Programma KPMI, directie Politie en Veiligheidsregio’s
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te
informeren over
ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden. A4 is vooral bestemd
voor P&O- en
FEB-functionarissen in de politiekorpsen. A4 verschijnt minstens zes maal
per jaar.
Afhankelijk van de behoefte kan de verschijningsfrequentie toenemen. In
voorkomende
gevallen verschijnt
er aanvullend een A4 themanummer waarin speciale aandacht wordt besteed
aan een
bepaald onderwerp. Aan de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten
worden
ontleend. A4 is terug te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie
www.cao-politie.nl. A4
kunt u toegezonden krijgen door een mail te zenden aan InformatiebulletinA4@minbzk.nl.
Deze A4 is verzonden op: 13 oktober 2009
jaargang 2009, nummer 6
A4 jaargang 2009, nummer 6 downloaden (pdf, 176 K)
informatiebullentinA4@minbzk.nl o.v.v. Contactpersoon: Yvonne Ulijn of Fred Diepenbach
Vernieuwing functiewaardering, beloningsonderzoek
en loongebouw
Al enige tijd is een paritaire Stuurgroep bezig met de uitwerking
van afspraken over de vernieuwing van het systeem functie-waardering, een
beloningsonderzoek, een arbeidsmarkt-onderzoek en vernieuwing van het loongebouw
van politie. Hierover zijn in de CAO 2008-2010 afspraken gemaakt. In deze
stuurgroep hebben afgevaardigden van de politievakbonden, van de korpsen
(HRM-bureau) en van de Minister van BZK zitting. De stuurgroep stelt werkgroepen
in om diverse onderdelen van de afspraken voorbereiden c.q. uitwerken zoals
bijvoorbeeld een werkgroep regelgeving.
Daarnaast wordt door het HRM-bureau een Landelijk Functiehuis Nederlandse
Politie (LFNP) ontworpen. Dit is per
1 oktober jl. in concept afgerond.
Nieuwe fuwa systeem
Er komt een nieuw functiewaarderingsssysteem. Het huidige fuwa-systeem
voor de politie bestaat uit het zogenaamde “Referentiemateriaal Functiewaardering
Nederlandse Politie” en het “technisch systeem”. De referentiefuncties
vormen de basis voor de bouw van functies op regionaal niveau. Dit heeft
ertoe geleid, dat er bij de politie op dit moment ruim 7000 functiebeschrijvingen
bestaan met daaraan verbonden een waardering (schaal). Het technisch systeem
kun je zien als een soort “meetlat”. De referentiefuncties zijn aan de
hand van deze meetlat voorzien van een waarde die gekoppeld is aan een
waardering (loonschaal). De vernieuwing van het fuwa-systeem betreft een
vereenvoudiging in de techniek waardoor in plaats van via ingewikkelde
omwegen en complexe punten-verrekeningen een transparant systeem zal
ontstaan. Daardoor wordt voor iedereen inzichtelijk hoe de waardering
van zijn/haar functie tot stand is gekomen.
Renaud Consultancy is door de Stuurgroep aangetrokken om dit systeem te
ontwikkelen. Inmiddels is een aantal sessies gehouden waarbij medewerkers
vanuit HRM, vakbonden, leidinggevenden en medewerkers uit het veld is gevraagd
om circa 30 functies uit het nieuwe LFNP te ordenen. Daarmee is bedoeld:
een rangordening van functies waarbij wordt aange-geven welke functie qua
functiewaardering het hoogst scoort en welke het laagst. De bedoeling is
zo dat iedere functie een score krijgt waardoor een rangordening ontstaat.
De uitkomst van deze informatie wordt de basis voor het nieuwe waarderingssysteem.
Landelijk Functiehuis Nederlandse Politie (LFNP)
Dit eerder genoemde referentie materiaal functiewaardering zal vervangen
worden door het Landelijk Functiehuis Nederlandse Politie dat onder verantwoordelijkheid
van het HRM-bureau tot stand komt. Op landelijk niveau zullen er ongeveer
90 “organieke” functies ontstaan. Organiek betekent dat deze functies niet
meer aangepast mogen worden op regionaal niveau. Ieder korps is verplicht
is uit deze 90 functies te kiezen en op basis daarvan zijn korps in te
richten. Korpseigen functies zijn dus verleden tijd. De functies uit het
LFNP zijn in concept klaar en zullen te zijner tijd op grond van het vernieuwde
materaal worden gewaardeerd. In het LFNP zijn de politie-specifieke elementen
die overeengekomen zijn in de CAO 2008-2010 opgenomen. Deze elementen maken
op dit moment niet, of slechts beperkt deel uit van het huidige fuwa-systeem.
