De WOR kent de volgende mogelijkheden om de medezeggenschapsstructuur vorm te geven:
Tevens is er onderscheid gemaakt tussen de begripsomschrijvingen voor het
Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), voor de regionale politiekorpsen
en het Landelijk
Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (LSOP).
De onderneming (bij de overheid) is elk, in de maatschappij als zelfstandige
eenheid optredend organisatorisch verband, waarin krachtens arbeidsovereenkomst
of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht.
Het KLPD kan als onderneming worden beschouwd. Afhankelijk van de gekozen medezeggenschapsstructuur
kan een divisie dat ook, waarbij van belang is dat zo'n organisatorisch verband
als zelfstandige eenheid naar buiten treedt. Een ondernemer kan immers meer
den een onderneming in stand houden. Voor de regionale politie is het regiokorps
(de regio) de onderneming. Tevens kan ook een district of een bepaalde eenheid
onderneming in de zin van de WOR zijn. Ook het LSOP kan als onderneming gelden,
maar het kan ook zijn dat diverse scholen en instituten in dit kader als onderneming
fungeren. De ondernemer (bij de overheid) is de (publiekrechtelijke) rechtspersoon
die de onderneming in stand houdt. Voor het Korps Landelijke Politiediensten
is dit de Staat, hoewel het KLPD rechtstreeks onder de Minister van Justitie
valt. De regionale politie bezit rechtspersoonlijkheid krachtens wettelijke
bepaling
in de Politiewet 1993. Dit geldt ook voor het LSOP. De bestuurder (bij de overheid)
is hij die alleen of met meerderen de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid. Het betreft hier
de (rechtstreekse) feitelijke dagelijkse leiding.
De medezeggenschap is op decentraal niveau in de korpsen bepaald. In de praktijk is er per regio een ondernemingsraad ingesteld. Op lagere niveaus (districten) zijn dit onderdeelscommissies. Derhalve kan de korpschef worden aangemerkt als bestuurder.