Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid directie Politie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te
informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is vooral bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt minstens zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte kan de
verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt er aanvullend
een A4 themanummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald onderwerp.
Aan
de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
A4 is terug
te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.cao-politie.nl
A4 kunt u toegezonden krijgen door een mail te zenden aan pauline.jager@minbzk.nl
Redactie:
Pauline de Jager
jaargang 2005, nummer 10
SPECIAL INFORMEEL AKKOORD
De tekst van het informeel akkoord
0. CONSIDERANS
1. Looptijd en ingangsdatum
2. Inkomen- Algemene salarismaatregelen
- Ambtsjubileumgratificatie
- Loondoorbetaling eerste en tweede ziektejaar
- Compensatie invoering nieuw zorgstelsel
- Kinderopvang
3. Duurzame loopbaan
- Fit & gezondheid
- Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid
- Preventie (ziekte)verzuim en uitstroom arbeidsongeschiktheid
- Reïntegratie van zieken en arbeidsongeschikten
- Gevolgen herbeoordelingsoperatie
- Voorkomen ontslag bij reorganisaties
4. Harmonisatie, vereenvoudiging en ontbureaucratisering
- Reorganisatieparagraaf
- Reisregelingen
- Hondenbegeleiders
- CAO à la carte
- Medezeggenschapsstructuur
- Opbouw vakantieverlof
- Inventarisatie toepassing bestaande regelgeving
5. Capaciteit en werktijden
- Capaciteitsuitbreiding vanwege omvormen Afup
- Begeeftijd deel reistijd bij bijstandsverlening
- Nachtdienstontheffing
- Modaliteiten werktijden
- Roosterafspraken
- Arbeidstijdenwet
- Verschuivingstoelage
6. Politiespecifiek
- Dienstongevallen
- Waarborgfonds
- Vergoeding rechtsbijstand
- Operationele toelage
- PO-2002
7. Stelselwijzigingen
- VPL
- WGA-WIA
- Wijziging WW
• A 4 jaargang 2005, nummer 10 downloaden als pdf (246 k)
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig
te informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is met name bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt tenminste zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte
kan de verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt
er aanvullend een
A4 thema-nummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald
onderwerp.
Aan de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
SPECIAL INFORMEEL AKKOORD
Vrijdag 16 september zijn minister Remkes en de politiebonden NPB, ACP
en VMHP het informeel eens geworden over een
pakket arbeidsvoorwaarden tot 2008.
In dit pakket zijn afspraken gemaakt over vroegpensioen, levensloop,
1e en 2e ziektejaar, zekerheid bij schade en dienstongeval, gevolgen
WAO/WIA en WW, ziektekosten, reiskosten, inconveniëntenvergoeding,
reorganisatieregels, ontbureaucratisering, fit en gezond, arbeidscapaciteit,
arbeidsmodaliteiten, loon en nog veel meer.
Minister en politiebonden hebben een tijdlang tegenover elkaar gestaan.
In de maand juni uitmondend in acties van de bonden. Beide partijen hebben
hun verantwoordelijkheid genomen om langs de weg van geven en nemen een
balans te vinden tussen de belangen van werkgever en werknemer. Daarmee
is de arbeidsrust voor een langere periode verzekerd. De belangen van
de samenleving zijn in hun afwegingen door beide partijen betrokken.
Naast het bevorderen van de veiligheid, een belangrijk thema van dit
kabinet, stond voor de politiebonden NPB, ACP en VMHP en de minister
zekerheid, vertrouwen en waardering van het personeel voorop. De uitkomst
sluit op onderdelen aan bij de plannen van het kabinet over de toekomst
van de politieorganisatie en heeft sectorspecifieke kenmerken.
Het resultaat is bereikt in een relatief korte periode van intensieve
gesprekken over tientallen onderwerpen. In de meeste gevallen is overeenstemming
bereikt over uitgangspunten van beleid. Langs deze weg zijn vermoedelijk,
in vergelijking met de klassieke overlegmethode, maanden van overleg
gewonnen. Het proces van de totstandkoming van een definitief akkoord
wordt nu gestart.
Voor wat betreft het verdere tijdpad:
De tekst van het informeel akkoord
0. CONSIDERANS
Partijen doen met deze afspraken recht aan inzet van het politiepersoneel
in een steeds veranderende samenleving.
De looptijd van de CAO is geënt op de omvang van de afspraken die
op meerdere onderwerpen een langjarig karakter kennen. Tevens zijn partijen
zich met deze looptijd bewust van het feit dat de afspraken zijn gemaakt
in een veranderende politieorganisatie.
Partijen realiseren met deze afspraken een centrale vaststelling van
de arbeidsvoorwaarden waarbij regionale verschillen in de arbeidsvoorwaarden
worden afgebouwd.
Partijen geven met deze afspraken een sectorale, op politie toegepaste
uitwerking aan van de afspraken in het sociaal
akkoord.
Partijen hebben met deze afspraken invulling gegeven aan het verminderen
van de administratieve lasten voor de korpsen
Partijen hebben met deze afspraken invulling gegeven aan een substantiële
verhoging van de directe capaciteit door middel van het langer (door)werken.
1. LOOPTIJD EN INGANGSDATUM
De overeenkomst heeft een looptijd 1 juni 2005 tot en met 31 december
2007.
Tenzij anders vermeld gaan de afspraken zoals opgenomen in dit Arbeidsvoorwaardenakkoord
in op de datum van ondertekening.
2. INKOMEN
Algemene salarismaatregelen
Voor ambtenaren met een andere betrekkingsomvang dan een volledige
betrekkingsomvang, gelden het vloerbedrag en de eenmalige uitkering
naar rato van een volledige
betrekking.