Implementatie
Voor de implementatie van het LFNP in de korpsen is een regiegroep gevormd
onder leiding van het HRM-bureau die een aantal scenario’s gaat uitwerken
om een goede overgang van de huidige naar de nieuwe situatie mogelijk
te maken. Pas op het moment dat gekozen is voor een specifiek scenario
kan meer informatie over dit proces gegeven worden.
Beloningsonderzoek
De Minister van BZK, de korpsen en de politiebonden hebben als onderdeel
van de CAO afgesproken onderzoek te doen naar de hoogte van de beloning
van de politie t.a.v. andere beroeps-groepen. Daarbij komt ook de vraag
op tafel in hoeverre de politie te vergelijken is met andere sectoren.
De stuurgroep heeft het adviesbureau AWVN (Algemene Werkgeversvereniging
Nederland) de opdracht gegeven dit onderzoek uit te voeren.
Dit onderzoek vindt in deze periode plaatst en de rapportage daarover zal
naar verwachting volgende maand uitkomen.
Separaat van dit beloningsonderzoek loopt ook nog een arbeidsmarktonderzoek dat wordt uitgevoerd door ROA Maastricht. Zij brengt niet alleen het huidige en toekomstige arbeidsmarktpotentieel in beeld maar doet ook onderzoek naar overwegingen om bij de politie te werken, of juist niet. Het is belangrijk binnen het geheel van dit traject te weten of en in hoeverre het beloningsniveau hierbij een rol speelt.
Loongebouw
Het loongebouw van de politie is in de afgelopen jaren “uit het lood” geraakt.
Er zijn bijvoorbeeld loonschalen met 10, 11 maar ook met 14 treden. Ook
is de samenhang binnen loonschalen niet meer aanwezig. Hiermee wordt bedoeld
dat de bedragen per periodiek (sterk) van elkaar verschillen. De bedoeling
van de afspraak om het loongebouw te herzien moet de hierboven beschreven
situatie beëindigen.
Inmiddels is een werkgroep bezig de technische problemen in beeld te brengen
en te bepalen aan welke uitgangspunten/voorwaarden het nieuwe loongebouw
moet voldoen.
In ieder geval moet, conform de afspraak in de CAO, op het nieuwe loongebouw
1% inverdient worden t.b.v. de invoering van het nieuwe functiewaarderingssysteem.
De eerste voorstellen zijn de revue gepasseerd. Duidelijk is dat er geen
sprake mag zijn van een nadelig effect voor het zittende personeel.
Juridische gevolgen rechtspositie
Alle bovenstaande wijzigingen hebben ingrijpende gevolgen voor de rechtspositie
van de politie. In een paritaire werkgroep wordt geïnventariseerd welke
onderdelen van de rechtspositie aangepast moeten worden. Ook zal de werkgroep
de wijzigingen die noodzakelijk zijn voorbereiden om de invoering van alle
wijzigingen z.s.m. te laten verlopen. Het eindresultaat hiervan kan pas
duidelijk zijn als over alle bovenstaande onderwerpen overeenstemming
is.
Het is de bedoeling om u van tijd tot tijd over deze onderwerpen via dit medium verder te informeren. Uiteraard zal in de komende periode ook over het implementatietraject verder gesproken worden. De korpsen zijn daarbij betrokken. Deze majeure operatie raakt immers alle politieorganisaties. Het is daarbij van groot belang dat in de korpsen het huidige functiehuis op orde is, opdat de omzetting naar het nieuwe functiehuis te zijner tijd efficiënt kan plaatsvinden.
informatiebullentinA4@minbzk.nl of marloes.klooster@vtspn.nl
In het CGOP van 10 september 2009 is overeenstemming ontstaan over de arbeidsvoorwaarden (inschaling en onkostenvergoedingen) en loopbaanperspectief van Recherchekundige, de Politiekundige bachelors (niveau 5) en Politiekundige masters (niveau 6). Het betreft een overeenstemming over eenduidige uitvoering van bestaande regelgeving.
