Ga naar de sitemap om verder te navigeren Spring direct naar de inhoud

homepage cao politie
logo BZK

A4
Informatie om te delen

Programma KPMI, directie Politie en Veiligheidsregio’s
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is vooral bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt minstens zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte kan de verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt er aanvullend een A4 themanummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald onderwerp.
Aan de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
A4 is terug te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.cao-politie.nl
A4 kunt u toegezonden krijgen door een mail te zenden aan InformatiebulletinA4@minbzk.nl

Redactie:
Ilse Zuijderwijk, Ilse.Zuijderwijk@minbzk.nl


Deze A4 is verzonden op: 12 januari 2009

jaargang 2009, nummer 1

A4 jaargang 2009, nummer 1 downloaden (pdf, 132 K)


Pensioengevendheid van de meeruren
Einde 2008 is er gecommuniceerd over de pensioengevendheid van de meeruren. Hierover is vanuit de Vts-PN een brief gestuurd namens Gery Veldhuis. Naast de pensioengevendheid van de meeruren is ook de vraag voortgekomen, hoe het zit met de minderuren.

Over de (minder) pensioengevendheid van de minderuren heeft het ABP het volgende gezegd:
Op basis van artikel 3.1 van het Pensioenreglement behoren alle inkomstenbestanddelen in geld die de werknemer van de werkgever uit hoofde van de dienstverhouding krijgt tot het pensioengevende inkomen. Als een deelnemer inkomen in geld ruilt voor een ander beloningsbestanddeel zoals vermindering van de arbeidstijd, dan daalt het inkomen en als dat betrekking heeft op januari is dat de basis voor het peildatuminkomen.
Stel een werknemer werkt gemiddeld per week 36 uren en kiest in december voor het hele komende jaar 1 uur minder werken per week. Het inkomen op 1 januari daalt dan van 36 uren naar 35 uren, zodat op basis van het Pensioenreglement het pensioengevende inkomen voor dat jaar daalt. Immers, op basis van het reglement is beslissend het inkomen op 1 januari van een jaar.

Daarnaast staat de fiscus een uitruil als de onderhavige fiscaal neutraal toe in die zin, dat als aan de voorwaarden van de fiscus wordt voldaan, geen verlaging van het pensioengevend inkomen hoeft plaats te vinden. Dit is geregeld in het zogenaamde cafetariabesluit.
Als het januari-inkomen per 1 januari daalt, dan resulteert dit volgens het Pensioenreglement in een verlaging van het peildatuminkomen.
Het is weliswaar zo dat bij uitruil de formele betrekkingsomvang niet wijzigt, maar door de uitruil wordt wel het januari-inkomen verlaagd. Als de werkgever en werknemer niet willen dat de uitruil tot een verlaging van het pensioengevend inkomen leidt, dan moet in een andere maand dan januari worden geruild.
Bovendien moet uiteraard dan aan de voorwaarden van de fiscus worden voldaan.

Samengevat:
Minder uren werken o.g.v. art. 28b BARP leidt tot een verlagend effect op pensioengevend inkomen (minder uren werken). Van een correctie met terugwerkende kracht, zoals bij de meeruren het geval is, is geen sprake.


Compensatie ziektekostenvergoeding TOR-deelnemer
Sinds 2006 is er een inkomensafhankelijke bijdrage voor de ziektekostenbijdrage aan TOR-deelnemers. Er is voor hen geen wettelijk recht op vergoeding door de werkgever, maar met de vakbonden is afgesproken, deze kosten wel aan hen te vergoeden.
Per 1 januari 2008 was dit percentage vastgesteld 5,4%. Om voor 2009 een percentage vast te stellen moet gekeken worden naar de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Deze is voor 2009 4,8% en daarmee wat lager dan voor 2008 (5,1%). Rekening houdend met dit percentage en uitgaand van dezelfde berekeningswijze als voorgaande jaren is de uitkomst voor de vergoeding aan de TORdeelnemers bepaald op 5,0%.
De korpsen wordt verzocht om de ziektekostenvergoeding voor TOR-deelnemers vanaf 1 januari 2009 te verlagen van 5,4% naar 5,0%.

Informatie: Yvonne.Ulijn @minbzk.nl


Uniforme reactie korpsen inzake brief NPB wettelijke rente
Alle korpsen hebben van de NPB een brief ontvangen waarin zij worden aangesproken op betaling van een wettelijke rente aan FLO-deelnemers. Dit in verband met het effect van de algemene CAO-verhoging per 1 februari op de uitkering voor FLO-deelnemers.
BZK zal in overleg met de korpsen (via Vtspn) zorgen voor een uniforme schriftelijke reactie die korpsen kunnen gebruiken. Naar verwachting zal dit onderwerp ook aan de orde komen in de CGOP van 15 januari a.s. waar BZK deze aanpak aan de NPB zal melden.

