Ga naar de sitemap om verder te navigeren Spring direct naar de inhoud

homepage cao politie
datum: 24-02-2004
bron: www.justitie.nl

Ruimere bevoegdheden voor justitie en politie

Minister Donner stuurt wetsvoorstel naar Tweede Kamer

Justitie en politie krijgen meer mogelijkheden persoonsgegevens op te vragen bij maatschappelijke instellingen en bedrijven als dat voor de opsporing noodzakelijk is. Dit staat in een wetsvoorstel dat minister Donner vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is gebaseerd op voorstellen van de Commissie Strafvorderlijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij en op het kabinetsstandpunt dat hierover in mei 2002 is verschenen.

De huidige bevoegdheden van politie en justitie om gegevens te vorderen, zijn beperkt en soms onduidelijk. Opsporingsambtenaren zijn nogal eens aangewezen op vrijwillige verstrekking van gegevens, terwijl voor bedrijven en instellingen het niet altijd helder is of ze mogen meewerken aan verzoeken van opsporingsdiensten. Maatschappelijke instanties, bedrijfsleven en opsporingsdiensten zijn gebonden aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Daarom kunnen zij niet vrij persoonsgegevens beschikbaar stellen of gegevens opvragen.

Door gebruik van informatie- en communicatietechnologie beschikken maatschappelijke instanties en bedrijven in toenememde mate over gegevens van personen. Transacties gaan vaker langs elektronische weg en gegevens worden meer dan voorheen op geautomatiseerde wijze verwerkt en opgeslagen. Bij de opsporing van misdrijven zijn dergelijke persoonsgegevens onmisbaar.

Minister Donner vindt dat vanwege het toenemend belang voor de opsporing er meer mogelijkheden moeten komen om over persoonsgegevens te kunnen beschikken. Het wetsvoorstel voorziet daarin. Het maakt ook een eind aan de bestaande onduidelijkheid en ontoereikendheid van regels. Bovendien sluit het aan bij de ontwikkeling van de samenleving tot informatiemaatschappij.

In het Wetboek van Strafvordering worden enkele algemene bevoegdheden opgenomen die zich niet beperken tot één bepaalde bedrijfstak, maar breder van toepassing zijn.

Elke bevoegdheid heeft betrekking op een specifieke categorie persoonsgegevens. Zo kan een opsporingsambtenaar 'identificerende' gegevens van een bepaalde persoon opvragen. Het gaat dan niet alleen om iemands naam, adres, woonplaats, geboortedatum of geslacht, maar ook om zijn of haar klantnummer, nummer van een polis of een rekeningnummer bij de bank of giro.

De ervaring leert dat vooral aan het begin van een opsporingsonderzoek deze gegevens een belangrijke rol spelen. Politie en justitie zijn met behulp van die informatie sneller in staat vast te stellen wie de personen zijn waarop het onderzoek zich richt, en kunnen verbanden leggen tussen situaties en personen.

Ook andere gegevens dan de genoemde identificerende gegevens kunnen worden opgevraagd. De officier van justitie komt deze bevoegdheid toe. Het betreft gegevens over diensten die verleend zijn, zoals de duur, de data, de plaats en de aard van de dienstverlening en informatie over rekeningen en ander betalingsverkeer. Als het opsporingsonderzoek verder is gevorderd zijn het vooral deze gegevens die relevant zijn. Opsporingsdiensten krijgen zo meer zicht op het patroon van gedragingen van een persoon. Voorbeelden hiervan zijn: reisgedrag en handelingen bij financiële transacties.

Daarnaast biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid zogenaamde gevoelige gegevens te vorderen. Deze categorie kan vanwege hun aard een indringende inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer. Hieronder valt informatie over iemands godsdienst, ras, politieke gezindheid, gezondheid of seksuele leven. Daarom kan de officier van justitie pas van de bevoegdheid gebruik maken als aan zwaardere voorwaarden is voldaan, zoals een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris.

Justitie en politie kunnen op basis van de voorgestelde bevoegdheden ook over anderen dan de verdachte gegevens vergaren. Het kan bijvoorbeeld gaan om gegevens over het slachtoffer of gegevens over derden waarmee de verdachte contacten heeft onderhouden die kunnen bijdragen aan een goede afronding van het opsporingsonderzoek.

De regeling van de bevoegdheden heeft met verschillende belangen rekening gehouden. Naarmate een bevoegdheid -gelet op de aard van de gegevens- meer inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer of meer inspanningen vergt van een bedrijf of instelling om aan een verzoek tot verstrekking te voldoen, worden strengere eisen gesteld aan de toepassing. Niet elke bevoegdheid mag in alle gevallen worden gebruikt. Gevoelige gegevens mogen niet worden opgevraagd bij lichte misdrijven. Dat kan wel bij misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren. Andere dan identificerende gegevens mogen worden vergaard bij misdrijven waar een gevangenisstraf van vier jaar of meer op staat. De bevoegdheid om identificerende gegevens te vorderen, is toegestaan bij de opsporing van elk misdrijf.

Het wetsvoorstel is getoetst aan artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Zo is de regeling voldoende precies geformuleerd. De burger weet vooraf onder welke omstandigheden en voorwaarden de bevoegdheid mag worden toegepast. Ook is de toepassing controleerbaar doordat een vordering tot verstrekking van gegevens schriftelijk moet zijn gedaan. Van de verstrekking wordt een proces-verbaal opgemaakt. Deze voorschriften en de criteria die in de wet zijn opgenomen voor toepassing van de bevoegdheden bieden waarborgen in de zin van artikel 8 EVRM.

Daarnaast biedt het klachtrecht een waarborg. Degene van wie gegevens zijn opgevraagd, kan een klacht indienen bij de rechtbank. Zo kunnen, indien nodig, achteraf de gevolgen van een verstrekking ongedaan worden gemaakt. Verder informeert de officier van justitie degene van wie gegevens zijn opgevraagd over toepassing van een bevoegdheid, zodra het belang van het onderzoek het toelaat. Dit geldt niet voor de bevoegdheid tot het vorderen van 'identificerende' vanwege het beperkte karakter van deze bevoegdheid.

Brief aan de Tweede Kamer (pdf, 9 K)
Memorie van Toelichting (pdf, 80 K)
Tekst Wetsvoorstel (pdf, 27 K)


terug naar vorige pagina terug naar boven