Ga naar de sitemap om verder te navigeren Spring direct naar de inhoud

homepage cao politie

Praktijk

Or-platform politie heeft veel ambities

Bron: OR Informatie 1, 9 janauri 2004
Auteur: Loek Kusiak.

Regionale ondernemingsraden bij de politie worden steeds meer geconfronteerd met landelijke beslissingen waarover slechts op details en in een (te) laat stadium advies mogelijk is. Voorbeelden zijn prestatiecontracten, samenwerking op ICT-gebied, reorganisaties en de aanschaf van nieuwe uniformen. ‘Van wezenlijke invloed is geen sprake’, meent LORD, het platform van or’en bij de politie. Als representant van de 27 or’en bij de regionale korpsen wil LORD nieuwe wegen inslaan: kenniscentrum én gesprekspartner worden voor bovenregionale ontwikkelingen en besluiten.

Afgelopen zomer verstuurde LORD (afkorting voor: Landelijk Overleg Regionale Dienstcommissies) een brandbrief over de tanende medezeggenschap bij de Nederlandse politie. In deze brief, gericht aan onder meer de minister van Binnenlandse Zaken en de Raad van Hoofdcommissarissen, signaleert het or-platform een reeks van zaken en ontwikkelingen die de or’en bij de korpsen in de regio’s (27 or’en in totaal) nauwelijks of niet kunnen toetsen en beïnvloeden, terwijl het adviesrecht hun daartoe formeel wel de mogelijkheid biedt. Dit spanningsveld tussen medezeggenschap en, volgens LORD, ‘onomkeerbare besluitvorming’ doet zich voor bij landelijk vastgestelde politieprojecten als Communicatie-2000 (verbetering van informatienetwerk tussen politie en andere hulpdiensten) en de harmonisatie van ICT-voorzieningen.
De twee voorbeelden staan niet op zichzelf. Het komt de laatste jaren geregeld voor dat de or’en in de politieregio’s worden overvallen door besluiten en maatregelen over aangelegenheden die zogezegd tot het ‘primaat van minister, beraad van korpsbeheerders en politiek’ behoren maar wel ‘diep insnijden’ in de personele organisatie en de taakuitvoering van agenten.
‘ Op detailniveau mogen de or’en nog wat bijsturen, maar de kogel is dan al door kerk. Landelijk zijn de hoofdlijnen al in elkaar getimmerd, waardoor er voor de or meestal niet veel meer overblijft dan een vorm van informele medezeggenschap’, constateren voorzitter Anton Jansen en secretaris Johan Jonkers van LORD, de in 1996 opgerichte bundeling van or’en (voormalige dienstcommissies) bij de Nederlandse politie.
Ook in het visiedocument ‘LORD nieuwe stijl’ wordt gewag gemaakt van een ‘onomkeerbare tendens die geen gelijke tred houdt met de lokaal georganiseerde medezeggenschap en waarbij de or’en geen invloed kunnen uitoefenen op bovenlokale besluitvorming.’ Het visiedocument is de opmaat naar een professionelere manier van belangenbehartiging door het or-platform, waarin LORD een overleg- en informatiefunctie op landelijk-bestuurlijk niveau claimt.

Nieuwe leest
Dat LORD als platform van or’en kan uitgroeien tot een periodiek gesprekspartner voor het korps van hoofdcommissarissen en andere beleidsbepalende gremia, lijkt niet onrealistisch, afgaande op de ‘positieve en instemmende signalen’ die Jansen en Jonkers tot nu toe ‘uit de hogere echelons’ hebben ontvangen. Maar voor het zover is, zal het platform de komende maanden eerst de eigen organisatie en infrastructuur op een nieuwe leest moeten schoeien, afgaande op de mixture aan functies die LORD ‘nieuwe stijl’ in zijn visiedocument voor zichzelf ziet weggelegd.
Anton Jansen: ‘Naast het houden van themabijeenkomsten en het verwerven van een positie aan tafel van de landelijke beslissers, willen we LORD als een onafhankelijk centrum voor kennis, informatie en service profileren. Een centrum dat or’en terzijde staat bij organisatieontwikkeling, personeelsbeleid, reorganisaties, onderwijs en onderzoek naar het functioneren van de medezeggenschap, of het ontbreken daarvan. En uiteraard moet er een democratisch gekozen bestuur komen.’
Zelfs een ondersteunende bureauorganisatie met betaalde krachten wordt niet uitgesloten. Externe financiers zijn al benaderd: het Nederlandse Politie Instituut, Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP), GBIO en enkele ministeries. Johan Jonkers: ‘Het ziet er niet slecht uit. Hoewel concrete toezeggingen nog niet zijn gedaan, is er bereidheid tot financiële ondersteuning.’

