Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid directie Politie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te
informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is vooral bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt minstens zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte kan de
verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt er aanvullend
een A4 themanummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald onderwerp.
Aan
de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
A4 is terug
te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.cao-politie.nl
A4 kunt u toegezonden krijgen door een mail te zenden aan pauline.jager@minbzk.nl
Redactie:
Pauline de Jager
jaargang 2006, nummer 13
1. Opschorten RGO
2. Harmonisatie
3. Reisregeling
4. VPL-afspraken
5. Overig
Informatiebulletin A4
Toezending A4
• A 4 jaargang 2006, nummer 13 downloaden (pdf, 60 k)
In de afgelopen periode is er door de politievakorganisaties NPB, ACP en
VMHP constructief met BZK gesproken over de verdere uitwerking van Arbeidsvoorwaardenkoord
2005-2007 (verder Akkoord). Op 30 oktober jl. is op een groot aantal punten
een nadere invulling gegeven aan de in het Akkoord gemaakte afspraken. Ook
zijn er afspraken gemaakt over de wijze waarop met de reisregeling en de
harmonisatie van arbeidsvoorwaarden zal worden omgegaan. Dit was nodig omdat
de nieuwe reisregeling en de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden niet
per 1 januari 2007 gerealiseerd kunnen worden.
Per 1 januari 2007 zal wel het Regionaal Georganiseerd Overleg (RGO) opgeschort
worden. Voor dat dit een feit is moet er in ieder RGO nog een aantal afspraken
gemaakt worden op het punt van arbeidsvoorwaarden en rechtspositie.
Vanaf 1 januari 2007 neemt het landelijk overleg deze taak over.
Zoals aangekondigd in het informatiebulletin A4 nummer 12 worden de afspraken die over de uitwerking zijn gemaakt worden op korte termijn d.m.v. een circulaire aan de korpsen gezonden. Ook zullen de politievakorganisaties hun leden dan nader informeren.
Een circulaire wordt altijd ter formele goedkeuring voorgelegd aan de CGOP, om die reden kan de circulaire nog niet worden verzonden. Wel is hieronder de tekst, zoals deze voorligt bij de CGOP, opgenomen.
Tekst concept circulaire
In deze circulaire wordt u geïnformeerd over de stand van zaken en voortgang
van een aantal afspraken uit het Akkoord arbeidsvoorwaarden 2005-2007, sector
Politie (hierna te noemen: het Akkoord). De afspraken hebben betrekking op:
1. het opschorten van het Regionaal georganiseerd overleg (RGO);
2. de harmonisatie van regionale arbeidsvoorwaardenregelingen;
3. de nieuwe reisregeling ter vervanging van de bestaande regelingen;
4. het VPL dossier (VUT, prepensioen en levensloop);
5. overig (ziektekostencompensatie inactieven en definitie vrije dag).
Bij brief van 1 maart 2006; kenmerk 2005-0000299543 heb ik u bericht dat het overleg met RGO’s met ingang van 1 januari 2007 zal worden opgeschort. Tevens heb ik u bij die brief verzocht om de regelingen die u met uw RGO heeft afgesproken te inventariseren.
Wat houdt opschorten in?
Het overleg met het RGO zal vanaf 1 januari 2007 bij ministerieel besluit
worden opgeschort. De RGO’s bestaan dan formeel nog wel, maar er kan na 1 januari
2007 geen RGO-overleg meer plaatsvinden. Een uitzondering hierop betreft het
nader overleg dat tot 1 maart 2007 nog kan plaatsvinden vanwege de harmonisatie
van de regionale arbeidsvoorwaardenregelingen. Zie hiervoor onderdeel 2.
Gevolgen opschorting
De opschorting heeft tot gevolg dat er geen nieuwe regionale
regelingen meer kunnen worden afgesproken. Bestaande regelingen blijven in
beginsel wel geldig
maar kunnen niet meer worden gewijzigd. Hierop wordt in onderdeel 2 nader ingegaan.
