Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid directie Politie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te
informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is vooral bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt minstens zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte kan de
verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt er aanvullend
een A4 themanummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald onderwerp.
Aan
de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
A4 is terug
te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.cao-politie.nl
A4 kunt u toegezonden krijgen door een mail te zenden aan pauline.jager@minbzk.nl
Redactie:
Pauline de Jager
jaargang 2006, nummer 1
• A 4 jaargang 2006, nummer 1 downloaden als pdf ( 205 k)
In het landelijk overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg
in Politieambtenarenzaken (CGOP) dat op 19 januari jl. heeft plaatsgevonden
is informeel overleg gevoerd over het onderwerp teveel en te weinig gewerkte
uren op jaarbasis. Dit heeft geleid tot overeenstemming over een oplossing
van deze kwestie. De oplossing is in lijn met het advies van de Arbitrage
en Adviescommissie (AAC) van 25 oktober 2004 (zie
ook informatiebulletin A4 jaargang 2004, nummer 7).
De in het overleg van 19 januari gemaakte afspraken zullen in de rechtspositie
worden verwerkt en worden toegelicht in een circulaire. De ingangsdatum
van de nieuwe afspraken is 1 januari 2006 waarbij de op dat moment bestaande
korpsafspraken vervallen. Dat houdt in dat de nieuwe afspraken voor het
eerst gelden voor de (eventueel) teveel en te weinig gewerkte uren op
31 december 2006.
Kort weergegeven luiden de afspraken als volgt:
Voor de (eventueel) teveel en te weinig gewerkte uren in het jaar 2005 blijft de oproep in de eindejaarscirculaire van 2004 (EA2004/85200) van kracht om het AAC-advies over te nemen met uitzondering van het kwijtschelden van te weinig gewerkte uren waarbij al gemaakte korpsafspraken worden gerespecteerd.
Naar aanleiding van het gesloten akkoord over de arbeidsvoorwaarden bij de politie is er eind 2005 veel informatie verspreid. Naast de basistekst van het Akkoord, de voorgenomen wijzigingen in de regelgeving, de uitvoeringscirculaire en natuurlijk dit informatiebulletin A4 heeft iedere politiemedewerker een CAO-krant op het huisadres ontvangen. Al deze informatievoorziening heeft tot vragen geleid. Een aantal van deze vragen komt regelmatig terug zodat dit informatiebulletin zich vooral op die vragen richt.
Fit en gezondheid
Vraag
Kan een medewerker verplicht worden om aan de aangeboden gezondheidsmeting
mee te doen?
Antwoord
Nee. De bedoeling is wel dat alle ambtenaren meedoen, maar het is geen
verplichting (dit laatste in tegenstelling van de fitheidtest die
vanaf 2009 verplicht wordt voor alle executieve ambtenaren).
Fit en gezondheid wordt een verplicht onderwerp tijdens pop- en functioneringsgesprekken.
Echter de uitkomsten van de gezondheidsmeting kunnen niet zonder
meer gebruikt worden bij pop- of functioneringsgesprek-ken. Dit laatste
kan alleen met medewerking van de ambtenaar.
Capaciteitsuitbreiding
Vraag
Geldt de 1%-capaciteitsuitbreiding ook voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten
die hun resterend verdienvermogen volledig benutten?
Antwoord
Ja, deze afspraak geldt ook voor de ambtenaren die gedeeltelijk arbeidsongeschikt
zijn. Ook voor hen gelden de in het Akkoord opgenomen afspraken ter vervanging
van de Afup. Omdat tegenover de 1% extra werken geen salaris staat, zijn
er geen gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid. De mate van
arbeidsongeschiktheid is namelijk afhankelijk van het laatstverdiende
loon en het loon dat theoretisch
kan worden verdiend. Omdat het salaris niet wijzigt door de 1% capaciteitsuitbreiding
zal dit geen aanleiding zijn om de restverdiencapaciteit te verhogen
(waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid daalt).
Vraag
Geldt de 1%-capaciteitsuitbreiding ook voor aspiranten?
Antwoord
Ja, deze afspraak geldt ook voor aspiranten. Hierbij moet wel rekening
worden gehouden met artikel 100 van het Barp. Het eerste lid van dit
artikel bepaalt dat artikel 12 van het Barp alleen op de aspirant van
toepassing is gedurende het praktische opleidingsdeel. Dit heeft als
gevolg dat alleen de te werken uren gedurende de praktische opleidingsdelen
met 1% dienen te worden verhoogd.
