Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid directie Politie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
A4 is bedoeld om de politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te
informeren over ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is vooral bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt minstens zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte kan de
verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt er aanvullend
een A4 themanummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald onderwerp.
Aan
de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
A4 is terug
te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.cao-politie.nl
A4 kunt u toegezonden krijgen door een mail te zenden aan pauline.jager@minbzk.nl
Redactie:
Pauline de Jager
jaargang 2005, nummer 7
• A 4 jaargang 2005, nummer 7 downloaden als pdf ( 169 k)
Op de slotdag van de politieactie de “blauwe belegering” heeft
minister Remkes een brief aan de politievakorganisaties uitgereikt.
De volledige tekst (inclusief de bijlagen) van die brief is te vinden
op www.icpolitie.nl
De brief gaat in op de berekeningen die de politievakorganisaties
hebben gemaakt over de inkomensgevolgen die de voorstellen van minister
Remkes zouden hebben.
Volgens de berekeningen van minister Remkes gaat het grootste deel
van het politiepersoneel er door de voorstellen niet op achteruit.
Waar de politievakorganisaties spreken van een netto inkomensverlies
tussen de € 130 en € 220 per maand, blijkt uit de berekeningen
van werkgeverszijde dat er in het merendeel van de gevallen juist
sprake is van een inkomensverbetering oplopend tot tientallen euro’s
per maand.
De berekeningen van de politievakorganisaties hebben betrekking op
twee dossiers: het nieuwe zorgstelsel en VUT, prepensioen en levensloop
(VPL). De uitkomsten van die berekeningen worden door de politievakorganisaties
gepresenteerd als één geheel, zodat niet duidelijk wordt
welke effecten door welke maatregelen worden veroorzaakt.
Ziektekosten/nieuw zorgstelsel
Net als uit de berekeningen van werkgeverszijde volgt ook uit de berekeningen
van de politievakorganisaties dat de grote groep van tweeverdieners
en alleenstaanden er op vooruit gaan vanwege het nieuwe zorgstelsel,
zelfs als rekening wordt gehouden met de kosten van een uitgebreid
aanvullend pakket van € 35 per maand. Alleen de groep van alleenverdieners
met een niet werkende partner - die volgens de gegevens van de Dienst
GVP ongeveer 15% van de werknemers betreft - gaan er, rekening houdend
met de kosten van een uitgebreid aanvullend pakket van € 35
per maand, op achteruit. Overigens is op het bedrag van € 35
als maandelijkse kosten van het aanvullend pakket wel iets af te
dingen. Dit is immers het bedrag dat door de Dienst GVP is berekend
als kostendekkend voor het totaal van de huidige verstrekkingen
die het basispakket van de zorgverzekeringswet te boven gaan. Naast
de kosten van tandheelkunde betreft een flink deel daarvan de kosten
van fysiotherapie. Het voorstel van minister Remkes is dat de kosten
van fysiotherapie (fysiopol) van het politiepersoneel ten laste
zullen komen van de werkgever en door de werknemer dus niet aanvullend
behoeven te worden verzekerd. Daarnaast houden de berekeningen van
de politievakorganisaties geen rekening met de inkomenseffecten
vanwege meeverzekerde kinderen. Bij de GVP wordt daarvoor een kleine
nominale premie afgedragen, maar in het nieuwe stelsel behoeven
verzekerden geen premie voor hun kinderen tot achttien jaar af te
dragen. Zou wel rekening worden gehouden met deze effecten dan zouden
de inkomensgevolgen gunstiger respectievelijk minder ongunstig zijn.
VPL (VUT, prepensioen en levensloop)
Op het VPL-dossier gaan de berekeningen van de politievakorganisaties
voorbij aan het voorstel van minister Remkes om de kosten van de
inkoop van pensioentijd gelegen vóór 1 januari 2006
voor rekening van de werkgever te nemen. In plaats daarvan zou – volgens
het rekenvoorbeeld van de politievakorganisaties– de individuele
politieman deze inkoop zelf en op eigen kosten moeten proberen te
realiseren. Minister Remkes is van mening dat dit in veel gevallen
niet goed mogelijk zal zijn binnen de nieuwe fiscale mogelijkheden.
In het rekenvoorbeeld van de politievakorganisaties wordt geen rekening
gehouden
met de afwikkelpremie voor de VUT-lasten van de huidige Vutters, waarvan
de helft ten laste komt van de werkgever en de helft ten laste van
de werknemer. Daarmee ontbreekt een belangrijke complicerende en kostenverhogende
factor van de systeemwijziging in de voorstelling die de politievakorganisaties
geven van de problematiek. Het rekenvoorbeeld van de politievakorganisaties
doet dus zowel geen recht aan het voorstel van minister Remkes over
de inkoop van pensioentijd gelegen vóór 1 januari 2006
als ook geen recht aan de complexiteit van de systeemwijziging.