De opschorting heeft verder tot gevolg dat het overleg over onderwerpen die
tot nu toe in het RGO werden besproken deels naar het landelijke overleg, de
CGOP, wordt verplaatst. Op de landelijke tafel zullen vanaf 1 januari die onderwerpen
besproken worden die zijn te kwalificeren als aangelegenheden van algemeen
belang voor de rechtstoestand (kortweg: rechtspositie en arbeidsvoorwaarden)
van de ambtenaar. Als voorbeelden kan ik noemen:
Onderwerpen die niet de algemene rechtstoestand raken en die veelal een procedureel karakter hebben worden in beginsel niet op de landelijke tafel besproken. Deze onderwerpen kunnen in het algemeen worden aangemerkt als aangelegenheden voor overleg met uw Ondernemingsraad (OR). Als voorbeelden kan ik noemen (nadere) regels over uitvoeringsregels over de toepassing van Cao à la carte nieuwe stijl, over de wijze waarop functioneringsgesprekken worden gehouden en de wijze van aanvraag van ouderschapsverlof.
De opschorting van het RGO brengt ook met zich mee dat het regionaal bevoegd
gezag vanaf 1 januari 2007 geen gebruik meer kan maken van de bevoegdheden
om nadere rechtspositionele regels te stellen.
Dit zal een formele aanpassing van de bestaande rechtspositieregelingen tot
gevolg hebben. Deze aanpassing wordt ter hand genomen nadat de besluitvorming
over de harmonisatie (zie hierna onderdeel 2) definitief is geworden.
Opschorting en reorganisatie
Naar aanleiding van vragen met name op de discussiebijeenkomst Medezeggenschap
in ontwikkeling bij de politie van 2 oktober jl. over het traject van een reorganisatie
na de opschorting van het RGO deel ik u het volgende mee.
Bij mijn brief aan u van 28 augustus 2006, kenmerk 2006-0000248636, heb ik
u geïnformeerd over de plicht om boven- of interregionale reorganisaties
aan mij te melden. Ik kan dan hierover mededeling doen aan de CGOP. Deze plicht
geldt vanaf 1 januari 2006 voor alle regio-overstijgende reorganisaties. Vanaf
1 januari 2007 geldt de meldingsplicht voor iedere reorganisatie binnen de
Nederlandse Politie. Bij de melding geeft u tevens aan of naar uw mening er
aanleiding is voor flankerend beleid of dat staand flankerend beleid van uw
korps van toepassing kan zijn, onder vermelding van de inhoud van het desbetreffende
regionale beleid.
De opschorting van het RGO brengt hierin geen verandering. Tenzij de CGOP aangeeft
dat nadere afspraken over flankerend beleid moeten worden gemaakt kunt u in
principe het voor u bestaande sociaal plan c.q. flankerend beleid blijven toepassen.
Nadere c.q. aanvullende afspraken over sociaal beleid kunnen alleen nog in
het overleg met de CGOP worden vastgesteld. Ten aanzien van de melding en de
afwikkeling daarvan zal ik u op korte termijn nader informeren.
Het spreekt vanzelf dat u ten aanzien van een reorganisatie ook nog rekening
heeft te houden met uw OR in verband met artikel 25 van de WOR.
Nadere informatie ad.1
uitsluitend voor de afdelingen P&O en FEB of ondersteuning KL
Bert de Rooy
070-426 7586
bert.rooy@minbzk.nl
Overeenkomstig de afspraken daarover heeft u mij een inventarisatie van de regionale regelingen in uw korps toegezonden. In CGOP-verband zal verder besloten worden over de geïnventariseerde regelingen.