De algemene salarismaatregelen werken op de reguliere wijze door
voor het voormalige politiepersoneel, alsmede op de hoogte van de
minimumvakantie-uitkering,
minimum eindejaarsuitkering en de hoogte van de ME-dagvergoeding.
Partijen behouden zich het recht voor om opnieuw in overleg te treden
indien de ABP-premies voor 2006 niet dalen tot het niveau van 2004.
Ambtsjubileumgratificatie
Met ingang van 1 januari 2006 wordt voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten
de ambtsjubileumgratificatie berekend over de oorspronkelijke bezoldiging
ofwel over de som van herplaatsingstoelage, invaliditeitspensioen en
WAO en de resterende bezoldiging.
Loondoorbetaling eerste en tweede ziektejaar
Partijen nemen de verklaring van de Stichting van de Arbeid in acht over
de loondoorbetaling in geval van ziekte. Daarom wordt dit als volgt geregeld:
De afspraken gelden voor de politieambtenaar die op of na 1 januari
2004 ziek is geworden en gaan in per 1 januari 2006.
Voor de politieambtenaar die gedurende de ziekteperiode loonvormende
arbeid of reïntegratieactiviteiten verricht geldt een beloning
naast het loon tijdens ziekte.
Het samenstel hiervan bedraagt:
Ter illustratie: een ambtenaar die veertien maanden ziek is en voor
65% van zijn betrekkingsomvang loonvormende arbeid en/of reïntegratieactiviteiten
verricht ontvangt voor 80% van zijn betrekkingsomvang zijn volledige
bezoldiging en voor 20% van zijn betrekkingsomvang de tot 80% verminderde
bezoldiging.
Onder loonvormende arbeid wordt verstaan: arbeid die gericht is op
het leveren van productie. Onder reïntegratieactiviteiten wordt verstaan:
activiteiten die verricht worden om terug te keren in het arbeidsproces
en die passen in de afspraken die op grond van het reïntegratieplan
in het kader van de wet Poortwachter worden gemaakt.
De handelswijze voor de bijzondere situatie van loondoorbetaling
in geval van dienstongevallen is opgenomen in de paragraaf met politiespecifieke
afspraken.
Compensatie invoering nieuw zorgstelsel
Partijen onderkennen dat het nieuwe zorgstelsel zowel positieve als negatieve
inkomensgevolgen heeft. Uitgangspunt voor het vaststellen van inkomensachteruitgang
zijn de berekeningen die het CPB gevraagd wordt te maken.
Over de compensatie wordt het volgende afgesproken:
De uitbetaling van deze compensatie vindt van 2006 tot en met 2012
jaarlijks plaats.
Het bedrag waarvan de compensatie wordt afgeleid wordt éénmalig
vastgesteld en tijdens de compensatieperiode niet meer
gewijzigd. Om voor de compensatie in aanmerking te komen dient de gepensioneerde
zich daarvoor aan te melden. Degenen die een nadelig negatief effect
ondervinden komen in aanmerking voor een vergoeding. De hoogte daarvan
hangt samen met het hebben van een partner en de hoogte van het inkomen.
De toets op het hebben van een partner vindt jaarlijks plaats. Voor
ambtenaren die gedurende de compensatieperiode met pensioen gaan geldt
het eerste
jaar het compensatiepercentage behorend bij het jaartal waarin de pensionering
ingaat. Vervolgens loopt deze nieuwe gepensioneerde het vervolg van
de compensatie-staffel uit. Of deze nieuwe gepensioneerden een nadelig
negatief
effect ondervinden en daardoor in aanmerking komen voor een vergoeding
hangt samen met het al dan niet hebben van een bij de GVP meeverzekerde
partner op 31 december 2005, en de jaarlijkse toets op het hebben van
een partner.
Indien de aanspraak op de werkgeversbijdrage in de ziektekosten wordt
gewijzigd voor FPU-uitkeringen en FLO, wordt de afspraak voor gepensioneerden
ook toegepast voor deze categorie. Op de compensatie wordt dan de eventuele
nieuwe tegemoetkoming door het VUT-fonds in mindering gebracht.
Kinderopvang
Partijen komen overeen in de Regeling spaarloon politie de deblokkeringsmogelijkheid
voor kinderopvang op te nemen met terugwerkende kracht. Hiermee kan de
politieambtenaar beschikken over het tegoed ter zake van eenzesde van
de aan hem of zijn partner in rekening gebrachte kosten voor kinderopvang
als bedoeld in artikel 16c, vierde lid, van de wet op de loonbelasting
1964; in totaal kan het dus om 1/3 van de kosten gaan.
3. DUURZAME LOOPBAAN
Fit& gezondheid
Partijen delen de visie dat fit en gezond een cruciaal onderdeel van
het HRM-beleid voor de komende jaren moet zijn. De verantwoordelijkheid
voor de uitvoering van het beleid moet worden verankerd in (de korpsleiding
van) ieder regiokorps.
Partijen zijn het erover eens dat de invoering en implementatie van fit
en gezond in de vorm van een project zal worden opgepakt. De werkgever
zal hierin het initiatief nemen. De vakbonden zullen bij dit project
worden betrokken. Het project omvat het ontwikkelen en implementeren
van:
Het doel is fit en gezond te borgen in alle relevante onderdelen
van het (HRM) beleid. Zo zal het onderwerp fit en gezond een
verplicht gespreksonderwerp zijn in het jaarlijks te houden functioneringsgesprek.
En ook maakt dit onderwerp deel uit van het te houden gesprek over
het persoonlijk ontwikkelingsplan (zie bij het onderwerp: POP).
De werkgever waakt over de fitheid en de gezondheid van de werknemer.
De werknemer is zelf ook verantwoordelijk voor het behoud van zijn
fitheid en gezondheid. In dat kader biedt de werkgever de werknemer
de nodige
faciliteiten die bevorderlijk zijn voor de gezondheid en in verband
daarmee de fitheid van betrokken politieambtenaren.