Het is lastig om de inkomensgevolgen vanwege
het VPL-dossier in kaart te brengen zonder vooruit te lopen op de
nog te voeren onderhandelingen
hierover en zonder vooruit te lopen op de uitkomst van de onderhandelingen
in de Pensioenkamer over de overheidsbrede FPU. Aspecten van belang
daarbij zijn ondermeer de mate waarin wordt gekozen voor versterkt
ouderdomspensioen of juist voor levensloopsparen, de omvang van de
doelgroep waarvoor het mogelijk blijft om op zestigjarige leeftijd
te stoppen met werken en de vormgeving van de overgangsmaatregelen
voor al het personeel.
Aan de hand van het rekenvoorbeeld
uit de actiefolder van de politievakorganisaties is een technische
uitwerking gemaakt. De conclusie hierbij is dat
er vanwege de VUT-afwikkelpremie vanaf 2006 de komende jaren iets
meer moet worden betaald om eerder te kunnen uittreden. Voor een grote
meerderheid van het politiepersoneel wordt deze tijdelijk hogere bijdrage
voor VPL meer dan gecompenseerd door de positieve inkomensgevolgen
vanwege het nieuwe ziektekostenstelsel. Over enkele jaren zal de VPL-bijdrage
lager zijn dan de bijdrage in 2006. Daar staat tegenover dat het te
behalen resultaat ook minder is: 70% in plaats van de huidige 80%
op zestigjarige leeftijd. De reden om het uitkeringsniveau terug te
brengen is tweeledig. Ten eerste is 70% een maatschappelijk geaccepteerd
en gangbaar niveau. Ten tweede draagt het verlagen van het uitkeringspercentage
bij aan het beteugelen van de kostenstijging vanwege de inhaalfinanciering
die het gevolg is van het nieuwe fiscale stelsel.
Minister Remkes heeft voorgesteld dat een grote groep executieven op 60-jarige leeftijd kan stoppen met werken. Hij stelt wel voor de doelgroep die opbouwt voor de nieuwe regeling te beperken. Dit is uit financieel oogpunt noodzakelijk maar ook goed mogelijk omdat het immers niet voor al het politiepersoneel nodig is om zestigjarige leeftijd te stoppen met werken. Concreet is voorgesteld om bij het beperken van de doelgroep een combinatie van salarisschaal en het draaien van onregelmatige diensten te hanteren. Een andere wijze om de doelgroep in te perken is bespreekbaar. Vaststaat hierbij dat éénmaal opgebouwde (of ingekochte) pensioenaanspraken altijd eigendom blijven van de individuele werknemer die deze heeft opgebouwd. Er is dus geen sprake van een “alles of niets” benadering bij eerder uittreden als men een functie gaat vervullen die niet behoort tot de doelgroep maar juist van een “naar rato” benadering.
Bij contacten die de afgelopen twee weken rond de demonstraties
hebben plaatsgevonden zijn een aantal misverstanden opgelost.
Dit betreft
met name het misverstand rond de dienstongevallen. Duidelijk is
nu dat het voorstel van minister Remkes geen enkele materiele
verslechtering
tot gevolg heeft en de individuele werknemer niet opzadelt met de
onzekerheid van het afwikkelen van de procedures. Deze duidelijkheid
is een winst.
Gezien de grote verschillen tussen de berekeningen van de politievakorganisaties
en die van minister Remkes heeft de minister aangegeven bereid te
zijn hier in technische zin over door te praten. Ook heeft minister
Remkes voorgesteld de berekeningen door een objectieve partij te
laten bezien.
Wanneer partijen het over de feiten eens zijn dan kan het overleg
zonder belemmeringen worden hervat.
De brief van minister Remkes aan de politievakorganisaties staat vanaf 24 juni 2005 op www.icpolitie.nl.
A4 is bedoeld om de
politiekorpsen op een snelle manier kort en bondig te informeren over
ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
A4 is vooral bestemd voor P&O- en FEB-functionarissen in de politiekorpsen.
A4 verschijnt minstens zes maal per jaar. Afhankelijk van de behoefte
kan de verschijningsfrequentie toenemen. In voorkomende gevallen verschijnt
er aanvullend een
A4 thema-nummer waarin speciale aandacht wordt besteed aan een bepaald
onderwerp.
Aan de in A4 opgenomen informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
A4 is terug te vinden op de site van het Informatiecentrum Politie www.icpolitie.nl
Deze A4 is verzonden op: 23 juni 2005.
Redactie:
Geke Hovius
Pauline de Jager
Toezending A4
Indien u interesse heeft voor toezending van A4 per
e-mail, dan kunt u dit kenbaar maken door een e-mail toe te zenden
aan: pauline.jager@minbzk.nl