Uitkomst inventarisatie
Over de inventarisatie kan in globale zin het volgende worden gemeld:
Aanpak harmonisatie
De geïnventariseerde regionale regelingen beslaan een zeer breed terrein
dat om het overzicht te kunnen houden moet worden onderverdeeld. De harmonisatie
van de regelingen zal worden opgepakt in enkele deelgebieden. Bij het samenstellen
van deze deelgebieden wordt gekeken naar de inhoudelijke thema’s (bijvoorbeeld
beschikbaarheid en regelingen voor bijzondere groepen als observatieteams,
ME-gerelateerde inzet en de korpsleidingen). De samenstelling van de deelgebieden
wordt de komende weken nader ingevuld in CGOP-verband en vervolgens nader uitgewerkt.
Bij die uitwerking zullen ook de korpsen worden betrokken. Hierover wordt u
nog verder geïnformeerd. Tijdens de uitwerking per deelgebied kunt u ook
nadere verzoeken om informatie verwachten in aanvulling op de geleverde inventarisatie.
De reisregelingen vormen overigens een afzonderlijk deelgebied met een eigen
tijdpad. In onderdeel 3 wordt daarover nadere informatie verschaft.
Regionale regelingen in 2007
Het is duidelijk dat het traject van harmonisatie
van de regionale regelingen de nodige tijd in beslag zal nemen en wellicht
deels pas bij volgende CAO-onderhandelingen
kan worden gerealiseerd. Daarom heb ik met de bij het Akkoord betrokken drie
politievakorganisaties een afspraak gemaakt over de tussenliggende periode:
Tijdig overeen-stemming bereiken
Het overleg met het
RGO wordt met ingang van 1 januari 2007 opgeschort. Na die datum kan echter
nog tot 1 maart 2007 met het RGO worden overlegd over de nadere uitwerking
van de behandeling van de regionale regelingen in 2007. Het betreft hier
expliciet alleen de uitwerking: over de onderwerpen en de bijbehorende oplossingsrichting
moet voor 31 december 2006 al duidelijkheid zijn verkregen.
Financiële middelen
Naar aanleiding van vragen uit het veld ga ik ook
in op de bestemming van de financiële middelen die nu zijn gemoeid met de regionale regelingen. In
het Akkoord is afgesproken dat de arbeidsvoorwaardenruimte die in het verleden
vanuit het landelijk overleg is toegewezen aan het regionale overleg beschikbaar
blijft voor het domein van personeelsbeleid en arbeidsvoorwaarden. Tot deze
middelen wordt ook het beslag van de afspraken rond de harmonisatie in 1994
vanwege de regiovorming gerekend. Dit geldt zowel voor de eventueel nog bestaande
oorspronkelijke afspraken als de rechtsopvolgers van die afspraken.
U kunt als korps deze middelen dus geen andere bestemming geven. Dit zou geen
recht doen aan de oorspronkelijke afspraken over die middelen. Ook zou dat
niet passen bij de afspraak dat het opschorten van de RGO’s geen negatieve
invloed mag hebben op de aanspraken die individuele ambtenaren kunnen ontlenen
aan de bestaande regelingen die onder de vigeur van een RGO tot stand zijn
gekomen. Over de inzet van deze middelen wordt in overleg met de CGOP een besluit
genomen.
Expliciet uitgesloten van de afspraak dat de middelen beschikbaar blijven voor
het domein van personeelsbeleid en arbeidsvoorwaarden zijn de door de korpsen
in de afgelopen jaren toegevoegde middelen die het korps moet inzetten voor
het nakomen van de afspraken met de minister van BZK.
Nadere informatie ad 2
uitsluitend voor de afdelingen P&O en FEB of ondersteuning KL
Géke Hovius
070-426 6747
geke.hovius@minbzk.nl
In het Akkoord is een aantal uitgangspunten afgesproken over de vormgeving van de nieuwe reisregeling voor de sector Politie die op 1 januari 2007 zou worden ingevoerd. De beoogde ingangsdatum zal niet worden gehaald. Het niet halen van deze datum heeft te maken met het overlegtraject en met het juridische traject dat verbonden is aan het formaliseren van regelgeving. Dit laatste traject neemt al ongeveer zes maanden in beslag.