Het tijdpad van het project is als volgt:
Vanaf 2007 wordt tevens gemonitored of de regiokorpsen en zo ja op welke wijze zij aan het beleid inzake fit en gezond uitvoering hebben gegeven. In de loop van 2008 vindt er een evaluatie plaats van de meting en de test. Behalve in kwantitatieve zin (o.a. hoeveel deelnemers) ook in kwalitatieve zin (o.a. voldoen de meting en de test inhoudelijk, hoe is de fitheid en de gezondheid van de ambtenaar etc.). In 2010 en 2012 vindt er opnieuw een evaluatie plaats.
Ontwikkelingsgericht personeelsbeleid
Partijen delen het standpunt dat voor de professionaliteit en employability
van de politieambtenaar de komende jaren verder moet worden geïnvesteerd
op het persoonlijk ontwikkelingsplan, zoals geïntroduceerd in het
Arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2001 – 2003.
Partijen komen overeen dat een gespreksleidraad wordt ontwikkeld ten
behoeve van de gesprekken over een persoonlijk ontwikkelingsplan en de
gesprekken over het functioneren. Aan de hand van deze gespreksleidraad
en bijbehorend landelijk standaard POP-formulier vindt de voorbereiding
en het gesprek tussen leidinggevende en werknemer plaats over een persoonlijk
ontwikkelingsplan en het functioneren. Ten minste éénmaal
in de drie jaar vindt een gesprek plaats over een persoonlijk ontwikkelingsplan,
tenzij er behoefte bestaat aan een grotere frequentie met een maximum
van eens per jaar. In het jaarlijks te houden functioneringsgesprek worden
onder andere de afspraken uit het persoonlijk ontwikkelingsplan geëvalueerd.
Partijen maken nadere afspraken over totstandkoming, implementatie en
uitvoering.
In 2006 vinden de eerste gesprekken over een persoonlijk ontwikkelingsplan
aan de hand van de gespreksleidraad en bijbehorend landelijk standaard
POP-formulier plaats. Monitoring van de gesprekkencyclus vindt jaarlijks
plaats en na verloop van drie jaar wordt de gesprekkencyclus geëvalueerd.
Preventie (ziekte)verzuim en uitstroom arbeidsongeschiktheid
Het grotendeels vrijblijvende karakter van preventiemaatregelen wordt
omgezet in afspraken met een verplichtend karakter. Dit betreft de volgende
punten:
Reïntegratie van zieken en arbeidsongeschikten
Mede gezien de grote inkomensgevolgen die (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid
in de toekomst zullen hebben ligt veel nadruk op het voorkomen daarvan
middels reïntegratie. Hieronder wordt verstaan: activiteiten gericht
op de inschakeling bij
arbeid. Om dit te realiseren maken partijen de volgende afspraken:
Gevolgen herbeoordelingsoperatie
Als gevolg van de herbeoordelingsoperatie arbeidsongeschiktheidswetten
kunnen politieambtenaren als gevolg van de herkeuring op grond van het
Schattingsbesluit worden ingedeeld in een lagere arbeidsongeschikheidsklasse
waardoor de verdiencapaciteit toeneemt. Partijen komen overeen dat de
werkgever een uitbreiding van het aantal uren aanbiedt aan de politieambtenaar
tenzij zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. Indien het volledig
benutten van de bijgestelde verdiencapaciteit alleen kan worden bereikt
door het verrichten van een functie op een hoger niveau biedt de werkgever
binnen twaalf maanden twee maal een passende functie aan binnen of buiten
het korps, tenzij zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. Van
zwaarwegend dienstbelang is sprake indien dit leidt tot ernstige problemen
van financiële of organisatorische aard; of omdat onvoldoende werk
voorhanden is of omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting
van het korps daartoe ontoereikend is.
Indien de politieambtenaar zijn nieuwe verdiencapaciteit niet volledig
kan benutten wordt het inkomensverlies dat daarvan het gevolg is gedurende
een periode van vijf jaar volledig aangevuld.
Ook voormalige politieambtenaren die voorheen volledig arbeidsongeschikt
waren kunnen als gevolg van de herkeuring weer verdiencapaciteit verwerven.
Indien de voormalige politieambtenaar als gevolg van een dienstongeval
destijds arbeidsongeschikt is geworden wordt door partijen van de voormalige
werkgever verwacht dat deze zich zal inspannen om deze voormalige politieambtenaar
in de gelegenheid te stellen zijn verdiencapaciteit te benutten en terug
te keren in het arbeidsproces.
Voorkomen ontslag bij reorganisaties
Analoog aan het preventie- en reïntegratiebeleid voor langdurig
zieken en arbeidsongeschikten willen partijen voorkomen dat een politieambtenaar
wordt ontslagen vanwege een reorganisatie. Dit uitgangspunt vormt de
kern van de afspraken over de handelswijze bij reorganisaties die landelijk
worden ingevoerd. Ter ondersteuning daarvan wordt voor de sector Politie
een mobiliteitscentrum opgericht. Het mobiliteitscentrum heeft de taak
en verantwoordelijkheid de uitwisseling van politiepersoneel binnen de
sector te bevorderen. Het mobiliteitscentrum kent tevens een professionele
begeleidingsfunctie gericht op een blijvende participatie van het politiepersoneel
op de arbeidsmarkt.
4. HARMONISATIE, VEREENVOUDIGING EN ONTBUREAUCRATISERING
Reorganisatieparagraaf
Omdat de inrichting van de Nederlandse politie in beweging is vinden
partijen het noodzakelijk om landelijke afspraken te maken over de personele
consequenties bij reorganisaties. Uitgangspunten daarbij zijn dat werk
boven uitkering gaat en dat zowel de werkgever als de werknemer verantwoordelijk
zijn voor de voortzetting van de deelname in het arbeidsproces.