Punten en komma’s
De boodschap is duidelijk: wil de kwaliteit van de medezeggenschap bij de politie niet verder afglijden naar heen en weer gepraat over punten en komma’s, dan zal LORD namens de or’en een serieuze speler moeten worden in de nationale overlegarena. Orde, gezag en veiligheid handhaven is een noodzakelijke en nobele doelstelling, maar geef de agent in de straat dan ook de middelen en de ruimte om er effectief mee uit de voeten te kunnen.
‘ Niet dat we als platform op landelijk niveau formele bevoegdheden in medezeggenschap zullen opeisen’, verduidelijkt Anton Jansen, ‘want dat zou niet stroken met de autonomie van de or’en in de regio’s. Maar willen we méér voor de or’en betekenen dan we nu doen, dan zullen we een podium moeten vinden waarop we een tegengeluid kunnen laten horen. En waarmee we de minister, hoofdcommissarissen en andere betrokkenen in de driehoek die plannen en maatregelen voorbereiden, tijdig kunnen attenderen op de consequenties voor personeel en organisatie in de regio’s. Door invloed uit te oefenen bij de bron, kunnen de or’en hun armslag en mogelijkheden vergroten. Dat is althans wat we ervan hopen.’
‘ In feite’, voegt Johan Jonkers toe, ‘staan we op het punt om ons bestaansrecht als platform te legitimeren. Tot dusver organiseren we voor or’en jaarlijks een aantal discussiebijeenkomsten. Absoluut zinnig en waardevol, vooral voor de onderlinge herkenning van problemen, maar veel meerwaarde voegt het niet toe. Je wilt toch ontwikkeling, dynamiek, hogerop. Vandaar dat twee jaar geleden, met het besluit om een visie op papier te zetten voor een platform-nieuwe stijl, is gekozen voor herpositionering, voor een opwaardering van ons netwerk en onze ambities. Het kan niet zo zijn dat medezeggenschap lokaal of regionaal vooral bepaald wordt door de goodwill of het humeur van een korpschef die zich in toenemende mate dient te conformeren aan landelijke besluiten.’

Prestatiecontracten
Op de politieke agenda in Nederland heeft het thema veiligheid, en daarmee ook het werk en de kwaliteit van de Nederlandse politie, een topdrieplaats verworven. Deels onder invloed van de toegenomen (zware) criminaliteit in de samenleving en de roep van de burger om meer blauw op straat, deels ook als gevolg van de taakstelling om budgetten efficiënter in te zetten. Aan onderwerpen waarover het platform LORD graag óók een steen in de overlegvijver had willen werpen, is volgens Jansen en Jonkers dan ook geen gebrek. Zoals daar zijn de aanschaf van een nieuw politie-uniform, de Europese aanbesteding voor de aankoop van nieuwe auto’s, of – om eens een ernstiger vraagstuk bij de kop te nemen – de prestatiecontracten voor de politie waartoe in 2002 in het kader van het programma ‘Naar een veiliger samenleving’ is besloten.
De prestatiecontracten worden momenteel uitgewerkt in regiospecifieke convenanten. Korpschef en or zijn als het om de uitvoering van de afspraken gaat elkaars gesprekspartner; op de doelen, de kwantificeerbare prestaties die een korps moet leveren, heeft de or geen invloed.
LORD signaleert dat veel or’en met deze materie ‘worstelen’. Hun wordt gevraagd werkafspraken te maken over individuele prestatienormen, over specifieke eisen waar de politieambtenaar aan moet voldoen. Dit loopt uiteen van het aantal bonnen dat uitgeschreven moet worden via het aantal te houden verkeerscontroles tot het aanhouden van verdachten.

