Eind 2002 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een feitenonderzoek naar knelpunten in de ATW toegezegd. Naar aanleiding van het verschijnen van het rapport "Perspectief voor de toekomst" van de werkgroep vrijwillige politie is in het feitenonderzoek ook aandacht besteed aan de vrijwillige politie.
Bij dit feitenonderzoek zijn deskundigen binnen de politie bevraagd -dat wil zeggen planners, direct leidinggevenden en leden van de ondernemingsraden.
Uit het onderzoek bleek dat de Atw op zichzelf niet belemmerend behoeft
te zijn voor de politieorganisatie. De planning van diensten is
voor vrijwel alle onderdelen van de politie goed mogelijk volgens
de Atw.
Wel treden er soms problemen op bij de uitvoering van de diensten.
Deels worden deze problemen veroorzaakt door het feit dat er teveel
werk op de politie afkomt en er door de leiding onvoldoende prioriteiten
worden gesteld. Deels ook blijken de politiemedewerkers zelf betrokken
te willen blijven bij hun zaak en daarvoor de Atw te overtreden,
terwijl dit voor het werk niet noodzakelijk is.
Voor enkele groepen politiepersoneel geldt de algemene conclusie
dat de Atwgoed toepasbaar is, niet. Dit betreft kleine specialistische
groepen, waarvan de deskundigheid niet overdraagbaar is en die
vaak en/of langdurig worden ingezet. Het betreft vooral de arrestatieteams,
observatieteams, DKDB en specialistische recherchefuncties. Voor
deze
groepen zijn Atw-technische zaken genoemd die tot knelpunten leiden.
Voor deze groepen zou op sommige punten een iets grotere flexibiliteit
in de regels omtrent arbeids- en rusttijden wenselijk zijn.
Tenslotte blijkt de oorzaak van de overtredingen een nog steeds
bestaand tekort aan kennis over de Atw.
Naar aanleiding van dit onderzoek is een brochure over de Arbeidstijdenwet uitgegeven en werkt de CGOP-werkgroep Capaciteitsmanagement en Arbeidstijdenwet een plan van aanpak om de gesignaleerde knelpunten te reduceren.
Rapport knelpunteninventarisatie (pdf, 15 K)