Onder een reorganisatie wordt door partijen verstaan: een wijziging van
de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud waaraan belangrijke
gevolgen uitgaan voor de werkgelegenheid in kwantitatieve en kwalitatieve
zin van een politiekorps, de Politieacademie, het ITO en een voorziening
tot samenwerking of een onderdeel daarvan alsmede van het organisatieonderdeel
waarin bijzondere ambtenaren van politie werkzaam zijn. Partijen komen
overeen nadere afspraken te maken over een juiste toepassing van deze
paragraaf.
Van een reorganisatie is ook sprake bij de overgang van een ambtenaar
naar een private onderneming of zelfstandig bestuursorgaan in verband
met de privatisering of verzelfstandiging van het dienstonderdeel van
een politiekorps, de
Politieacademie, het ITO en een voorziening tot samenwerking waarbij
de ambtenaar werkzaam is, tenzij bij algemeen verbindend voorschrift
anders is bepaald.
Een ambtenaar van wie de functie in verband met een reorganisatie wordt
opgeheven, wordt aangewezen als herplaatsingkandidaat. Iedere herplaatsingskandidaat
krijgt begeleiding ten behoeve van zijn blijvende deelname in het arbeidsproces.
De begeleiding houdt in dat in overleg met het korps een deskundige van
het mobiliteitscentrum in samenwerking met de ambtenaar een inventarisatie
opstelt van de competenties en de wensen van de ambtenaar en diens mogelijkheden
op de arbeidsmarkt.
Binnen een periode van één jaar, nadat de ambtenaar is
aangewezen als herplaatsingkandidaat, doet het bevoegd gezag de herplaatsingkandidaat
ten minste twee aanbiedingen van passende arbeid. Passende arbeid is
alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de herplaatsingkandidaat
is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke
of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Passende arbeid is mogelijk
zowel binnen het bereik van het bevoegd gezag als bij een andere werkgever.
Ook arbeid waarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag de herplaatsingkandidaat
binnen een termijn van twee jaar om-, her- of bijgeschoold kan worden
is passende arbeid.
Er is geen sprake van passende arbeid indien:
de reistijd naar arbeid meer dan drie uur (heen en terug) bedraagt,
tenzij de gebruikelijke reistijd voor de herplaatsingkandidaat naar
de plaats van tewerkstelling
al meer dan drie uur per dag bedraagt.
Voor de toepassing van het bovenstaande dient bij passende arbeid bij een andere
werkgever buiten de sector Politie het maximaal te genieten inkomen te worden
vergeleken met de bezoldiging behorend bij het maximum van een salarisschaal
van het Bbp.
De herplaatsingskandidaat die passende arbeid aanvaart binnen het bereik van
het bevoegd gezag behoudt maximaal vijf jaar nadat de functie is aangeboden
zijn oorspronkelijke salaris indien het salaris in de oorspronkelijke functie
hoger
was. Bij de inschaling in de nieuwe –lagere- functie- vindt de inschaling
plaats door het best passende salarisbedrag te kiezen
(d.w.z. zo horizontaal als mogelijk). De herplaatsingkandidaat die arbeid aanvaart
buiten het bereik van het bevoegd gezag wordt een salarissuppletie toegekend
indien het genoten salaris van de nieuwe arbeid lager is dan het salaris in
de oorspronkelijke functie. Deze suppletie wordt toegekend gedurende maximaal
vijf
jaar nadat de functie is aangeboden en is gelijk aan het verschil tussen het
in de oorspronkelijke functie genoten salaris en het salaris in de nieuwe functie.
De termijn van vijf jaar wordt verlengd met één jaar, indien
de ambtenaar op het moment van aanwijzing tot herplaatsingkandidaat 25 of meer
dienstjaren
heeft. In het geval de ambtenaar op het moment van aanwijzing tot herplaatsingkandidaat
30, 35 of 40 of meer dienstjaren heeft, wordt de termijn verlengd met respectievelijk
twee, drie of vier jaar.
Indien het bevoegd gezag er niet in slaagt om binnen de termijn van één
jaar de twee aanbiedingen te doen wordt de termijn verlengd tot het moment waarop
dit wel is gedaan. Indien het bevoegd gezag kan aantonen dat er in het geheel
geen passende arbeid kan worden aangeboden volgt ontslag op grond van artikel
91 van het Barp. Dit ontslag kan niet eerder plaatsvinden dan dat een termijn
van vijf jaar is verstreken, nadat de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingkandidaat.
De termijn van vijf jaar wordt verlengd met één jaar, indien
de ambtenaar op het moment van aanwijzing tot herplaatsingkandidaat 25 of meer
dienstjaren
heeft. In het geval de ambtenaar op het moment van aanwijzing tot herplaatsingkandidaat
30, 35 of 40 of meer dienstjaren heeft, wordt de termijn verlengd met respectievelijk
twee, drie of vier jaar.
Deze termijn kan alleen worden verkort als de ambtenaar zijn verplichtingen
bij een reorganisatie niet nakomt.
Indien de herplaatsingskandidaat de aangeboden passende arbeid niet accepteert
volgt ontslag op grond van artikel 91 van het Barp.
Partijen komen overeen bepalingen ten aanzien van de personele consequenties
bij reorganisatie op basis van bovenstaande uitgangspunten op te nemen in de
rechtspositie. Deze bepalingen zijn van kracht op alle reorganisaties, die
plaatsvinden op of na 1 januari 2007. Het bepaalde is tevens van kracht op
reorganisaties
van voor 1 januari 2007 voorzover de reorganisatie betrekking heeft op bovenregionale
samenwerking, een voorziening tot samenwerking als bedoeld in de artikelen
47 en 47a Politiewet (Stb. 2005, 242) of het gevolg zijn van veranderingen
in de
politieorganisatie ingegeven door het advies van de Stuurgroep Evaluatie Politieorganisatie
(commissie Leemhuis).