Vraag
Hoe om te gaan met de 1% capaciteitsuitbreiding bij ziekte van de ambtenaar?
Antwoord
De afschrijvingssystematiek bij ziekte wijzigt niet door de
1%-capaciteitsuitbreiding. Deze blijft gebaseerd op de gemiddeld 36-urige
werkweek (dus exclusief de 1% verhoging). Bij kortdurende ziekte
heeft de ambtenaar voldoende mogelijkheden om op een ander moment
in het
kalenderjaar de extra uren te werken. Bij langdurige ziekte (bijvoorbeeld
langer dan
26 weken) zijn deze mogelijkheden beperkt. Het is in die situatie
redelijk om te bepalen dat na herstel de ambtenaar de
1%-capaciteitsuitbreiding nog slechts naar rato van het resterende
kalenderjaar hoeft te werken. De 1%-capaciteitsuitbreiding die
de ambtenaar gedurende
de langdurige ziekteperiode niet heeft kunnen werken, hoeft dan
niet te worden ingehaald. Op de vraag hoe dit in de rechtspositie
wordt
verankerd, wordt op een later moment uitsluitsel gegeven.
Loondoorbetaling bij ziekte
Vraag
Wanneer treden de afspraken over loondoorbetaling in werking?
Antwoord
De afspraken in het Akkoord over de loondoorbetaling bij ziekte treden
pas in werking zodra het Bbp is aangepast. Tot dat moment blijven de
huidige bepalingen van het Bbp van kracht. Het nieuwe aansprakenniveau
geldt voor de ambtenaren die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden.
Vanaf de ingangsdatum ontvangen zij het percentage van de bezoldiging
waarop zij op basis van het aangepaste Bbp recht op hebben. Ook geldt
vanaf deze datum dat de zieke ambtenaar een beloning voor loonvormende
arbeid of reïntegratieactiviteiten kan ontvangen. Hiervoor is een
staffel ontwikkeld bestaande uit drie categorieën (0-35%, 35-80%
en > 80%) Alleen achteraf kan worden vastgesteld in welke staffel
de betreffende ambtenaar dient te worden ingedeeld. Dit betekent dat
er twee mogelijkheden zijn. De eerste is dat het bevoegd gezag vooraf
inschat in welke staffel de zieke ambtenaar zal vallen en de beloning
van deze staffel als voorschot betaalbaar stelt. Achteraf zal het voorschot
dan eventueel moeten worden verrekend met de feitelijke aanspraak op
de beloning. De tweede mogelijkheid is dat het bevoegd gezag de beloning
altijd achteraf (dus een maand later) betaalbaar stelt. Beide mogelijkheden
hebben hun voor- en nadelen.
DTZ gepensioneerden
Vraag
Hoe gaat de toekenning en uitbetaling van de compensatie voor ziektekosten
voor gepensioneerden
Antwoord
In tegenstelling tot eerdere berichtgeving hoeft de distorsie toeslag
ziektekosten voor gepensioneerden niet te worden aangevraagd.
Vaststelling van de hoogte én
de toekenning van deze compensatie gaat automatisch. Het ABP voert deze opdracht
voor de sector uit. Naar verwachting wordt de DTZ jaarlijks in de maand mei
door het ABP uitgekeerd. Mensen voor wie dit geldt worden over de toekenning
rechtstreeks geïnformeerd
Reïntegratieactiviteit
Vraag
Wat wordt verstaan onder reïntegratieactiviteiten?
Antwoord
In het arbeidsvoorwaardenakkoord is afgesproken dat ambtenaren die langer
dan zes maanden ziek zijn, naast hun loon bij ziekte, een beloning ontvangen
voor loonvormende arbeid of reïntegratieactiviteiten. Het akkoord
verstaat onder reïntegratieactiviteit een activiteit die verricht
wordt om terug te keren in het arbeidsproces en die past in de afspraken
die op grond van het reïntegratieplan zijn gemaakt. Het betreft het
reïntegratieplan dat in het kader van de wet Poortwachter wordt opgemaakt.
Op de CAO-Expertmeeting van 30 november en 1 december 2005 is gebleken
dat er behoefte is aan een landelijke richtlijn die een nadere invulling
geeft aan wat onder reïntegratieactiviteiten moet worden verstaan.
Aan deze richtlijn wordt op dit moment gewerkt. Zodra deze richtlijn is
opgesteld zullen de korpsen worden geïnformeerd. Tot dat moment wordt
u verzocht geen regionale invulling te geven aan het begrip reïntegratieactiviteit.