Nietigheid
‘ Op zichzelf’, zegt Jonkers, ‘is er niets tegen een richtlijn of sturingsmechanisme voor taakuitvoering. Het wordt echter wel een valkuil op het moment dat aan de prestatienormen consequenties worden verbonden. Want dan verandert het immers een individueel prestatiecontract. Dat is geen goede ontwikkeling. Het accent ligt te sterk op de kwantiteit, het aantal bekeuringen dat je uitschrijft, en te weinig op de kwaliteit van het werk. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de agent in de straat. Bij ons korps, in Flevoland, heeft de or in ieder geval de nietigheid uitgeroepen over de individuele prestatienormen, en zeker wanneer daar niet eerst uitvoerig met de or over is gesproken. Andere or’en in het land delen die opvatting, maar er zijn er ook die er geen probleem van maken.’
Anton Jansen: ‘Ten aanzien van de doelen die gehaald moeten worden, kan je de zaak ook omdraaien. Wanneer je als korps goed presteert en de veiligheid op straat verhoogt, of door strenge controles het aantal hardrijders vermindert, dient zich ook minder werk aan, dus ook minder bekeuringen en minder meetbare prestaties. Betekent dit dan dat je je werk niet goed hebt gedaan? Of heb je je werk juist goed gedaan omdat het veiliger is geworden? En hoe ga je om met agenten die hun normen niet gehaald hebben?’
‘ In het platform hebben we over deze thematiek gesproken, maar als platform hadden wij graag ook eerst met de verantwoordelijken op strategisch niveau willen praten. Nu wordt het ineens in de maag van de regionale or’en gesplitst.’

Mobiele communicatie
Een nadrukkelijke rol als luis in de pels ziet LORD ook voor zichzelf weggelegd bij de voortgang van C2000 (de C staat voor Communicatie), een ander landelijk geïnitieerd project waarin de regiokorpsen hun weg moeten zien te vinden. Kern is het realiseren van één uniforme mobiele communicatie tussen politie en andere (hulp)diensten op het gebied van orde en veiligheid. Hoe beter de kwaliteit van de verbindingsapparatuur en de communicatie, des te beter de kwaliteit en de snelheid van de hulpverlening in onveilige of levensbedreigende situaties.
‘ De knelpunten die wij signaleren, en die ook in de brief aan de minister zijn verwoord, zijn dat het C2000-netwerk qua kosten niet alleen uit de hand loopt, maar dat ook kwaliteit van de communicatieapparatuur nog steeds niet is wat ervan verwacht mag worden’, aldus Jonkers. ‘Er zijn korpsen die nog met verouderde of storingsgevoelige apparatuur werken, met alle risico’s voor de veiligheid in de samenleving en de serviceverlening aan het publiek van dien.’
‘ Hetzelfde geldt voor de oprichting van een landelijk ICT-netwerk voor de politie’, vult Jansen aan. ‘De kosten daarvan dreigen twee tot drie keer zo hoog uit te vallen als is begroot. Onze vrees is dat dit ten koste gaat van het aannemen van de beloofde enkele duizenden nieuwe politiemensen, want die zijn weer nodig om de prestatiedoelen te halen.’
Het platform kreeg onlangs ongevraagd bijval van de Algemene Rekenkamer, die in het rapport ‘ICT en politie’ eveneens ‘ernstige tekortkomingen’ in het huidige informatiesysteem constateert. De Rekenkamer voorziet dat ook na 2005 nog verouderde automatiseringstechnieken in gebruik zijn, omdat een krachtige regie bij het grootschalig invoeren van de nieuwe ICT-middelen ontbreekt. Volgens de Rekenkamer is nu een ‘cruciale periode’ aangebroken voor de samenwerking tussen korpsen, ‘ook als dat op regionaal niveau pijn doet.’ Met dit laatste wordt bedoeld dat het algemeen belang voor het (regionale) korpsbelang gaat. Een wijziging van de Politiewet zou bovenregionale samenwerking op ICT-gebied kunnen afdwingen. ‘Hier heb je dus een thema’, stellen Jonkers en Jansen, ‘dat direct raakt aan de kerntaken van de politie. Daarover zouden wij als platform op een hoger niveau toch wel erg graag tijdig onze stem willen laten horen.’


terug naar vorige pagina terug naar boven