Reisregelingen
Partijen constateren dat de huidige regelingen in verband met woon-werkverkeer,
dienstreizen en verplaatsingen verouderd, ondoorzichtig en complex zijn en daardoor
niet logisch, doelmatig en praktisch in de uitvoering. Om die reden stellen partijen
voor om de bestaande regelingen aan te passen en deze onder te brengen in een
nieuwe overzichtelijke en goed toegankelijke regeling die de administratieve
last voor de korpsen doet afnemen.
Doel is de huidige verzameling van landelijke besluiten en regelingen op te
laten gaan in één nieuwe landelijke regeling. De nieuwe regeling biedt
een reële en redelijke vergoeding. Doelstelling is derhalve niet het realiseren
van besparingen en versoberingen ten koste van het politiepersoneel.
Uitgangspunten voor de vormgeving van de nieuwe reisregeling zijn:
Hondengeleiders
Partijen constateren dat een grote mate van diversiteit is waar te nemen in de
rechtspositie van hondengeleiders en de omstandigheden waaronder zij hun functie
moeten uitvoeren. Om aan deze ongewenste situatie een einde te maken spreken
partijen af om afspraken die de functionaliteit van de hondengeleiders betreffen
onder te brengen in een landelijke regeling.
Partijen komen overeen dat er op 1 januari 2007 één landelijke
regeling is die gericht is op de functionaliteit van de hondengeleiders.
In deze landelijke regeling worden afspraken opgenomen over:
Partijen komen overeen dat met ingang van 1 januari 2006 tot het moment waarop in de CGOP deze landelijke regeling is overeengekomen aan hondengeleiders die niet de beschikking hebben over een dienstvoertuig, en die voor het vervoer van de diensthond gebruik maken van eigen vervoer, een vergoeding wordt toegekend van € 0,28 per te reizen kilometer. Dit ter compensatie van het gebruik van het eigen vervoersmiddel. Er wordt geen eigen bijdrage van € 2,50 in mindering gebracht.
CAO à la carte
Partijen komen overeen dat de mogelijkheden om arbeidsvoorwaarden in te wisselen,
worden verruimd. De bronnen worden uitgebreid met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering
en het salaris. De functioneringstoelage en de uitkering om reden van werving
en behoud komen als bronnen te vervallen omdat dit geen algemeen voorkomende
inkomenscomponenten zijn.
De mogelijkheden om arbeidsvoorwaarden in te zetten ten behoeve van fiscaal
gefaciliteerde doelen worden geüniformeerd door deze landelijk vast
te stellen, uiteraard met inachtneming van de fiscale mogelijkheden. Als
doel
zal daarbij tevens de
vakbondscontributie worden opgenomen.
Medezeggenschapsstructuur
Met waardering voor het werk dat sinds 1993 is verricht door het Regionaal
georganiseerd overleg (RGO) komen partijen tot de conclusie dat het RGO
geen voortbestaansrecht
meer heeft. Om die reden worden de RGO’s met ingang van 1 januari 2007
buiten werking gesteld. Dit mag echter geen negatieve invloed hebben op de aanspraken
die individuele ambtenaren kunnen ontlenen aan bestaande regelingen die onder
vigeur van een RGO zijn tot stand gekomen. Daarom zullen per korps deze regelingen
worden geïnventariseerd. Daarbij dienen het bevoegd gezag van het korps
en het RGO gezamenlijk te verklaren dat de uitgevoerde inventarisatie compleet
is. In CGOP-verband wordt vervolgens besloten over de geïnventariseerde
regelingen. Uitgangspunt daarbij is dat de arbeidsvoorwaardenruimte die in het
verleden vanuit het landelijk overleg zijn toegewezen aan het regionale overleg
beschikbaar blijft voor het domein van personeelsbeleid en arbeidsvoorwaarden.
Hiermee wordt bedoeld: de 0,20% “Kwaliteit van de arbeid” en de 0,075% “Banenbemiddelingsplan” vanuit
het Arbeidsvoorwaardenakkoord 1993-1995, de opbrengst van de versobering van
de reisregelingen per 1 januari 1995, waarover in het overleg met de CGOP op
21 november 1994 is afgesproken dat de mogelijke besparingen door de korpsen
in overleg met het RGO zouden worden besteed en de fl. 10 mln middelen voor “Fit
en Gezond“ vanuit het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2001-2003. De positie
van de middelen in het kader van de Harmonisatie arbeidsvoorwaarden 1994
zal door
partijen nog nader worden bezien.
Naast het buiten werking stellen van de RGO’s zal de werkgever
met inachtneming van de WOR en het kabinetsstandpunt inzake een nieuw
politiebestel
een voorstel
doen voor een bij de nieuwe inrichting van het politiebestel passende
medezeggenschapsstructuur en bijbehorend plan van aanpak voorbereiden.
Daarbij zullen de bestaande
regionale OR-en betrokken worden. Het structuurvoorstel en het plan van
aanpak komen
tevens aan de orde in CGOP-verband.
Opbouw vakantieverlof (dienstongevallen en beroepsziekten)
Partijen komen overeen dat de vakantieopbouw van politieambtenaren met een beroepsziekte
gelijk wordt geschakeld met de vakantieopbouw van politieambtenaren die zijn
uitgeschakeld door een dienstongeval.