Nieuw tijdpad nieuwe regeling
In afwijking van het Akkoord wordt de datum
van feitelijke invoering van de nieuwe reisregeling niet 1 januari 2007, maar
1 januari 2008. Dit betekent
dat over de nieuwe reisregeling in de eerste helft van 2007 overeenstemming
met de CGOP moet zijn bereikt, waarna het wetgevingstraject gevolgd kan worden.
Vanaf september 2007 worden de korpsen geïnformeerd over de wijzigingen.
Ook zal het digitale uitvoeringssysteem, dat door de Voorziening tot samenwerking
Politie Nederland (voorheen CIP) in opdracht van de board Bedrijfsvoering wordt
ontwikkeld en dat de uitvoering van de nieuwe reisregeling ondersteunt, gereed
moeten zijn.
Situatie in 2007
Onderdeel van de nieuwe reisregeling is dat er geen mogelijkheid
meer is om per korps een eigen vervoersplan vast te stellen. In de uitvoeringscirculaire
van 19 december 2005 (kenmerk 2005-0000328509) is in dit kader geadviseerd
om geen nieuwe vervoersplannen af te spreken die een geldigheidsduur hebben
tot een datum gelegen ná 1 januari 2007. Nu de datum van invoering van
de nieuwe reisregeling is vertraagd geldt dat regionale vervoerplannen in beginsel
ongewijzigd van kracht blijven tot 1 januari 2008 ongeacht de einddatum die
u hebt afgesproken. Mocht wijziging/aanpassing van het regionale vervoerplan
noodzakelijk zijn dan dient u hierover vóór 1 januari 2007 (=
datum opschorten RGO) overeenstemming met het
RGO te bereiken.
Tijdelijke regeling 2007
In overleg met de politievakorganisaties die het Akkoord hebben
ondertekend is voor het jaar 2007 besloten om een tijdelijke landelijke regeling
in te voeren waarbij een deel van de afspraken van het Akkoord wordt gerealiseerd.
Dit betreft het onderdeel van woon-werkverkeer met het eigen vervoer en de
daarvoor afgesproken vergoeding van € 0,18 per kilometer met een maximum
van per dienst 200 km (heen en terug) en een eigen bijdrage van € 2,50
per dienst. De tijdelijke regeling zal ingaan op 1 januari 2007 en eindigt
op 31 december 2007 en zal nog worden verwerkt in de bestaande reisregelgeving.
In de nieuwe reisregeling die per 1 januari 2008 van kracht zal zijn, worden alleen nog de feitelijk gereden kilometers vergoed. Dit zal betekenen dat per dag gedeclareerd moet worden. Het systeem dat hiervoor ontwikkeld wordt is echter op 1 januari 2007, bij de invoering van de tijdelijke regeling, nog niet gereed. Daarom geldt voor de tijdelijke regeling dat de tegemoetkoming die wordt vastgesteld maandelijks ook zonder declaratie kan worden uitbetaald met inachtneming van een korting op de bedragen van 6%. Deze systematiek werd ook al toegepast in de oude regelgeving.
Met de invoering van de nieuwe reisregeling per 1 januari 2008, wordt tevens geregeld dat er één routeplanner wordt gebruikt voor de Nederlandse politie. Nu dit nog niet is geregeld kunt u de afstand voor het woon-werkverkeer vaststellen, zoals dit tot heden gebruikelijk is binnen uw korps.
Iedere politieambtenaar krijgt de keuze om in het jaar 2007 te kiezen tussen
het regionale vervoersplan en de tijdelijke landelijke regeling. Deze keuze
is in beginsel éénmalig en dient in beginsel voor 1 januari 2007
te worden gemaakt. Alleen als de persoonlijke situatie wijzigt vanwege een
verhuizing of vanwege een verandering van dienstwege zoals bijvoorbeeld een
functieverandering of wijziging van de plaats van tewerkstelling, kan de gemaakte
keuze worden herzien. Het maken van de keuze tussen beide regelingen is mogelijk
ongeacht het feit of het regionale vervoersplan de landelijke regeling buiten
werking stelt.