Dit is op dit moment ook niet noodzakelijk omdat het nog een aantal maanden
zal vergen om hoofdstuk 10 “Voorzieningen in verband met Ziekte” van
het Bbp aan te passen. Tot dat moment blijven de huidige artikelen van
dit hoofdstuk van kracht.
Toelichting
Vanwege de vele vragen hierover wordt vooruitlopend op de aangekondigde
voorlichtingsronde in het voorjaar, vast informatie gegeven over de
toepassing van de Afup-overgangsmaatregelen voor executieven in schaal
12 en hoger.
Bij het totstandkomen van de Afup in 2001 zijn overgangsmaatregelen
afgesproken voor executieven in schaal 12 en hoger (van toepassing
op alle executieven of “aangewezen functies” die op 12
maart 1999 en op
31 december 2000 de executieve status hadden, ongeacht hun schaal).
Ook nu de Afup wordt vervangen door een nieuw systeem is bij de afspraken
met deze categorie rekening gehouden.
Voor al het personeel waarvoor garantiejaren zijn vastgesteld voor
Afup-algemeen of Afup-specifiek geldt - ongeacht hun salarisschaal
of huidige status - dat deze worden vertaald in een inhaaltoelage bezwarende
functies (iTBF). Indien deze toelage wordt aangewend voor levensloopsparen
kan eerder worden uitgetreden. De hoogte van de iTBF wordt berekend
aan de hand van de eigen dienstjaren en de huidige leeftijd. Hoe meer
dienstjaren en hoe hoger de leeftijd, hoe hoger de iTBF zal zijn. De
iTBF wordt éénmalig vastgesteld en loopt door tot het
bereiken van de leeftijd van zestig jaar. Wijzigingen in salarisschaal
of aanstellingsgrond nadien hebben geen gevolgen voor toekenning of
hoogte van de iTBF.
Via de iTBF worden de oorspronkelijke Afup-overgangsmaatregelen voor
executieven in de schalen 12 en hoger - rekening houdend met de aangepaste
uitkeringspercentages op de spilleeftijden - volledig omgezet. Omdat
vanaf schaal 12 geen Afup-specifiek werd opgebouwd en nu geen toelage
bezwarende functie (TBF) wordt toegekend, is het meerdere ten opzichte
van de 66,5% op 61-jarige leeftijd afhankelijk van het aantal toegekende
garantiejaren voor Afup-algemeen en Afup-specifiek. Net als bij de
Afup is het afhankelijk van de toegekende garantiejaren of de hoogte
van de uitkering meer richting de 76% op zestigjarige leeftijd of meer
richting de 66,5% op 61-jarige leeftijd zal liggen. Dit geldt alleen
als de werkgeversbijdrage voor levensloopsparen en de iTBF worden aangewend
voor levensloopsparen en de ambtenaar zelf ook daaraan een bijdrage
levert.
Helaas zijn er in de CAO-krant enkele foutjes geslopen. Oplettende lezers hebben ons hierop geattendeerd, waarvoor dank!
In de uitvoeringscirculaire van 21 december 2005 (kenmerk 2005-328509) staat onder punt 4.3 Hondengeleiders, vermeld dat de ingangsdatum van de tijdelijke regeling 1 december 2005 is. Dit is onjuist. De ingangsdatum van de tijdelijke regeling is conform wat in de tekst van het Akkoord staat, 1 januari 2006.
De informatie in het informatiebulletin A4 is primair bedoeld voor P&O- en FEB-functionarissen. Dit betekent dat de informatie is geschreven met als uitgangspunt dat enige achtergrondkennis over de ontwikkelingen wordt verondersteld. Dit neemt niet weg dat alle politiemedewerkers zich aan kunnen melden voor digitale toezending van dit informatiebulletin. Mocht de informatie uit dit bulletin echter tot vragen leiden dat kunt u zich altijd wenden tot de personeelsafdeling van het korps waar u werkzaam bent.
Toezending A4
Indien u interesse heeft voor toezending van A4 per e-mail, dan kunt u
dit kenbaar maken door de volgende informatie per e-mail toe te zenden
aan: pauline.jager@minbzk.nl :
politiekorps; naam; functie; e-mailadres*:
*BZK heeft (nog) geen toegang tot intranet Politie
A4 is terug te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.ic-politie.nl
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier
kort en bondig te informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is met name bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt ongeveer zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte
kan de verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt
er aanvullend een
A4 thema-nummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald
onderwerp.
Aan de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
Redactie:
Geke Hovius
Pauline de Jager
A4 jaargang 2006, nummer 1