Inventarisatie toepassing bestaande regelgeving
Partijen nemen waar dat bij de uitvoering van bestaande regelgeving soms sprake
is van wezenlijk andere toepassing dan in de rechtspositie is vastgelegd. Partijen
onderkennen dat deze praktijken veroorzaakt kunnen worden door het niet voldoen
van bestaande regelingen. Dit neemt niet weg dat eigenzinnige toepassing leidt
tot willekeur en rechtsongelijkheid en niet bevorderlijk is voor de integriteit
en mobiliteit. Om die reden zullen partijen dergelijke knelpunten inventariseren
en waar nodig bestaande regelingen aanpassen aan de daadwerkelijke behoeften.
Voorbeeld van een bekend knelpunt betreft de toepassing van de afbouwtoelage
voor de operationele toelage.
5. CAPACITEIT & WERKTIJDEN
Verlenging 38-urige werkweek
Partijen komen overeen de in 2001 afgesproken periode voor werktijdverlening
tot 38 uur met tien jaar te verlengen tot 1 juli 2021. Op de datum waarop
de verlenging ingaat, heeft iedere individuele politieambtenaar de keuze
tussen
de 38-urige of de 36-urige werkweek dan wel op het handhaven van de deeltijdbetrekking.
Anders dan de reguliere mogelijkheid van een verzoek tot aanpassing van
de betrekkingsomvang is deze éénmalige keuze, die uiterlijk op 1 juli 2011 moet worden
gemaakt, een ongeclausuleerd recht. Indien de individuele politieambtenaar geen
keuze maakt geldt voor hem vanaf 1 juli 2011 de 36-urige werkweek of blijft –in
geval van een deeltijdbetrekking- de betrekkingsomvang gehandhaafd.
Capaciteitsuitbreiding vanwege omvormen Afup
Met ingang van 1 januari 2006 gaat iedere politieambtenaar op jaarbasis 1% meer
werken zonder dat daar salaris tegenover staat. Hiertoe wordt het op jaarbasis
te werken aantal uren opgehoogd met 1%. Partijen komen dit overeen als onderdeel
van de afspraken over het opheffen van de Afup vanwege het nieuwe fiscale regime
voor VUT en prepensioen. Deze uitbreiding van de werktijd komt op life-time basis
overeen met bijna vier maanden langer doorwerken aan het einde van de loopbaan.
De afspraak het aantal op jaarbasis te werken uren met 1% te verhogen loopt tot
1 januari 2040.
Begeeftijd deel reistijd bij bijstandsverlening
Om de mogelijkheden tot bijstandsverlening door de korpsen te vergroten komen
partijen overeen het element van begeeftijd in te voeren tijdens het collectieve
vervoer. Dit betreft met name ME-inzet bij calamiteiten en grootschalig optreden.
De begeeftijd bedraagt maximaal twee uur van de totale reistijd (heen en terug)
en telt niet mee voor het vaststellen van de maximale diensttijd volgens de Arbeidstijdenwet.
De begeeftijd is wel arbeidstijd die wordt uitbetaald.
Nachtdienstontheffing
Partijen hebben besloten de tijdelijke regeling nachtdienstontheffing
te verlengen door de leeftijdsgroep die van deze mogelijkheid gebruik
kan maken uit te breiden
van politieambtenaren die op 15 maart 1999 ten minste de 49 jarige leeftijd
hebben bereikt tot politieambtenaren die op die datum ten minste de 44-jarige
leeftijd hebben bereikt. Daarnaast wordt het mogelijk voor de politieambtenaar
om een verzoek tot gedeeltelijke ontheffing van nachtdiensten te doen
en wordt
de mogelijkheid toegevoegd van een geheel of gedeeltelijke ontheffing
van consignatie in de nachtelijke uren, onder overeenkomstige condities
als bij nachtdienstontheffing.
De verlenging geeft partijen voldoende tijd om te beoordelen of de veranderende
omstandigheden rechtvaardigen dat de tijdelijke regeling nadien eventueel, en
zonodig in gewijzigde vorm, zal worden voortgezet
Modaliteiten werktijden
Partijen zijn van mening dat in de praktijk onvoldoende recht wordt gedaan
aan de afspraken over werktijdenmodaliteiten uit het Arbeidsvoorwaardenakkoord
1997-1998.
Een werktijdenmodaliteit is een repeterend patroon van herkenbare vrije
tijd, uitgedrukt in uren of in dagen. Partijen herbevestigen de afspraak
dat het
vaststellen van de door de ambtenaar gewenste werktijdenmodaliteit in
goed overleg dient
plaats te vinden waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van
de individuele ambtenaar, de belangen van de dienst en de belangen van
de
andere medewerkers
van de afdeling. Om de oorspronkelijke afspraak kracht bij te zetten
wordt in de rechtspositie opgenomen dat de ambtenaar recht heeft op de
door hem
gewenste werktijdenmodaliteit, tenzij zwaarwegend dienstbelang zich daartegen
verzet.
Indien hierdoor een geschil ontstaat tussen de ambtenaar en het bevoegd
gezag wordt dit voorgelegd aan de landelijke paritaire commissie die
daartoe wordt
ingesteld. De commissie bestaat uit één lid en vier plaatsvervangend
leden aangewezen door de minister van BZK, één
lid en vier plaatsvervangend leden aangewezen door de CGOP en een door
partijen gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijke voorzitter en plaatsvervangend
voorzitter.
Roosterafspraken
Ter bescherming van de ambtenaar en om de lange termijn planning te stimuleren
zijn partijen een tweetal afspraken over de dienstroosters overeengekomen. Dat
laat onverlet dat het bevoegd gezag, ook als de normen van de ATW worden nageleefd,
zich ervan dient te vergewissen dat de feitelijk te verrichten dagelijkse werktijd
in relatie tot de aard van de werkzaamheden niet bovenmatig is.