De meerkosten van het gebruik van deze tijdelijke regeling kunt u bij BZK declareren.
Over de wijze waarop dit dient te geschieden ontvangt u nog nadere informatie.
Nadere informatie ad. 3
uitsluitend voor de afdelingen P&O en FEB of ondersteuning KL
Pauline de Jager (di. wo. do)
070-426 7693
pauline.jager@minbzk.nl
Op het dossier VUT, prepensioen en levensloop (VPL) zijn met de drie politievakorganisaties die het Akkoord ondertekend hebben ook enkele nadere afspraken gemaakt.
Aard bijdragen levensloop, TBF en iTBF
Met de komst van de bijdragen voor levensloop, TBF en iTBF is er sprake van
nieuwe inkomenscomponenten die –gezien hun doelstelling- anders van aard
zijn dan de bestaande inkomenscomponenten. De drie nieuwe componenten behoren
wel tot het pensioengevend inkomen maar niet tot de bezoldiging. Dit komt overeen
met de eindejaarsuitkering. Resultaat daarvan is dat er extra pensioenopbouw
plaatsvindt met ingang van 2007 maar dat de vakantie-uitkering en ambtsjubilea
niet stijgen vanwege de nieuwe inkomencomponenten.
De berekeningsbasis voor het vaststellen van de hoogte van de drie nieuwe inkomenscomponenten
is het pensioengevend inkomen, verminderd met die drie inkomenscomponenten.
In geval van deelname aan ouderschapsverlof, deeltijd politiek verlof en langdurige
ziekte wijzigen de drie nieuwe inkomenscomponenten niet. De iTBF wijzigt daarbij
ook niet als er sprake is van een aanpassing van de betrekkingsomvang (omdat
de iTBF is afgestemd op de betrekkingsomvang voorafgaand aan 1 januari 2006),
onbezoldigd verlof, voltijd politiek verlof en tussentijds levensloopverlof
en eindeloopbaan levensloopverlof dat wordt opgenomen voor het bereiken
van de leeftijd van 60 jaar.
In de bijlage bij deze circulaire is het bovenstaande schematisch weergegeven.
Compensatie gemist rendement
Vanwege de vele uitvoeringswerkzaamheden zijn
de bijdragen levensloop, TBF en iTBF pas in oktober –met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006-
uitbetaald. Bij het vaststellen van de hoogte van de nieuwe inkomenscomponenten
is er echter van uitgegaan dat er vanaf 1 januari 2006 sprake zou zijn van
een rendementsopbouw van 4%. Afgesproken is dat het gemiste rendement in de
eerste tien maanden gecompenseerd wordt door de drie inkomenscomponenten éénmalig
met 15% te verhogen in de maand december. De algemene levensloopbijdrage in
december wordt daarmee 0,52% en de TBF wordt 1,84%. De verhoging van de iTBF
is individueel bepaald, zodat u daarvan zelf de verhoging met 15% in de maand
december moet vaststellen.
Aanvulling garantiejaren
In het Akkoord is de afspraak opgenomen om voor hen die in aanmerking kwamen
voor Afup-garantiejaren en bij eerste indiensttreding 35 jaar of ouder waren,
te streven naar tenminste een uitkeringspercentage van 66,50% op 60-jarige
leeftijd. Afgesproken is dat ABP aan de hand van individueel maatwerk zal
vaststellen of het nodig is om een aanvullende iTBF toe te kennen. ABP maakt
hierbij gebruik
van haar eigen administratie omdat destijds bij de registratie van de garantiejaren
ook is gevraagd of de politieambtenaar bij eerste indiensttreding bij de
politie 35 jaar of ouder was. Indien een aanvullende iTBF nodig is zal ABP
u daarover
informeren.
