerd.
Nieuwe medewerkers krijgen een bindingstermijn van 6 jaar, conform het maximum
van 4a BARP. Binnen de kaders van de flexbepalingen kan die bindingstermijn
eenmaal met ten hoogste twee jaren worden verlengd.
Overgangsrecht
- De instroomdatum van alle medewerkers uit het reorganisatiegebied wordt gesteld
op 1 januari 2005.
- Ter bepaling van de nieuwe uitstroomdatum worden per unit vijf tranches
samengesteld, die respectievelijk na 2 jaar, 3 jaar, 4 jaar, 5 jaar,
6 jaar uitstromen. Dit is telkens circa 20% van de medewerkers per unit.
Over de gehele DNR gerekend zijn dat per tranche circa 110 medewerkers.
- De indeling in tranches geschiedt op FIFO (first in, first out).
Hierdoor komen medewerkers die het langst werkzaam zijn bij een
voormalig kernteam
het eerst in aanmerking voor roulatie. Medewerkers met dezelfde
instroomdatum binnen een unit, krijgen dezelfde uitstroomdatum.
- De nieuwe afspraken, waaronder de uitstroomdatum, worden vastgelegd
in een individueel convenant tussen medewerker, korps van herkomst
en DNR.
- Uitzondering: medewerkers afkomstig uit Rotterdam. Hier zullen
de tranches op basis van een eigen voorstel worden ingedeeld.
Mocht dit
niet tot vijf
tranches van circa 20% leiden, dan is loting een methode
Overige afspraken
Overgang 2e lijns recherchezorg naar Dienst operationele Ondersteuning
en Coördinatie
Er is één medewerker wiens werkzaamheden naar DOC overgaan.
=> Voorstel is deze mede-wer-ker direct te plaatsen op grond van het principe "mens volgt werk".
Voor het overige worden de werkzaamheden uitgevoerd door wisselende medewerkers.
De OC DRO heeft voorgesteld voor de overige functies (13 FTE) een belangstellingsregistratie
uit te voeren onder de medewerkers van DRO en de plaatsingsregels uit
het Sociaal Statuut DNR toepassen.
=> Voorstel is medewerkers met een functie (analist, senior rechercheur tactiek
en specialist tactiek) die overgaat naar DOC in de gelegenheid te stellen
hun belangstelling kenbaar te maken om de functie te volgen naar DOC.
Dit gebeurt parallel aan de personele reorganisatie DNR.
=> Indien er meer medewerkers reageren dan er formatieplaatsen zijn, geschiedt
plaatsing aan de hand van het Sociaal Statuut DNR.
=> Indien er minder medewerkers reageren, dan zullen de resterende plaatsen binnen
het KLPD worden opengesteld.
Overgang observatie vanuit Dienst Specialistische Recherche Toepassingen
In verband met landelijke ontwikkelingen is het op dit moment onduidelijk
voor hoeveel mensen bij DSRT uiteindelijk werk achterblijft. Gegeven de
verwachte boventalligheid bij de DNR in de observatiecapaciteit is daarom
het voorstel om per 1 januari 2005 6 FTE over te laten gaan van DSRT naar
DNR. De overige FTE gaan als lege formatieplaatsen over.
=> Voorstel is om deze 6 FTE door middel van een belangstellingsregistratie onder
de huidige medewerkers te werven.
Openstelling Korps Informatie Coördinator
De inrichting van het Korps Informatie Centrum en daarmee van de functie
Korps Informatie Coördinator (schaal 13) staat los van de vorming van
de DNR.
=> Voorstel is deze functie binnen het KLPD open te stellen.
Openstelling vacatures concerndiensten en BMO
Het zal noodzakelijk blijken om functies in de beheers- en managementondersteuning
tijdig te vervullen om de taken die per 1 januari 2005 moeten worden uitgevoerd,
tijdig te kunnen inrichten. De verwachting is dat deze functies slechts
gedeeltelijk vanuit het reorganisatiegebied kunnen worden ingevuld en
dat zij begin juni kunnen worden opengesteld. Op dat moment is er zicht
op de uitgebrachte opties en de functies die moeten worden gereserveerd
voor maatwerkoplossingen.
=> Voorstel is akkoord te gaan met openstelling begin juni 2004, waarbij als prioriteitsstelling
bij de invulling van functies bij concerndiensten en BMO geldt:
- Medewerkers uit het reorganisatiegebied d.m.v. optieprocedure
- Medewerkers uit de vorige reorganisatie en medewerkers die reïntegreren
met
bemiddeling uit Bureau Mobiliteit
- Medewerkers uit het KLPD
- Externe medewerkers.