Arbeidstijdenwet
Partijen stellen vast dat ongeacht beperkte verbeteringen in de afgelopen jaren
het aantal overtredingen van de Arbeidstijdenwet (ATW) onnodig hoog is. Dit is
ongewenst met het oog op de veiligheid en de gezondheid van de politieambtenaar
en de veiligheid van zijn omgeving. Daarbij zijn partijen van mening dat het
eventueel stelselmatig opzettelijk en bewust negeren van de normen van de ATW
in beginsel niet integer is. De minister van BZK zal afspraken maken met de korpsen
om het aantal overtredingen van de ATW substantieel terug te dringen. Het formuleren
van daadwerkelijke kwantitatieve doelstellingen per korps daarvoor zal uiterlijk
1 januari 2006 plaatsvinden. De Arbeidsinspectie zal worden gevraagd daarin te
adviseren.
De ontwikkeling van het aantal ATW-overtredingen wordt halfjaarlijks in kaart
gebracht en openbaar gemaakt. Hierbij zijn overtredingen die te maken hebben
met consignatie en beschikbaarheid een bijzonder punt van aandacht. Na drie metingen
zal in CGOP-verband aan de hand van de ontwikkelingen de balans worden opgemaakt,
waarbij zonodig nadere afspraken worden gemaakt.
Indien blijkt dat de normen van de ATW niet werkbaar zijn voor specifieke functies
bij de politie dan zal in overleg met het CGOP worden bezien of het wenselijk
is om voor die specifieke functies een verruiming van de normen te bepleiten
bij de minister van SZW.
Verschuivingstoelage
Partijen constateren dat het ondanks de gewaardeerde inspanningen vanuit het
project Optimalisering Capaciteitsmanagement Politie niet lukt om de beoogde
rust in de roosters te realiseren. Overeenkomstig de afspraak uit het Arbeidsvoorwaardenakkoord
2001-2003 wordt daarom een systeemwijziging afgesproken. Met ingang van 1 januari
2008 wordt een verschuivingstoelage ingevoerd zoals de sector Politie die in
het verleden ook heeft gekend. Ter voorbereiding daarop wordt eerst een pilot
gehouden om te komen tot een passende vormgeving van de landelijk in te voeren
verschuivingstoelage. Daarbij komt onder meer aan de orde:
Zodra de nieuwe verschuivingstoelage is ontworpen en het roostersysteem daarop in aangepast, hetgeen naar verwachting medio 2007 zal zijn, worden de korpsen in de gelegenheid gesteld om de systeemwijziging in de praktijk te testen zonder dat daaraan financiële gevolgen zijn verbonden. Dit om de daadwerkelijke invoering per 1 januari 2008 zo soepel mogelijk te laten verlopen.
6. POLITIESPECIFIEK
Dienstongevallen (loondoorbetaling)
Met betrekking tot ambtenaren die door een dienstongeval of een beroepsziekte
ongeschikt zijn geraakt tot het verrichten van arbeid, zijn partijen
overeengekomen dat de rechtspositie van de betreffende ambtenaren in
materiële zin niet
wijzigt vanwege de afspraken over loondoorbetaling bij ziekte, ongeacht de formele
wijziging. Dat betekent dat de criteria om te bepalen óf er sprake
is van een dienstongeval of beroepsziekte en de criteria voor de hoogte
van de
loondoorbetaling niet zullen wijzigen ten opzichte van de huidige regelgeving.
In formele zin wordt wel een onderscheid gemaakt tussen dienstongevallen die
zijn ontstaan bij gevaarzettende situaties en buiten gevaarzettende situaties.
Daar waar duidelijk is dat een ongeval is ontstaan als gevolg van een gevaarlijke
situatie in
dienstverband hoeft de ambtenaar geen verzoek om doorbetaling van de volledige
bezoldiging in te dienen. De doorbetaling van de volledige bezoldiging wordt
in deze situaties automatisch toegekend. Van een gevaarlijke situatie in dienstverband
is sprake indien:
Is het ongeval geen gevolg van een gevaarlijke situatie in dienstverband dan dient de ambtenaar het ongeval bij het bevoegd gezag te melden met een verzoek tot gelijkstelling van het ongeval aan een ongeval in een gevaarlijke situatie. Het bevoegd gezag kent dit verzoek toe met inachtneming van de vigerende criteria voor dienstongevallen en beroepsziekten.
Waarborgfonds
Partijen komen overeen een waarborgfonds voor de Nederlandse politie
op te richten. Het doel van dit waarborgfonds is een bodemvoorziening
voor
politieambtenaren
te creëren in het geval schade van de politieambtenaar ten gevolge
van een dienstongeval of anderszins ten gevolge van de dienstuitoefening,
niet
op een
andere grond wordt vergoed en dit sociaal-maatschappelijk gezien niet
aanvaardbaar is. Voorbeeld van een schade waarbij een vergoeding door
het waarborgfonds
mogelijk is betreft de noodzaak voor een politieambtenaar te verhuizen
naar aanleiding
van geweld en bedreigingen, die het gevolg zijn van zijn werk als politieambtenaar
(bijvoorbeeld voetbalhooligans die politieambtenaren thuis bedreigen
of hun huis bekladden).
Het waarborgfonds is een voorziening die de korpsen en BZK gezamenlijk
regelen voor alle Nederlandse politieambtenaren. Een paritaire commissie,
bestaande
uit twee leden aangewezen door de CGOP en twee leden aangewezen door
de minister van BZK, beoordeelt de aanvragen van de individuele politieambtenaren
op
het waarborgfonds. Het beheer, het secretariaat en de (financiële)
administratie zal bij een derde worden ondergebracht.
Vergoeding rechtsbijstand
Op grond van artikel 69a van het Barp komt de ambtenaar in aanmerking voor een
tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp, indien hij ten gevolge van
zijn dienstuitoefening civielrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld, verdachte
is in een strafproces of een schadevergoeding vordert op grond van onrechtmatige
daad.