Overeenstemming is op de volgende drie elementen:
Vanuit de politieberaden zal halverwege oktober een brief met uitgebreide nota richting uw korps worden verzonden. De nota is voorzien van een uitvoeringsregeling om de implementatie van de landelijke lijn zo uniform mogelijk te laten verlopen.
informatiebullentinA4@minbzk.nl
| 1e 2009 | 2e 2009 | |
| Groningen | 6,08 | 6,04 |
| Fryslãn | 6,01 | 5,81 |
| Drenthe | 4,96 | 4,92 |
| IJsselland | 5,30 | 5,28 |
| Twente | 5,86 | 5,80 |
| Noord-en Oost-Gelderland | 5,71 | 5,69 |
| Gelderland-Midden | 5,80 | 5,54 |
| Gelderland-Zuid*) | 5,01 | 4,99 |
| Utrecht | 6,35 | 6,25 |
| Noord-Holland-Noord | 7,18 | 6,53 |
| Zaanstreek-Waterland | 4,89 | 4,97 |
| Kennemerland | 6,04 | 5,75 |
| Amsterdam-Amstelland | 5,38 | 5,35 |
| Gooi-en Vechtstreek | 6,01 | 5,97 |
| Haaglanden | 4,88 | 4,75 |
| Hollands-Midden | 5,91 | 5,64 |
| Rotterdam-Rijnmond | 5,66 | 5,71 |
| Zuid-Holland-Zuid | 5,87 | 5,72 |
| Zeeland | 5,22 | 5,60 |
| Midden-en West-Brabant | 6,21 | 5,93 |
| Brabant-Noord | 4,56 | 4,54 |
| Brabant-Zuid-Oost | 4,81 | 5,03 |
| Limburg-Noord | 5,07 | 5,00 |
| Limburg-Zuid | 6,57 | 6,54 |
| Flevoland | 6,02 | 6,03 |
| Totaal Regiokorpsen | 5,63 | 5,55 |
| KLPD | 5,96 | 5,89 |
| Politieacademie | 5,18 | 5,11 |
| Totaal Politie | 5,64 | 5,57 |
InformatiebulletinA4@minbzk.nl o.v.v. Contactpersoon: Lennart Keyenberg,
Jaarlijks worden voor het personeel van de DSI en de AOE-en de afkoop
van consignatie en onkosten en de kledingonkostenvergoeding aangepast
aan de geschoonde consumentenprijsindex. De geschoonde consumentenprijsindex,
die jaarlijks door het Centraal Planbureau gepubliceerd wordt in het
Centraal Economisch Plan, bedraagt voor 2009 1%. Dit brengt met zich
mee dat met ingang van 1 juli 2009 de afkoop van consignatie & onkosten
van € 639,06 bruto per maand wordt verhoogd naar € 645,45.
De kledingonkostenvergoeding wordt voor 2009 verhoogd van
€ 1.180,99 bruto per jaar naar € 1.192,80.
informatiebullentinA4@minbzk.nl
Bijdrage aan A4 inzake achterstand regelgeving
Er zijn inmiddels strakke afspraken gemaakt tussen de afdeling KPM en het
onderdeel Constitutionele Zaken en Wetgeving dat verantwoordelijk is voor
het opstellen en afwikkelen van regelingen en formele procedures. Afgesproken
is dat de regelingen die voortkomen uit het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2005-2007
die overigens wel zijn geformuleerd en besproken met vakorganisaties tegelijk
aan de minister wordt aangeboden met de regelgeving die voortkomt uit het
Akkoord 2008-2010. De formulering van de wijziging van het Barp en Bbp
uit dit Akkoord moet nog met de vakorganisaties worden besproken. Het zal
dus mede afhangen van de voortgang hierin, wanneer de uiteindelijke regelgeving
kan worden gepubliceerd. Aan dit pakket zullen ook andere regelingen worden
toegevoegd, zoals de regeling meer- en minderuren.
A4 nummer 6-oktober 2009