Informatie: Yvonne.Ulijn @minbzk.nl


Ouderschapsverlof (korting)
Op grond van artikel 41 van het Barp heeft de ambtenaar aanspraak op betaald ouderschapsverlof voor de duur van dertien weken (“dertien maal de arbeidsduur per week”). De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend recht op 75%
van zijn bezoldiging.
Met ingang van 1 januari 2009 is de duur van het recht op wettelijk (onbetaald) ouderschapsverlof verdubbeld van 13 naar 26 weken.
Deze wijziging is niet van toepassing op de werknemer die voor 1 januari 2009 het verlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen. Voor die werknemer blijft voor dat kind het wettelijke verlof van toepassing zoals dat luidde op 31 december 2008.
Vooralsnog blijven de bestaande voorwaarden uit artikel 41 van het Barp van toepassing. Kiest de ambtenaar voor een periode van ouderschapsverlof die langer is dan de periode waarin de bezoldiging gedeeltelijk wordt doorbetaald, dan heeft hij op grond van de Wet arbeid en zorg voor de resterende periode recht op onbetaald ouderschapsverlof. Of de wettelijke aanpassingen reden zijn om het recht op gedeeltelijk doorbetaald ouderschapsverlof te wijzigen is een onderwerp dat in de CGOP zal moeten worden besproken.
De ambtenaar komt voor het onbetaalde ouderschapsverlof in aanmerking voor ouderschapsverlofkorting. Voor het recht op de ouderschapsverlofkorting hoeft vanaf 2009 geen inleg in de levensloopregeling meer plaats te vinden. Deze voorwaarde is komen te vervallen. Het is dus niet langer noodzakelijk om alleen om deze reden (“het recht op ouderschapsverlofkorting”) deel te nemen aan de levensloopregeling. De ambtenaar die dat wenst kan in 2009 weer deelnemen aan de spaarloonregeling.
Als gevolg van de wijziging van het bedrag van het minimumloon, is het bedrag van de ouderschapsverlofkorting per uur met ingang van 1 januari 2009 gewijzigd van € 3,86 in € 3,99. Dit is het bedrag dat de ambtenaar per onbetaald ouderschapsverlofuur achteraf in mindering kan brengen op de inkomstenbelasting die hij moet betalen.

Informatie: Menno.alkemade@minbzk.nl


Bedrag levensloop verlofkorting
Ambtenaren die deelnemen aan de levensloopregeling hebben bij opname uit de levensloopregeling recht op de levensloopverlofkorting. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het opgenomen bedrag uit de levensloopregeling met een maximum per gespaard kalenderjaar. Het bedrag van de levensloopverlofkorting is met ingang van 1 januari 2009 gewijzigd van € 191,00 in € 195,00 per gespaard kalenderjaar.

Informatie: Menno.alkemade@minbzk.nl


Vergoeding resterende noodzakelijk gemaakte geneeskundige kosten bij dienstongeval Artikel 54 Barp)
Artikel 54 Barp luidt:
1.
In geval van dienstongeval of beroepsziekte worden aan de desbetreffende ambtenaar vergoed de noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging.
2.
Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere voorschriften vaststellen met betrekking tot het eerste lid.

Vergoeding resterende noodzakelijk gemaakte geneeskundige kosten bij dienstongeval (art. 54 Barp)
Op grond van het eerste lid van artikel 54 Barp worden in geval van dienstongeval of beroepsziekte aan de desbetreffende ambtenaar de noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging vergoed.
Het betreft hier kosten die voor rekening van de ambtenaar blijven omdat de ziektekostenverzekeraar of een andere instantie deze niet vergoed. Een voorwaarde is dat het moet gaan om noodzakelijk gemaakte kosten. Er kan dus geen sprake van een bovenmatige vergoeding.
In de nieuwsbrief van de belastingdienst is opgenomen dat vergoedingen en verstrekkingen voor buitengewone uitgaven voor ziekte, invaliditeit en bevalling met ingang van 1 januari 2009 belast zijn.
Op dit moment wordt uitgezocht welke gevolgen dit heeft voor de vergoedingen die korpsen toekennen op grond van artikel 54 Barp.
Tot 1 januari 2009 konden deze vergoedingen netto worden toegekend. De vraag is of dat in 2009 nog langer mogelijk is of dat de korpsen deze vergoedingen in de aangifte loonheffingen als loon dienen op te nemen.
U wordt geadviseerd lopende aanvragen aan te houden totdat helderheid bestaat over het wel of niet belast zijn van de vergoedingen die op grond van artikel 54 Barp worden toegekend.
In A4 zal zo spoedig mogelijk nadere informatie volgen.

Informatie: Menno.alkemade@minbzk.nl


Informatiebulletin A4
De informatie in het informatiebulletin A4 is primair bedoeld voor P&O- en FEB-functionarissen. Dit betekent dat de informatie is geschreven met als uitgangspunt dat enige achtergrondkennis over de ontwikkelingen wordt verondersteld. Dit neemt niet weg dat alle politiemedewerkers zich aan kunnen melden voor digitale toezending van dit informatiebulletin. Mocht de informatie uit dit bulletin echter tot vragen leiden dat kunt u zich altijd wenden tot de personeelsafdeling van het korps waar u werkzaam bent. De informatietelefoonnummers die soms bij de onderwerpen staan vermeld zijn bedoeld voor P&O- en FEB-functionarissen.


terug naar vorige pagina terug naar boven