Partijen komen overeen dat indien de rechtskundige hulp is verleend door een
vakbond die is vertegenwoordigd in de CGOP en waarvan de ambtenaar lid is, het
bevoegd gezag deze vakbond op verzoek op overeenkomstige wijze tegemoet komt
in de kosten van de rechtskundige hulp.
Operationele toelage
Partijen komen overeen de compensatie voor inconveniënte werktijden aan
te passen aan de gewijzigde omstandigheden. Doelstelling daarbij is om zowel
rekening te houden met fysieke inconveniënten (verstoring bioritme door
nachtarbeid) als met sociale aspecten (hinder privé-leven door avond en
weekeinddiensten overdag) en combinatie van beiden. Als onderdeel van deze doelstelling
wordt vanwege de combinatie van sociale en fysieke inconveniënten
met ingang van 1 januari 2006 het tarief
voor de nachtdienst in de weekeindnachtdiensten (aanvang vrijdag, zaterdag
en zondag vanaf 22.00 uur) met 50% verhoogd ten opzichte van het reguliere
tarief.
Het tarief voor weekeind-nachtdiensten wordt daarmee vastgesteld op € 5,73
per uur.
Met deze afspraak wordt definitief invulling gegeven aan de afspraak uit 1995
om het budget van de operationele toelage te verhogen.
PO-2002 (kwalificatie zittend personeel)
Partijen bevestigen de afspraak dat het niet hebben van een diploma in
het kader van het Politieonderwijs 2002 geen belemmering kan zijn voor
het in
aanmerking komen van een functie; omgekeerd betekent het dat het louter
hebben van een
diploma
in het kader van het nieuwe politieonderwijs niet tot voordeel strekt
ten opzichte van de het hebben van de diploma’s behorend bij het oude politieonderwijs.
Omdat het personeelsbeleid in toenemende mate is afgestemd op PO-2002 constateren
partijen dat er in de praktijk behoefte is om landelijk inzichtelijk te maken
hoe de oude opleidingen in combinatie met werkervaring en vervolgopleidingen
zich verhouden tot de nieuwe opleidingen. Om die reden zal vòòr
1 juli 2006 een competentie-conversietabel worden vastgesteld.
7. STELSELWIJZIGINGEN
VPL
Partijen hebben geconstateerd dat het huidige niveau van aanspraken voor
de eigen vroegpensioenregeling Afup niet zijn in te
passen in het nieuwe fiscale regime. Met inachtneming van dit regime
komen partijen nieuwe voorzieningen overeen waarvan de hoofdlijnen en
uitgangspunten zijn opgenomen
in dit akkoord
Het aansprakenniveau is als volgt:
De oorspronkelijke uitkeringspercentages zijn te behalen door langer
te werken. Bij dit aansprakenniveau is rekening gehouden met de overheidsbrede
aanspraken
op grond van het ABP-reglement en het VUT-reglement. De aanvulling
op het
overheidsbrede aansprakenniveau worden gerealiseerd middels het verhogen
van de opbouw voor
nabestaandenpensioen tot het fiscale maximum en een bijdrage voor een
levensloopregeling voor al het politiepersoneel. Daarnaast wordt een
speciale toelage geïntroduceerd
voor de ambtenaren met een executieve aanstelling tot en met schaal
11. Indien zij deze toelage aanwenden voor levensloopsparen kunnen
zij het
nieuwe aansprakenniveau
bereiken mits zij ook zelf een bijdrage leveren aan levensloopsparen.
De percentages en bedragen zijn nog niet bekend. Uitgangspunt is wel
dat de
nieuwe regeling
voor de ambtenaar niet duurder mag zijn dan de huidige regeling.
In verband met de nieuwe regeling is een aantal overgangsmaatregelen
nodig:
De uitwerking van deze afspraken zal worden voorbereid door een paritaire werkgroep, ondersteund door het ABP.
WGA-WIA
De nog in te voeren nieuwe wet Werk en inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)
biedt geen inkomensgarantie voor de werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt
zijn. Partijen komen overeen dat deze categorie politieambtenaren zoveel
mogelijk aan het werk dient te blijven. Daarbij kan echter sprake zijn
van een inkomensverlies omdat de ambtenaar minder moet gaan werken
of op een lager niveau moet gaan werken.
Om dit eventuele inkomensverlies tijdelijk op te vangen komen partijen
overeen dat voor deze categorie ambtenaren voor een periode van vijf
jaar 70% van het inkomensverlies wordt gecompenseerd. Inkomensverbeteringen
in die periode vanwege algemene salarismaatregelen of periodieken worden
niet in mindering gebracht op de compensatie.
Ter illustratie: een ambtenaar die voor 20% arbeidsongeschikt wordt verklaard
en daaraan invulling geeft door 20% minder te gaan werken ontvangt over
die 20% nog vijf jaar lang een compensatie ter hoogte van 70%. Indien
de betreffende ambtenaar een functie op een lager niveau gaat vervullen
vanwege die 20% arbeidsongeschiktheid, ontvangt hij nog vijf jaar 70%
van het verschil tussen zijn oorspronkelijke en nieuwe bezoldiging.
Wijziging WW
Partijen komen overeen dat de voorgenomen wijziging van de WW onverkort
per 1 januari 2007 op overeenkomstige wijze wordt doorgevoerd ten aanzien
van het totaal aan wettelijke en bovenwettelijke aanspraken zoals opgenomen
in het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie.
Indien u interesse heeft voor toezending van A4 per e-mail, dan kunt u dit
kenbaar maken door een e-mail toe te zenden aan: pauline.jager@minbzk.nl
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier
kort en bondig te informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is met name bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt ongeveer zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte
kan de verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt
er aanvullend een
A4 thema-nummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald
onderwerp.
Aan de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
Redactie:
Geke Hovius
Pauline de Jager