Omdat het mogelijk is dat de administratie van het gegeven of men bij eerste
indiensttreding in een toenmalige FLO-functie 35 jaar of ouder was wellicht
niet volledig is, wordt u verzocht om met enige spoed de belanghebbenden
op te roepen zich bij u te melden. Deze meldingen kunt u vervolgens vergelijken
met de berichtgeving door ABP, die u binnenkort zult ontvangen. Eventuele
afwijkingen
kunnen op de reguliere wijze nog dit jaar worden hersteld in de ABP-administratie.
Nadere informatie ad. 4
uitsluitend voor de afdelingen P&O en FEB of ondersteuning KL
Patrice Pater
070 426 8324
patrice.pater@minbzk.nl
Ziektekosten-compensatie inactieven
In het Akkoord was compensatie voor werkenden
en ouderdomsge-pensioneerden afgesproken. Aanvullend is nu afgesproken dat
voormalige politieambtenaren
met FPU, polisvoorwaarden FLO, wachtgeld/WW, volledig arbeidsongeschikten en
arbeidsongeschikten met een suppletieuitkering ook éénmalig te
compenseren. Afhankelijk van hun situatie zullen zij dezelfde distorsietoeslag
ziektekosten (DTZ) ontvangen als alleenverdienende politieambtenaren met een
bij de DGVP meeverzekerde partner (en eventuele meeverzekerde kinderen) in
het voorjaar hebben ontvangen. Voorwaarde is wel dat financiering uit de bedrijfsreserve
van de voormalige DGVP mogelijk moet zijn en er een organisatie wordt gevonden
die de DTZ uitbetaalt. Naar verwachting is hier in november uitsluitsel over
te geven.
Vrije dag
In het Akkoord is afgesproken dat voorafgaand aan een vrije dag de dienst
uiterlijk 23.00 uur dient te eindigen, terwijl na een vrije dag de dienst niet
eerder
kan aanvangen dan om 07.00 uur.
De afspraak over de aanvangstijd is zowel van toepassing bij één
vrije als ook bij meerdere aaneengesloten vrije dagen. Het regionale bevoegd
gezag kan in overeenstemming met de Ondernemingsraad in geval van meerdere
aaneengesloten vrije dagen van deze afspraak afwijken voor specifieke groepen
van personeel of specifieke situaties. In uitsluitend die situaties kan de
dienst na de vrije dagen eerder dan zeven uur beginnen doch niet eerder dan
6.00 uur. De afwijking voor specifieke situaties kan ook in een raamregeling
worden neergelegd. In dat geval dient over de raamregeling met de OR overeenstemming
te worden bereikt.
Nadere informatie ad. 5
uitsluitend voor de afdelingen P&O en FEB of ondersteuning KL
Albert Huizenga
070 426 7585
albert.huizenga@minbzk.nl
De informatie in het informatiebulletin A4 is primair bedoeld voor P&O- en FEB-functionarissen. Dit betekent dat de informatie is geschreven met als uitgangspunt dat enige achtergrondkennis over de ontwikkelingen wordt verondersteld. Dit neemt niet weg dat alle politiemedewerkers zich aan kunnen melden voor digitale toezending van dit informatiebulletin. Mocht de informatie uit dit bulletin echter tot vragen leiden dat kunt u zich altijd wenden tot de personeelsafdeling van het korps waar u werkzaam bent. De informatietelefoonnummers die soms bij de onderwerpen staan vermeld zijn bedoeld voor P&O- en FEB-functionarissen.
Indien u interesse heeft voor toezending van A4 per e-mail, dan kunt u dit kenbaar maken door een e-mail toe te zenden aan: pauline.jager@minbzk.nl
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te
informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is vooral bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt minstens zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte kan de
verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt er aanvullend
een A4 themanummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald onderwerp.
Aan de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
A4 is terug te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.icpolitie.nl
Redactie:
Pauline de Jager